De doorn in het vlees

de doorn in het vleesDe Doorn in het vlees - The thorn in the flesh
Uit het boekje, De doorn in het vlees: Karel en Elisabeth Hoekendijk

Jezus kwam op aarde, "opdat de werken des duivels verbreken zou" (1Joh 3:8). Hij kwam als het Woord dat vlees georden is (Joh. 1:14), om het vlees te genezen en de doorn in dat vlees weg te nemen. Hij kwam om het vlees te helen, "Want Ik, de Heer, ben uw Heelmeester" (Ex. 15:26).

Dit boekje bestaat uit twee gedeelten; het eerste is een beschouwing van Paulus' leven en bediening en wordt nagegaan wat deze doorn in zijn vlees betekende; het tweede gedeelte zien wij de wonderbare, opzoekende liefde van Jezus voor de verlorenen, vereenzaamde mens die in ziekte en zonde nederligt. Hij heeft vandaag nog een antwoord van heil ook voor u, Hij de Heilbrenger, de Helingbrenger, de Heiland! Halleluja!


,,Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen"
(II Cor. 12:7)


In de prediking van het volle evangelie is begrepen de boodschap van genezing, als verzoening, meegedeeld aan de stof. De Heer wil in Zijn genade de vernieuwende kracht van het evangelie (,,Zie, Ik maak alle dingen nieuw") meedelen aan de gehele mens, het gehele leven, want Hij is het grote, afdoende Antwoord op alle ,,bekommernis" (1 Petr. 5 :7). Als een betrouwbare zaak van het Koninkrijk mogen wij de geloofsgenezing aanvaarden, evenals alle beloften van de Heer: Ja en Amen! zijn in Hem (II Cor. l :20). Een Zijner oudste beloften immers is: ,,Ik, de Heer, ben uw Heelmeester" (Ex, 15 : 26). Over de doorn in het vlees bij Paulus wordt veel gesproken, vooral daar waar twijfel heerst over de werkingen van het Koninkrijk en de kracht van het Bloed van Jezus. Daarom willen wij rustig, aan de hand van Gods Woord, het leven van Paulus bestuderen. Paulus schreef in zijn brieven over zijn belevenissen op zijn reizen, ook in het boek der Handelingen staat hierover veel vermeld. Hij is hierin zeer uitvoerig en precies, hij schrijft in dezelfde brief aan de Corinthiérs, waar hij over de doorn spreekt, van al zijn wedervaren: ,,In moeiten veel vaker, in gevangenschap veel vaker, in slagen maar al te zeer, in doodsgevaren menigmaal. Van de joden heb ik vijf maal de veertig-min-één-slagen ontvangen, drie maal ben ik met de roede gegeseld, eens ben ik gestenigd, drie maal heb ik schipbreuk geleden, een etmaal heb ik doorgebracht in volle zee; telkens op reis, in gevaar door rivieren, in gevaar door volksgenoten, in gevaar door heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders; in moeite en inspanspanning, tal van nachten zonder slaap, in honger en dorst, tal van dagen zonder eten, in koude en in naaktheid; en dan, afgezien van de dingen, die er verder nog zijn, mijn dagelijkse beslommering, de zorg voor al de gemeenten. Indien iemand zwak is, zou ik het dan niet zijn?" (II Cor.11:23-29).

In dit uitvoerige relaas van zijn vele belevenissen spreekt Paulus niet éénmaal over ziekte, hij somt veel op maar hieruit valt niet af te leiden dat hij een zieke zou zijn. Integendeel, dit alles te kunnen doorstaan is een duidelijk getuigenis van de fysieke kracht en het uithoudingsvermogen van deze knecht Gods. Een ander mens, sterker dan hij, was daaronder door gegaan. Wie staat na een steniging weer op? Wie behoudt het leven na 24 uur in volle zee rondgedreven te hebben? Hij ontvangt voortdurend de genezende kracht van Christus. Dit lichaam ervaart zoveel genade, genoeg genade, om niet geveld te worden door al deze pijnlijke en uitputtende ervaringen, maar steeds weer in staat te zijn om verre reizen te maken door geheel Asia. Hij is niet zwak, Paulus, geenszins. Maar krachtig en vitaal. ,,Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft" (Phil. 4 :13) schrijft hij en hij kent de waarde van de woorden: ,,Met U immers loop ik op een legerbende in en met mijn God spring ik over een muur" (Ps. 18 :30). Hij was vol van de kracht Gods, een geladen accu van de kracht Gods. ,,Mijn spreken en mijn prediking kwarn ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God" (1 Cor. 2 :4, 5). ,,God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren" (Hand. 19 : 12).

Paulus was een ontwikkeld man van zijn tijd en God was met Hem, voortdurend en in alles. Hij heeft grote dingen gedaan voor zijn Heer en behaalde overwinningen waar hij verhoord en ondervraagd werd door krijgsraden en hoge colleges van kerk en wereld. Hij sprak meer in tongen dan alle anderen onder Gods kinderen en hij dankt daar God voor. ,,Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen spreek" (1 Cor. 14 :18). Hij is niet hoogmoedig en zegt niet als zovele christenen: Ik heb dat niet nodig, neen hij buigt zich voor Gods Woord en aanvaardt en gebruikt deze uitingen des Geestes. Hij ervaart de oubouwende kracht hiervan: ,,Wie in een tong spreekt, sricht zichzelf" (I Cor. 14 :4).

