unity in the body of Christ

Door Gerrit Hiemstra

Wat gebeurd  er met Israël, Juda en Efraïm?

De profeet Hosea had drie kinderen die allemaal een profetische naam gekregen hadden.
De eerste was Jizreël een zoon. De tweede, Lo-Ruchama, een dochter en de derde, Lo-Ammi, een zoon. Elke naam gaf God’s  intentie aan, wat Hij wilde doen met het huis Israëls. (De tien stammen van Israël hier natuurlijk mee inbegrepen).

Met  Jizreël ’s  geboorte zei God: 
“Ik zal een einde maken aan het koninkrijk van het huis Israël”. Hosea 1:4

Met de geboorte van Lo-Ruchama zei God: 
Ik zal mij voortaan niet meer over het huis Israëls ontfermen, dat Ik hun iets vergeven zou”. Hosea 1:6

Met de geboorte van Lo-Ammi  zei God: 
Gij zijt mijn volk niet en Ik zal de uwe niet zijn”. Hosea 1:9

Toen voegde God deze verbazende zin er aan toe: 
Eens echter zullen de kinderen Israëls talrijk wezen als het zand der zee, dat niet te meten of te tellen is. En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet, zullen zij genoemd worden, kinderen van de levende God. Dan zullen de kinderen van Juda en de kinderen van Israël zich bijeenscharen, één hoofd over zich stellen” Hosea 1:10-11

Dit is precies de Bijbeltekst die Paulus citeert in zijn brief aan de Romeinen. Wanneer Paulus schrijft: 
zelfs ons heeft Hij geroepen, niet alleen uit de Joden, maar zelfs uit de heidenen” bewijst hij, dat de heidenen zijn in het rijk van Israël. Romeinen 1:6,7   Romeinen 9: 24-27.  Zoals hij inderdaad in Hosea zegt:  “Ik zal niet-mijn-volk noemen: mijn volk, en de niet-geliefde: geliefde”. Romeinen 9:25

En juist ter plaatse waar tot hen (Hebreeërs) gezegd werd, jullie zijn Mijn volk niet, zullen zij zonen van de levende God genoemd worden. Net zoals de Apostel Johannes in verbazing tot de heidense gelovigen roept: Zie welke liefde de Vader over u uitgeroepen heeft, dat gij (heidenen) kinderen Gods genoemd worden, net zoals wij. 

Net zoals Juda min of meer de twee stammen van Juda en Benjamin symboliseert, symboliseert Efraïm de 10 stammen van Israël. En hoewel er mensen waren uit de stammen van Israël die meededen met het huis van David en naar Judea waren gekomen, voegde het grootste gedeelte van de stammen uit het huis van Jereboam. Natuurlijk verspreidden de levieten zich over Efraïm alsook over Juda, in de steden die hen speciaal toegewezen waren, zodat we zelfs tot heden onder Juda (de Joden) de Cohennim, de Levieten of priesters aantreffen.

Er zijn verschillende suggesties en dogma’s, in het verleden naar voren gebracht, om de raadselachtige vraag van de 10 stammen op te lossen. Een van de meest bekende, eigenlijk een ketterij, is het Britse  Israël visioen. Deze suggereert dat de 10 stammen na hun verstrooiing uiteindelijk hun weggevonden hebben naar Noord Europa en dat vooral  de noordelijke protestantse volken met een monarchie tot de 10 stammen van Israël behoren, met de V.S. en Engeland als Manassa en Efraïm zijnde en Denemarken oorspronkelijk van de stam Dan komende.

Dit is natuurlijk uitermate verkeerd en tegen de schrift van Hosea, die voordien geciteerd werd. God sprak, dat Hij geen erbarming meer over hen zou hebben, hen volledig zou vernietigen, hen niet meer zijn volk zou noemen en hun op een bepaalde manier zou vervangen door de ontelbare schare van gelovigen uit alle stammen en heidense volken. Dat was zijn belofte, geen blijvende rol voor het huis van Israël, zoals Hij het aan het huis van Juda beloofd had.

Zoals God sprak: “Ik zal Mij voortaan niet meer over het huis Israëls  ontfermen, dat Ik hun iets vergeven zou. Doch over het huis van Juda zal Ik mij ontfermen, en hen verlossen als de Here hun God”.  Hosea 1:6,7

Dus Juda kwam twee keer terug naar hun land, de eerste keer vanuit Babylon en de tweede keer van uit alle landen, waar Juda of de Joden verstrooid waren, maar de 10 stammen kwamen, net zoals God had gezegd, nooit terug.
Zelfs wanneer sommigen argumenteren, dat de Europese protestantse naties, of de rond trekkende zigeuners  of andere afstammelingen van de 10 stammen zijn. Het feit dat zij niets hebben wat terugvoert tot Israël, geen besnijdenis, geen Israëlische tradities, ook niet van plan zijn om ooit naar hun  land terug te gaan, laat zien dat zij geen kandidaten voor Efraïm of de 10 stammen zijn, want volgens het profetische woord zou Efraïm terugkomen en met Judea verenigd worden en de twee takken of mensen zoude één worden. Dit is niet wat de Britse Israëlieten leren, vanuit de kwartieren wordt geen emigratie geleerd.