Hij bouwt zich daarmee op, als hij zwak is. Het is duidelijk dat met ,,spreken in tongen" niet bedoeld wordt het spreken van vreemde menselijke talen. Men zegt wel eens dat Paulus, intelligent man die hij is, bestudeerd, zich op zijn reizen bedient van allerlei talen, waar hij een natuurlijke begaafdheid voor zou bezitten. Neen, het is het spreken in de talen des Geestes. ,,Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God" (I Cor. 14 :2). Dit is de spirituele taal die de nieuwe mens spreekt met zijn God, de communieatie des Geestes, de taal, het idioom, waarvan met de Geest vervulde mensen zich bedienen. Geen menselijke taal, ,,want niemand verstaat het, door de Geest Gods spreekt hij geheimenissen" (I Cor. 14 :2). Paulus wist zich voortdurend in Gods kracht en genoegzame genade en kende het geheim om zijn grote opdracht prachtig te volbrengen. Hij was gezegend, hij was een heiden-apostel, een evangelist, een leraar bijwijlen, een oudste, een kerkvader, een schrijver van apostolische brieven, een man Gods die veel voor het Koninkrijk heeft gedaan. Hij bracht het evangelie door geheel Asia (Hand. 19 :10), maar ook naar Europa.

De openbaringen

Paulus beleeft in die jaren wonderbare ervaringen door de heilige Geest, openbaringen en visioenen. Hij wordt som tijds ,,opgetrokken" in hogere regionen, ervaart dat hij "weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft, die het een mens niet geoorloofd is uit te spreken" (II Cor. 12 :4). Hij heeft "gezichten en openbaringen" (II Cor. 12 :1). De Geest des Heren die hem voortdurend leidt, doet dit op wonderbare en preciese wijze, van ogenblik tot ogenblik, van stad tot stad. ,,En zie, nu reis ik, gebonden door den Geest naar Jeruzalem, niet wetende wat mij daar overkomen zal, behalve dat de heilige Geest mii van stad tot stad betuigt en zegt, dat mij boeien en verdrukkingen te wachten staan" (Hand. 20 :22, 32). ,,En zij gingen door het Phrygisch-Galatische land, maar werden door de heilige Geest verhinderd het woord in Asia te spreken; en bij Mysië gekomen, poogden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest van Jezus liet het hun niet toe; en toen zij Mysië voorbij waren, kwamen zij te Troas. En Paulus kreeg in den nacht een gezicht; er stond een Macedonisch man, die hem toeriep: Steek over naar Macedonië en help ons. Toen hij het gezicht gezien had, zochten wij dadelijk gelegenheid om naar Macedonië te vertrekken, daar wij er uit opmaakten, dat God ons had geroepen om hun het evangelie te verkondigen" (Hand. 16 :6-10).

De doorn

,,Want als ik wil roemen, zal ik niet onverstandig zijn, want ik zal de waarheid zeggen; maar ik onthoud mij er van, opdat men mij niet meer toekenne dan wat men van mij ziet en hoort, en ook om het buitengewone van de openbaringen. Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen" (II Cor. 12 :6, 7).
Vanwege de grootheid van Gods openbaringen, Gods geheimenissen en verborgenheden die Hij Paulus toonde, vanwege deze uitverkorenheid, naast de uitverkorenheid voor Hem te mogen lijden, vanwege de gerede kans dat Paulus er zich op zou voorstaan, gaf God hem een doorn in het vlees. Wat was die doorn? Een ziekte? Nergens wordt over ziekte gerept. Het staat er duidelijk wat dit betekent: ,,Een engel des satans, om mij met vuisten te slaan" (II Cor. 12 :7). Is dat hetzelfde als ziekte? Is dat; iets, neen het is: IEMAND, de satan, hij slaat hem met vuisten. ,,Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagan en een zwervend leven" (I Cor. 4 :11).

Oogziekte

Men heeft wel gezegd dat Paulus aan een oogziekte zou lijden (Gal. 4 :15), maar het zijn alle veronderstellingen zonder enige grond. Paulus was wel blind geslagen door Jezus, voor de poorten van Damascus (Hand. 9 :8), maar drie dagen later genas Hij hem weer door bemiddeling van Ananias die tot hem gezonden werd en Paulus de handen oplegde voor genezing en vervulling met de heilige Geest (Hand. 9 : 17). En wat de Heer geneest, is volkomen genezen, de Heelmeester doet geen half werk. Paulus kende wel zwakheden. Maar evenals de ziekten heeft Jezus ook de zwakheden gedragen aan het kruis. ,,Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen" (Matth. 8 : 17). ,,Want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" (II Cor. 12 : 10). De Heer verandert zwakheid in triomf en macht. Halleluja!

Paulus wist uit Gods genade te leven, voor hem was daarvan genoeg. Hij reisde en predikte, genas de zieken en dreef de boze geesten uit. Hij was onvermoeibaar, terwijl soms zijn gehoor in slaap viel van uitputting, predikte hij voort. ,,Toen Paulus zo lang sprak", (viel een jonge man die in de vensterbank zat, door diepen slaap overmand), ,,van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgenomen." Deze man werd door Paulus genezen en tot het leven teruggeroepen. Daarna predikte Paulus weer voort, tot den morgenstond (Hand. 20: 9-12). Hij predikte schier dag en nacht tussen en tijdens zijn reizen en ontplooide een ongekende ijver en vitaliteit, niets wijst op een ziekelijk leven, nergens wordt dit genoemd.

Waar in Gal. 4 : 13 staat: ,,Ja, gij weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het evangelie verkondigd heb", enz., is het duidelijk dat indien dit woord: ziekte, juist vertaald zou zijn, zijn ,,ziekte" hem niet verhinderde te spreken en dat hij zijn ziekte liet genezen door de opstandingskracht van Jezus. Maar dit woord is in de nieuwe vertaling onjuist vertaald.

Asteneian en Nosous
De oude vertaling zegt het beter: ,,En gij weet dat ik door zwakheid des vleses het evangelie de eerste maal verkondigd heb", enz. In de grondtekst, het Grieks, staat hier voor ,,zwakheid": asteneian, dat is zwakheid en niet ziekte. In Matth. 8 :17 staat: Hij heeft onze zwakheden
(= astheneias) op Zich genomen en onze ziekten (=nosous) gedragen.

Dus geen ziekte, doch zwakheid. Hier wordt gesproken over een doorn! In Num. 33 :55 staat: ,,Maar indien gij de bewoners van het land voor uw aangezicht niet verdrijft, dan zullen degenen die gij van hen over laat, tot doorns in uw ogen en tot prikkels in uw zijden zijn en zij zullen u benauwen in het land, waarin gij woonachtig zijt" (Num. 33 :55, 56). Deze ,,prikkels in uw zijden" en ,,dorens in uw ogen" van Israël waren de Kanaänieten, dat waren mensen, geen dingen en allerminst ziekten.

Deze beeldspraak duidt de moeite aan die de vijanden te weeg brengen. In Jozua 23 :13 werd het volk van Israël gezegd dat als zij de Kanaänieten lieten gaan, het een gesel op hun zijden en dorens in hun ogen zou zijn. De dorens waren mensen, geen ziekten. Als het echte dorens waren geweest, zouden zij allen blind geworden zijn, want zij namen niet het hele land in bezit. David zei dat de zonen van Belial: dorens, waren, ook weer mensen in dit geval. Paulus zegt duidelijk dat deze doorn een engel van satan was. Andere vertalingen zeggen: een boodschapper, bode van satan, engel van satan. Boodschapper en engel zijn woorden die afgeleid zijn van hetzelfde Griekse grondwoord: angelos, een woord dat in de bijbel 188 maal gebruikt wordt. In elk geval betekent het een persoonlijkheid. Er zijn vertalers die het persoonlijk voornaamwoord: hij, in deze tekst gebruiken. Daarom is de doorn een persoon, geen toestand. God zei dat Hij: ,,alle ziekten van u afwenden zal" (Deut. 7 : 15).


Hij gebruikte Zijn knecht Paulus voor de uitbreiding van het Koninkrijk. Als de mensen hem overal in de naam van Jezus zagen optreden, hem de zieken zagen genezen en duivelen uitwerpen, dachten zij dat hij een God was, zij wilden hem aanbidden vanwege de wonderen en tekenen die hij deed (Hand. 14 :11). Gelooft u dat men hem als God zou aanbidden als zijn hoofd in verband gewikkeld was of als er pus uit zijn (zieke) ogen liep? Zij zouden bevreesd zijn dat zij door een of ander kwaadaardige oogziekte, zoals die in deze streken zoveel voorkomt, worden besmet. God deed bijzondere wonderen door Paulus. Zweetdoeken en gordeldoeken namen zij van Paulus’ lichaam en legden dat op zieke lichamen en zij werden genezen (Hand. 19 :11, 12). Indien Paulus een vies verband, vol van het stof van de weg, voor zijn ogen zou hebben gedragen, dacht u niet dat men liever deze doeken zou hebben verbrand om niet besmet te worden? Als Paulus door de kracht van de heilige Geest die in hem woont (Gal. 2 :20), macht had over ziekten, zou hij dan ziek blijven als hij door een ziektemacht werd overvallen? Jezus genas allen die tot Hem kwamen (Matth. 8 : 16). Paulus zei zelf: ,,Jezus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid" (Hebr. 13 :8). Het is mogelijk dat u zegt dat de doorn van Paulus een ziekte was, maar Paulus zei dit niet. Hij spreekt in zijn uitvoerigheid om zijn ontberingen te noemen, zelf niet van ziekte. ,,Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen derwille van Christus, want als ik zwak bcn, dan ben ik machtig" (II Cor. 12 : 10).

De engel des satans

De engel, bode des satans, bezocht Paulus van tijd tot tijd en sloeg hem met vuisten. Slaan betekent klap op klap, een serie van klappen, slagen, uitdelen. Geslagen worden betekent klap op klap incasseren. Als dit een bepaalde ziekte zou zijn geweest, zou deze telkens en telkens achter elkaar zijn teruggekomen. Paulus spreekt echter niet over een serie telkens weerkomende kwalen, een hardnekkig lijden dat verdwijnt en terugkomt, neen, dat is geen toestand van overwinning, waarover hij zo graag spreekt. Wat, wie is deze engel, bode des satans? Heel eenvoudig een demon die hem aanvalt, die hem reëel slaat, die met hem strijdt en vuistslagen uitdeelt, een boksende macht. Niet een demon die de opdracht van zijn heer heeft dit lichaam met scherpe pijnen te doorvlijmen, maar het uitwendig te slaan waar hij het treffen kan, doffe, harde vuistslagen zoals die in de boksring worden uitgedeeld.

Waarom zou dat onmogelijk zijn? In de wereld van de goena-goena, de toverwereld van Indonesië, zijn deze acties van satan heel gewoon, het aanhoudend bespuwd worden met sirih (betel)-sap, het met stenen ergens uit de lucht, waar vandaan, gegooid worden van steeds weer een bepaalde persoon, hoe vaak komt het voor dat een bepaalde persoon uit de lucht, waar vandaan, ergens vandaan, bestookt wordt met vuil, stenen en klappen krijgt? Waarom zou Paulus, die met gezag optreedt tegen de demonen en daardoor een fel begeerd prooi is van satans vergeldingsacties, ook niet op een dergelijke wijze worden geattaqueerd door het rijk der duisternis?

Als men meer van de gedragingen van de demonen in hun verscheidene variaties en gradaties weet en de verschillende opdrachten die zij hebben uit te voeren, dan zijn deze aanvallen van Paulus in het geheel niet vreemd. Paulus valt de satan aan en breekt in het huis van de sterke in, door de kracht van de Sterkere die in hem woont, om de geroofde vaten terug te nemen voor Jezus. Hij wordt aangevallen omdat hij aanvalt, hij trekt de degen en stoot, vreesloos, hier, daar, ginds, overal waar hij de satan raken kan en daarom strijdt satan tegen hem. Hij wordt geslagen omdat hij slaat. Hij neemt de handschoen op tegen de boze en slaat hem met harde slagen, het is niet verwonderlijk dat satan ook Paulus ,,op de vuist" neemt. Dat is de strijd die kinderen Gods met volmacht, ontmoeten, overal, over de gehele wereld. Een dode christen in zijn verstarring is niet gevaarlijk en staat niet in deze strijd, heeft daar geen weet van, maar mannen Gods die hun gezagspositie in Jezus gezien en ingenomen hebben, zijn het prooi van satans vergeldingsraids, maar zij hebben de Heer met zich, halleluja! Paulus, de apostel der heidenen de grondlegger der gemeenten in Asia, is een zeer belangrijk doelwit voor satan, het is er satan veel aan gelegen hem uit te schakelen. Paulus wordt - uit pedagogische overweging van God ­ geslagen door satan. God laat dit toe, opdat hij zich niet zou verheffen op zijn uitverkoren plaats in Gods bestel. God houdt echter het eind van het touw waaraan satan vastzit, in Zijn hand, de boze kan niet meer doen dan zo ver dit touw lang is. Paulus gaat hier echter niet onder door, hij wordt niet verslagen en ligt niet - uitgeteld - tegen het canvas van de boksring, door deze kampioen, zoals hij eens voor Damascus néérging toen Jezus hem versloeg, neen Paulus gaat triomfantelijk voort, arbeidt verder en weet zich meer dan overwinnaar. Hij capituleert niet voor satan, hij gaat verder, sterk in de Geest, puttende uit de rijke, overvloeiende bron van Gods genade. Dat: Mijn genade is u genoeg! is niet een uitdrukking van doffe gelatenheid, van in vredesnaam berusten in een gegeven kruisdragen, geen religieus zich neerleggen bij een maar te aanvaarden ziekte, zoals dit woord dikwijls wordt uitgelegd maar de genade en de kracht van de Heer blijkt in en voor elke situatie waarlijk genoeg te zijn, die richt hem op, steeds weer, zodat onder alle slagen en tegenslagen van satan zijn werk ongehinderd voortgang heeft. De kracht van de Heer wordt steeds weer ten volle geopenbaard in deze gezegende bediening, dwars door alles heen. Evenals bij Paulus dienen ook wij, door alles heen, de triomf van Jezus' opstandingskracht uit te dragen, steeds weer ópvérend, steeds puttend uit Gods reserves, steeds drinkend uit Zijn bronnen, steeds nemend van Zijn voldoende aanwezig zijnde genade, vitaal, fit, sterk, vreesloos, dapper. Satan zal ons niet ophouden, want de oogst moet naar binnen, het is rijp! Jezus is het Woord dat in het vlees kwam (Joh. 1 : 14), om dit vlees te reinigen, te genezen, ons Zijn volle heil daar aan mede te delen. Jezus, het Woord in het vlees, is Gods antwoord van liefde op de nood der mensen, de doorn in het vlees.

De man van Bethesda.

,,En daar was een man, die reeds acht en dertig jaar lang ziek geweest was. Dezen zag Jezus liggen en daar Hij wist, dat hij daar reeds langen tijd was, zeide Hij tot hem: Wilt gij gezond worden?" · (Jah. 5 :5, 6)

Wat een vreemde, cynische vraag stelt Jezus aan deze zieke man die daar eenzaam, afgeschreven voor mensen en menselijke mogelijkheden, neerlag in het ziekenhuis Bethesda, letterlijk en figuurlijk met de rug tegen de muur. Jezus, door de Vader geleid, liep alle vijf zalen door, stapte over vele zieke lichamen heen en zocht die ene waarnaar niemand zocht, de vergetene; de grote Vriend zocht naar de vriendenloze. ,,Here, ik heb niemand." O wonderbaar is dat, Jezus kwam in het grote ziekenhuis van deze wereld binnen, stapte alle vijf zalen, alle vijf continenten door, om te zoeken en zalig te maken wat verloren was.

Jezus liet Zich leiden door de Vader. ,,lk heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt" (Joh. 17 :4). ,,Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt" (Joh. 17 :6). ,,Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Gij Mij gezonden hebt" (Joh. 17 : 7, 8). Jezus zocht voortdurend de wil van de Vader en handelde niet naar Zijn eigen wil of gevoel of ingeving. Hij stapte over alle ande- ren heen om de ene te zoeken die de wil des Vaders aangewezen had, de ongelukkigste van allen, de eenzaamste. Deze mens had niemand om hem te dragen naar de paradijselijke krachten die het water van tijd tot tijd beroerden, hij was geheel aangewezen op de genade van God. En omdat andere zieken, door ijverige vriendenhanden op de beste plaatsen gelegd, hem, door de jaren heen, steeds verder van zijn mogelijkheden tot genezing hadden weggeschoven, kwam Jezus om hem in Zijn mogelijkheden op te nemen. De krachten van het Koninkrijk bracht Hij nabij. ,,Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen" (Luc. 10:9).

,,Wilt gij gezond worden?" vraagt Jezus. U zegt: wat een vraag! Natuurlijk wil een zo ernstige zieke gezond worden! Iedereen wil dat immers. Hoe vreemd het ook klinkt, ik ben zo vrij te zeggen dat het niet waar is dat iedereen gezond wil zijn. Ik heb een meisje gekend dat ongelukkig geboren was, ze was verlamd. Ze was een blij kind van God, zo ongelukkig als ze was. In een vertrouwelijk ogenblik antwoordde zij, op de ernstige vraag of ze werkelijk gezond wilde zijn: ,,Ik weet het niet, ik geloof het niet. Nu doet mijn moeder alles voor mij, ze zorgt en vertroetelt mij, maar als ik gezond word moet ik voor haar zorgen en alle verantwoordelijkheden dragen." Ze deinsde terug voor de strijd des levens, de zorgen voor levensonderhoud, ze koesterde zich behagelijk in liefdevolle zorgen van anderen en kon niet meer buiten de belangstelling van haar omgeving voor haar nood. Ze vertelde mij ook, dat de meesten van haar vriendinnen, die gebrekkig waren als zij, niet verlangden gezond en normaal te zijn.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen, misschien zijn deze voorbeelden uitzonderingen, maar wij weten uit talloze bedieningen van zieken, dat velen hun ziekte heimelijk koesteren en vasthouden, ze hebben dit aanvaard als een deel van hun bestaan. De bijbel maakt duidelijk dat dit werken der duisternis zijn en dat wij onze ziekten moeten haten als vreemde infiltraties van de duivel en niet als iets dat bij ons behoort. Als wij weten verlostte kinderen Gods te zijn (,,0pdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrii gemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk opleggen" (Gal. 5 :1), zullen wij weten door het Bloed van Jezus Christus vrijgemaakt te zijn van de werken des duivels. ,,Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Joh. 3 :8). Er zijn mensen die liever een voorbeeld van geduldig gedragen lijden genoemd willen worden, om hun berusting geprezen, dan dat zij in de strijd om het bestaan worden gestort. laten wij deze mensen en deze gevoelens in deze mensen niet veroordelen, wat weten wij eigenlijk van de geestelijke achtergronden van een zieke, van de geheimste gedachten en conflicten. Want het is wel zeker dat ziekte niet een zaak is van het lichaam alleen, dat een gevangen geest de ziekte vaak veroorzaakt en vasthoudt. Als Jezus zich richt tot de zieke van Bethesda met de vraag: ,,Wilt gij gezond worden?", dan wordt deze vraag niet gesteld om het verlangen van zijn hart te weten, want Jezus kende de nood van deze zieke, ,,Daar Hij wist, dat hij daar reeds langen tijd was" (Joh. 5:6). De Vader had het aan Jezus geopenbaard. Zelfs de zonden waardoor de zieke in deze toestand gekomen was, wist de Heer, zoals later blijkt uit het woord: ,,Zondig niet meer, opdat u niet iets ergers overkome" (Joh. 5:14). Jezus stelt deze vraag met de bedoeling, dat de nood aan Hem zou worden uitgesproken, dat de zieke door zijn woorden de kern van zijn nood op Jezus zou projekteren en daarin en daardoor zou weten wie en wat hij was. Hij deed dit en daar kwam aan het licht dat zijn nood zijn eenzaamheid was: ,,Here, ik heb geen mens" (Joh. 5 :7). Ik heb niemand, dit is mijn nood. Als ik iemand gehad had, lag ik hier niet meer, dan was ik reeds lang gedragen naar het water, als een engel des Heren in het bad nederdaalde (Joh. 5 :4). Omdat deze zieke niemand had, kwam Jezus en toonde Zijn heerlijkheid. Hij trad in relatie met de man die niet over relaties beschikte. Hij toonde Zijn liefde voor de gebrokenheid van de mens en genas hem. Laten we vooral niet denken, dat Jezus alleen deze ene wilde genezen en al de anderen ziek laten. Zo is de Heer niet. Hij heeft hen allen even lief en zal voor hen allen de zonden en ziekten dragen aan het kruis (Jes. 53:4, 5). Ze hadden allen genezen kunnen worden, indien ze maar tot Hem gekomen waren. ls ze alleen maar geroepen hadden: ,,Here Jezus, heb medelijden met mij !", dan zou de Heer hen geantwoord hebben, juist zoals Hij de roepende blinde bedelaar antwoordde: ,,Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" (Luc. 18 :41). Maar ze hadden geen vertrouwen in Jezus, hoewel ze voor hun ogen het wonder zagen gebeuren. Ze hadden meer vertrouwen in de engel die het water kwam beroeren en in de mensen die hen opnamen en er heen droegen, dan in Jezus. Zijn wij mensen van de 20e eeuw niet precies zo? Wij hebben ons vertrouwen gesteld op allerlei mensen die ons behulpzaam zijn en op allerlei geneesmethoden, maar niet op de Heer. Jezus staat als het ware vóór ons met een volkomen genezing, naar ziel, geest en lichaam. Hij zegt tot ons: ,,Wilt gij gezond worden?" Dan antwoorden wij: ,,Heer, ik kan dat niet zó, maar, op Uw woord en op Uw gezag aannemen, ik kan dit nog niet zien buiten en los van de ingreep en de hulp van mensen om, ik vertrouw meer in een door U gezegende medicus, dan rechtstreeks en alleen op U. Maar als alles bij mensen onmogelijk blijkt, Heer, dan kom ik tot U!" ‘ Ik ben altijd bewogen als een zieke die voor genezing komt, zegt: ,,De dokters hebben er alles aan gedaan, zij kunnen mij niet helpen, ik ben ongeneeslijk verklaard!" Ze zeggen dan eigenlijk: ,,Heer, ik heb niemand (meer)!" Bij Jezus bestaat geen ongeneeslijkheid, of hopeloosheid, of reddeloosheid. ,,Daar zijn geen grenzen aan Jezus' macht." Halleluja! Ook aan Zijn liefde en ontferming zijn geen grenzen. Wie waarlijk tot Hem komt in vol vertrouwen, die helpt Hij uit elke nood!

Uw wil geschiede

De meesten onzer antwoorden op de vraag! van Jezus: ,,Wilt gij gezond worden?" met een: ,,Heer, als het uw wil is!" Of als Jezus zegt: ,,Wat wilt gij dat Ik u doen zal?" met een: ,Heer, Uw wil geschiede." Dit lijkt een heel vroom antwoord, maar God geeft niets om dit soort vroomheid. Hij wil geloof zien. Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Nooit zien wij dit soort vroomheid bij de mensen die tot Jezus kwamen. Eénmaal lezen wij van een zieke, dat hij er niet zeker van was of Jezus hem wilde genezen. Het was een melaatse. Hij kwam tot Jezus met de woorden: ,,Heer, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen" (Matth. 8 :2). Wat ben ik dankbaar voor deze mens, omdat wij door hem het antwoord uit Jezus mond vernemen: ,,Ik wil het, wordt rein!" (Matth. 8 :3). Hij is nog Dezelfde, vandaag. Hij wil! Jezus wil! Aan Hem ligt het niet. Ja maar, zegt u, heeft de Heer dan niet geleerd te bidden: ,,Uw wil geschiede?" De Heer leerde ons dit gebed en daarbij heeft Hij ons ook duidelijk gemaakt wat de wil van God is, n.l. dat wij verlost worden van al onze zonden en ziekten. De Heer leerde ons bidden: ,,Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde" (Matth. 6 :10). Dat is heel iets anders dan lijdelijk afwachten: misschien zal de Heer het doen, misschien ook niet. Gelijk in den hemel. De engelen in de hemel zijn nimmer ziek. Zij hebben maar één verlangen: de wil van God te doen in volmaakte gehoorzaamheid. De satan heeft op hen geen vat, elke opdracht van God wordt volmaakt uitgevoerd. Zo moeten wij ook bidden dat Gods wil zal gedaan worden. in volmaakte gehoorzaamheid, door ons op aarde. Nog eenmaal lezen wij in de bijbel het gebed: Uw wil geschiede. Dan is het Jezus Zelf die dit gebed bidt tot de Vader. Ook ier heeft dit gebed niets te maken met ziekte, maar met gehoorzaamheid tot de dood ,ja de dood des kruises. Er staat van de eer, dat ,,Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd heeft uit hetgeen Hij heeft geleden" (Hebr. 5 :8). Wij zullen nooit genoeg kunnen danken voor deze gehoorzaamheid van onze Heiland. De Heer wist welk lijden Hem wachtte en dan smeekt Hij: ,,Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik dien drinke, Uw wil geschiede" (Matth. 26:42). Jezus heeft de volle drinkbeker van het lijden aanvaard en hem tot de bodem geledigd. Dit was het wonderbare heilsplan van God, dat door Zijn lijden en sterven de macht van satan over de mensenkinderen voorgoed verbroken zou zijn. Hij heeft ons een volkomen verlossing bereid. Ginds op Golgotha wordt ons duidelijk wat Gods wil is voor ons, n.l. dat wij, gereinigd van al onze zonden en genezen van al onze ziekten, voortaan zullen leven tot eer van Hem, ,,Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven ; en door Zijn striemen zijt gij genezen" (I Ptr. 2 :24).

0, dat God ons de ogen opent, opdat wij weten wat wij bidden als wij zeggen: Uw wil geschiede! God wil, dat wij, aan geen enkele zonden gebonden, leven Hem ter eer en op deze wijze deel hebben aan de Goddelijke genezing. Eigenlijk is het zo, dat in Gods ogen iedere ziekte is genezen en elke zonde verzoend. ,,Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen." ,,Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53 :4, 5). Het gaat er maar om of wij geloven, God op Zijn woord geloven? Door het geloof worden wij behouden, dit geldt zowel voor de ziel als voor het lichaam. Jezus zegt vele malen: ,,Uw geloof heeft u behouden" en dit zegt Hij als een zieke genezing ontvangt. Ja maar, zult u misschien zeggen, ik heb altijd gemeend dat die genezing waar Jesaja van spreekt, geestelijk wordt bedoeld en dat het toch meer over redding gaat. Gods woord geeft ons hierop een duidelijk en positief antwoord. God bedoelt altijd wat Hij zegt en Hij zegt wat Hij bedoelt. Laten wij er ons aan houden. Bij Jezus wordt het woord van Jesaja letterlijk waar, als we lezen: ,,Hij dreef de boze geesten uit met Zijn woord en die ernstig ongesteld waren, genas hij allen, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door den profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen" (Matth. 8 : 16, 17). Met rode striemen van bloed is het in Jezus’ rug geschreven, dat God u en mij wil genezen.

Psalm 103 :3 zegt en u kent allen dit woord: ,,Die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest." Wij geloven dat Jezus alle zonden vergaf, niet één zonde van een zondaar onvergeven liet. Waarom kunnen wij niet geloven, dat Jezus alle krankheden genas aan hetzelfde kruis, alle ziekten op Zich nam? In deze psalm, eveneens als in Jesaja 53, wordt gezegd, dat alle zonden en ziekten en smarten door Jezus gedragen zijn! Allemaal, zonder uitzonderingen.

Waarom verkleinen en vertekenen wij toch altijd Jezus heerlijke daden, waarom trekken wij Zijn grote liefde in twijfel en proberen wij met allerlei listige interpretaties Zijn heerlijk verlossingswerk te bagatelliseren? Waarom zijn wij vromer dan Jezus? Waarom staan wij klaar met onze scepsis wanneer van wonderen Gods verhaald wordt? ,,We zullen wel eens zien hoelang dat duren zal"; ,,allemaal suggestie en anders niet"; ,,die wonderen waren voor vroeger, tegenwoordig hebben we immers zulke knappe specialisten", enz. Wij twijfelen er aan in het diepste van ons hart, dat het waar is wat wij zingen: ,,Daar zijn geen grenzen aan Jezus macht, voor elk die wonderen van Hem verwacht! Ja, wie Hem aanraakt, ervaart Zijn kracht. Daar zijn geen grenzen aan Jezus’ macht!" ,,Voor elk die wonderen van Hem verwacht", ja daar mankeert het aan, wij verwachten in onze intellectualistische eeuw geen wonderen. Wij verwachten het van medici en specialisten, maar wonderen, bovennatuurlijk ingrijpen van God, neen! Jezus genas allen die tot Hem kwamen. Kunt u zich indenken dat er een ongelukkige blinde of verlamde of melaatse tot Jezus kwam en dat Hij dan zei: ,,Het spijt mij, vrind, je moet eerst nog maar wat berusting leren", of ,blijf maar een poosje ziek, want je ziekbed zal tot eer van God worden gesteld door de wijze waarop je je lijden geduldig weet te dragen". Hoe vroom dit ook moge klinken, Jezus heeft nimmer iemand weggezonden die om schuldvergeving bad, evenmin als Hij iemand ,,ledig" wegzond die om genezing bad! Zijn liefde is gegeven voor de totale mens, Zijn wonderbaar werk van herstel is voor de hele menselijke existentie: ziel, geest en lichaam. Zijn evangelie is de boodschap van verzoening, vernieuwing en wederoprichting van een gevallen wereld, voor de nood van deze wereld in alle aspecten: psychische zowel als fysieke. Halleluja! Het werk van verzoening strekt zich mede uit over de lichamelijke verbrokenheid. Hij is de Heelmeester voor elke verbrokenheid, ook de lichamelijke. Hij is op aarde gekomen om de liefde, de genade, de ver- zoening vanwege de Vader te brengen ,,voor elk die wonderen van Hem verwacht!" Wonderen van verlossing en genezing!

Neen, Jezus zendt geen zieken weg, soms is Hij nog zeer laat in de avond bezig om Zijn heil te schenken aan zieken en ongelukkigen, vele honderden genas Hij, maar iemand die Hem nodig had, die in geloof op Hem afging wegsturen? Neen, dat deed Jezus niet. Dat doet Jezus ook vandaag niet. Dat is niet overeenkomstig Zijn ,,wezen". Neen, prijst Hem, zo is Hij niet. Hij is de onveranderlijke. Als wij geloven, dat Hij met ons is tot aan de voleinding der wereld, dan is Hij Dezelfde Jezus, Die alle zieken genas, Diezelfde wonderbare Heiland is het die met ons is. Halleluja! Hij was het die de Heelmeester was van Israël in de woestijn (Ex. 15 :26; 23 :25, 26). God wil het getal onzer dagen vol maken en alle ziekten uit ons midden verwijderen, als wij gehoorzaam zijn aan Zijn stem. Hij zal onze Heelmeester zijn totdat de gemeente geheel volmaakt naar ziel, geest en lichaam Hem tegemoet gaat in de lucht (II Thess. 5 :23).

De Heer wil genezen

Als Jezus de twaalven uitzendt, is hun opdracht: ,,Gaat en predikt en zegt: ,,Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit!" (Matth. 10 :7 ,8). ,,En gaf hun macht en gezag over al e boze geesten en om ziekten te genezen. En Hij zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen en genezingen te doen" (Luc. 9 :1, 2). Later zendt Jezus de (twee en) zeventig uit met dezelfde opdracht: ,,Geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen" (Luc. 10 :9). Bij Zijn heengaan van deze aarde zegt Jezus: ,,Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden. Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen (niet de apostelen, niet de voorgangers, maar gelovigen) volgen: in Mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken (leest u het wel, het laatste bevel van Jezus­Zelf!, dat we in nieuwe tongen moeten spreken), slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden" (Marc. 16 :15-18).

Wij lezen in de bijbel, dat de gelovigen eerst gewacht hebben op de Doop des Geestes, omdat ze zómaar, ondanks vele en bijzondere ervaringen met Jezus, geen capaciteit en geloof hadden voor hun opdracht: de vernieuwende kracht van het Koninkrijk te brengen aan een verloren wereld. Ze konden de rechte woorden niet vinden in hun eigen kleine en begrensde geest, ze konden de krachten niet vinden in hun wankelend geloof. De Heer gebood niet dat ze uit zouden gaan en overal theoretiseren, maar de kracht van het Koninkrijk tonen aan een arme mensheid. ,,Want het Koninkrijk bestaat niet in woorden, maar in kracht" (I Cor. 4 :20). Het Koninkrijk is niet een (boeiende!) theorie, maar kracht, vrienden! En niets minder! Glans, heerlijkheid, triomf over zonde, ziekte en demonie, overwinning! Nadat deze discipelen hun persoonlijk Pinksteren hadden gevierd en aangedaan waren met kracht uit de Hoge, konden zij gaan en wij lezen dat deze jmannen wonderen en tekenen deden, tot meerdere glorie voor Jezus, Wien gegeven was alle macht in hemel en op aarde. Deze mannen waren gehoorzaam aan de gehele opdracht; zij predikten een evangelische bekering, een evangelische doop, een evangelische boodschap van demonen-uitdrijving, een evangelisch spreken in tongen, een evangelische genezing met handoplegging. En de Heer zegende deze evangelische bediening, ,,terwijl Hij medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die er op volgden" (Marc. 16 :20). ,,En des te meer werden er toegevoegd, die de Heer geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen (Hand. 5 :14-16). ,,En Stephanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk" (Hand. 6 :8). ,,En Philippus daalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus. En toen de scharen hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want velen van, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in die stad" (Hand. 8 : 5, 6). Ook Paulus zien wij overal waar hij het volle evangelie predikt, genezingen en wonderen doen. Hier zien wij niet de handelingen van Jezus, maar de handelingen der apostelen en andere gelovigen. Stephanus en Philippus waren geen apostelen. In Iconium predikten Paulus en Bamabas geruime tijd, ,,vrijmoedig sprekende in vertrouwen op den Here, die getuigenis gaf aan het woord Zijner genade en tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden" (Hand. 14 :3). Te Efeze ,,deed God buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn li- chaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren" (Hand. 19 : 11, 12).

Overal waar het evangelie werd gepredikt, werden ook zieken genezen en demonen uitgeworpen. Hebt u wel gelet, dat er nergens restricties gemaakt worden, beperkingen. Waarom zijn wij geneigd altijd weer geïrriteerd te worden als wij dit horen en waarom putten we ons steeds weer uit om deze wonderen aan te vallen, naar ,,vroeger" te verwijzen of niet te aanvaarden. Telkens als wij dat doen stoten we de kroon van Jezus hoofd! Jezus heeft deze krachten door Zijn Geest niet geschonken om in de begintijd de jonge gemeente te legitimeren aan de heidenen of hen te versterken in geloof of om zielen te winnen voor het Koninkrijk, om later, wanneer de kerk op mars is gegaan, deze geestelijke capaciteiten terug te nemen. Jezus gebood het evangelie te prediken tot aan de uitersten der aarde, ja zelfs aan de ganse schepping. Er zal toch niemand zo dwaas zijn te menen, dat we hier reeds mee gereed zijn. Steeds weer worden stammen en mensengroepen ontdekt waaraan het evangelie nog niet werd gepredikt, en de uitersten (niet al- leen geografisch, maar ook in diepte van duisternis der zonde) van de aarde zijn nog niet bereikt met het Woord der verlossing. De genezingen zullen niet ophouden, zolang er nog iets te genezen of te vernieuwen zal zijn. ,,Zie, Ik maak alle dingen nieuw" (Openb. 21:5) spreekt Jezus. De genezingen zullen zelfs niet ophouden als Jezus in Zijn volle heerlijkheid op aarde regeert. Ziet u maar wat er staat in Openb. 22 : 1, 2: ,,En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit den troon van God en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalf maal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende: en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren".

Genezing door schuldvergiffenis

Er kunnen vele belemmerende oorzaken zijn, waardoor geen genezing ontvangen wordt, terwijl toch de bijbelse weg wordt gevolgd. Daar zijn onbeleden zonden. Jacobus zegt: ,,Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt" Jac. 5 : 16). Let wel, er staat niet: ,,Belijdt daarom elkander uw zonden, opdat gij vergeving ontvangt", maar ,,genezing". Het opruimen van zonden en schuld wordt gezegend met geestelijke zowel als lichamelijke genade. Heel de mens mag in de vergeving staan, in het heil van Christus. De verzoening dringt mede diep in ons fysieke leven, de feestelijkheid van vrij te mogen staan van neerdrukkende en veroordelende zonden wordt ook ervaren als balsem voor het lichaam, dan wordt de genezende kracht genoten. We hebben dikwijls mensen gezien, die maar niet genazen, doch die tenslotte tot verbreking kwamen en schuld beleden en toen terstond genazen. Onbeleden zonden verhinderen de werking van Gods kracht in het lichaam, het slaat de deur toe naar het heil. Wrok, haat, verbittering, onvergevingsgezindheid barricaderen de deur voor de Heiland, het houdt de ziekte in het vlees vast, het laat de machten der duisternis niet los. De hele bijbel door zien wij dat schuldvergeving voor genezing uitgaat. ,,Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden" (Jes. 53 :5). Dus eerst de ongerechtigheden verzoend en daarna ook terstond de genezing. Ook in psalm 103, vers 3: ,,Die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest". Let wel, het is steeds in deze volgorde, eerst de aangelegenheden van de ziel in orde, daarna de dingen van het lichaam, eerst de eeuwige ,,genezing", daarna de tijdelijke, eerst hebben we de Heer als Zaligmaker te eren, daarna mogen wij Hem begroeten als Heelmeester. Ook Petrus beschrijft Jezus als Degene, ,,Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striernen zijt gij genezen" (1 Petr. 2:24). Ook hier eerst de zonde weggedaan, alvorens de ziekte verdwijnen kan. Het is daarom noodzakelijk, als wij bij de Heer aankloppen voor genezing, dat wij ons eerst verootmoedigen en vragen, of de Heer ons toont waarin wij tegen Hem en onze medemensen gezondigd hebben. Als wij onze zonden beleden en van onze vergiffenis zeker zijn, mogen we ook rekenen op genezing. Het zalven met olie, waar Jacobus over spreekt in Jac. 5 :14, is een symbolische handeling, een beeld van een vernieuwde toewijding aan de Heer, waarbij de olie het beeld is van de Heilige Geest. Evenals de priesters werden gezalfd met olie bij hun wijding voor de dienst des Heren. ,,En het gelovige gebed zal den lijder gezond maken" (Jac. 5 :15).

Een waarlijk gelovig gebed is ’n gebed van KRACHT. Het wordt hier door Jacobus vergeleken bij het gebed van Elia, dat de hemel sloot voor de regen, drie en een half jaar. ,,En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten" (Jac. 5 : 18). Het gelovige gebed is een gebed van gezag, van volmacht. Jezus zegt: ,,Ik zeg u, wie tot dezen berg zou zeggen, hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt geschiedt het zal hem geschieden. Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal u geschieden. En wanneer gij staat te bidden, vergeeft wat gij tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen vergeve. Indien gij echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, Die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven" (Marc. 11 :23-26). De Heer is bereid, naar Zijn belofte, grote dingen te doen op uw gelovig gebed (een gelovig gebed is een gebed, waarin reeds het danken te horen is voor de verkregen verhoring), maar verwacht dat wij ,,rein" staan, met hart en handen, tegenover de Heer en onze naaste. De weg moet ,,vrij" zijn, alle barrières dienen te zijn geslecht naar boven en naar buiten toe. De grote dingen die de Heer wil geven, komen op conditie van uw bereidheid uzelf daarvoor volkomen in te zetten, de Heer kan het niet ,,kwijt" aan een half, gedeeld mens. De genezing van ons lichaam is een aangelegenheid, waarmee wij tot de Heer mogen gaan. Men meent dat de dingen van de ziel, het hart, tot de Heer dienen te worden gebracht, doch ons lichaam vertrouwen we zonder meer Hem niet toe, daarvoor gaan wij andere hulp zoeken. De mens kunnen wij niet als tussenschakel missen, ons geloof waagt deze uiterste stap niet. De Heer willen wij vertrouwen en geloven voor de grote en eeuwige dingen van ons hart, maar de kleine, tijdelijke dingen van ons stoffelijk bestaan durven wij Hem niet gans vertrouwen. Voor de eeuwiïheid durven wij mensenhulp niet te vertrouwen en voor de tijdelij heid durven wij God niet te vertrouwen. De ziel, die een miljoen, ja meer: de eeuwigheid, ja meer: het leven van Jezus, waard is, vertrouwen wij de Heer toe, maar ons lichaam, dat (chemisch) f2,75 waard is, dat vertrouwen we de Heer niet toe.

Broeder en zuster, geloof de Heer voor alles wat u nodig heeft. ,,Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?" (Rom. 8 :32). Vertrouw Hem dus voor alles, voor de oplossing van al uw nood, voor ziel, geest en lichaam. Jezus is te vertrouwen voor vernieuwing. ,,Zie, Ik maak alle dingen nieuw!" Halleluja!

KAREL EN ELISABETH HOEKENDIJK