Maar er bestaan verzen, dat God, die het huis van Israël verworpen heeft, Efraïm niet kan vergeten, zoals Hij in Hosea 11:8 zegt: “ Hoe zou Ik prijsgeven, Efraïm, u overleveren Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven als Adama, u maken als Eboïm? Mijn hart keert zich om in Mij, ten volle wordt mijn erbarming opgewekt. Ik zal mijn brandende toorn niet ten uitvoer brengen. Ik zal Efraïm niet verder verderven. Want Ik ben God en geen mens, heilig in uw midden, en Ik zal niet komen met toorngloed.” Hosea 11:8,9

Hier is een geheim en om dat te kunnen begrijpen, moeten we naar het begin van Efraïm kijken. Efraïm was een zoon van Jozef  en Asnat, zijn Egyptische vrouw. De zegen die Efraïm kreeg van zijn grootvader  Jakob, toen Jakob zijn rechter hand op hem, de jongere zoon van Jozef legde  luide de zegen aldus: “zijn nageslacht zullen talrijke volken zijn”. Het Hebreeuwse woord voor talrijke volken is: “Melloe Hagoyim“dat beter vertaald zou zijn met: de volheid van de heidenen. Dit woord alleen nog maar één keer voor inde hele Bijbel! Paulus gebruikt het in zijn brief aan de Romeinen.  “…. Totdat de volheid der heidenen binnen gaat, en aldus zal gans Israël behouden worden”.  Romeinen 11:25,26

Net zoals Jozef, verworpen door zijn eigen broers,  daarna in Egypte kwam en Efraïm verwekte bij zijn heidense vrouw Asnat , zo kwam de Grotere (die Jozef verwierp toen der tijd door zijn eigen broers) naar de heidenen  en verwekte bij hen, door het zaad van het evangelie, de Efraïm van God, de volheid van de heidenen. Dit is de zelfde gedachte die Jacobus tot uitdrukking brengt in Jeruzalem wanneer hij zegt: “Simon heeft uiteen gezet, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen”.  Handelingen 15:14

Dit thema kunnen we ook on het boek “De Tweede Exodus” van Le Roy Gager vinden. Waarin hij laat zien hoe elke verlosser, die naar de Joden gesteurd was, Jozef, Mozes en ten slotte Jezus Christus, Gods Zoon, niet in staat was geaccepteerd te worden  bij hun eerste opdracht en dat door hun verwerping  door Gods eigen volk, zij bij de heidenen belandden ;  Jozef in Egypte, Mozes in Midian, waar hij een heidense vrouw tot vrouw nam, en tenslotte Jezus Christus, die na zijn opstanding door vele heidenen ontvangen werd.

Het is zoals Johannes zegt: “Hij kwam tot de zijne, en de zijne hebben Hem niet aangenomen. Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in zijn naam geloven.”.  Johannes 1:11-12. 
Precies zoals in Hosea geprofeteerd werd: “En ter plaatse waar tot hen gezegd wordt: Gij zijt mijn volk niet, zullen zij genoemd worden kinderen van de levende God”. Hosea 1:11. Maar zoals Le Roy Gager in z’n boek laat zien werden de mensen, die God gesteund had om zijn volk te helpen bij het tweede bezoek ontvangen. Door hen werd het volk gezegend en de vrouwen gingen mee.

Nu terug naar Efraïm, hoewel God via Hosea gezegd had hij het gehele huis Israëls zou vernietigen, de 10 stammen mee inbegrepen en Zich over Juda zou ontfermen, die na 70 jaren van gevangenschap in Babylon weer terug kwam in eigen land. God kon zijn liefde voor Efraïm niet vergeten, uit haar zou de volheid van de heidenen komen. Dus niet helemaal tevreden zijnde met alleen Juda, beloofde Hij Efraïm te verwekken door de heidenen, daar waar de 10 stammen verstrooid waren en via de wederom geboren heidenen, zou Hij zijn Zonen (verspreid over de gehele wereld) weer terugvinden en hun allen in de boom en het rijk van Israël graveren uit de twee, één makende.

Dit is de belangrijke leer van het nieuwe testament, Dat God de heidenen, die geloven, een erfenis  beloofd heeft, tezamen met zijn volk. Dus heidenen zijn mede erfgenaam.
Net zoals Paulus aan de Efeziërs schrijft:  “Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werd door de zogenaamde besnijdenis, die werk is van mensenhanden aan het vlees is, dat gij te dien  tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar thans is Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus”.  Efeziërs 2:11,11,12.

Net zoals een beetje verder in dezelfde brief zegt: “….. Dit geheimenis, dat de heidenen mede erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie”. Efeziërs 2:6

Hij zegt hetzelfde in zijn epistel in Handelingen, waarin hij zegt, dat de heidense gelovigen uit hun eigen heidense achtergrond gewekt en in dezelfde boom van Israël geënt zijn. Dit betekend niet, dat de Christelijke kerk, het Israël van God vervangen heeft, maar dat de volheid van de heidenen eraan toegevoegd is, in de boom van Israël geënt.
Alleen die Joden die niet geloofden werden weggebroken, maar op Gods tijd weer geënt, wanneer Hij die de geest van genade en smeekbede uitgiet en zij Hem zien die ook voor Israël gestorven   en gekomen is. Wij zijn beslist niet in een andere boom geplant, met name een gemeente of een christelijke kerk, of een christelijk geloof. Wij zijn in dezelfde boom van Israël ingeplant.

Het Nieuwe Testament kent alleen maar één schare, één lichaam, één kudde of schare, één lichaam, één boom en één gemeenschap, dat van Israël.
De twee scharen zullen één worden, dit zegt Jezus Christus. Juda en Efraïm, die de volheid van de heidenen representeren. Zij zullen tezamen één kudde, één volk, één schare, één lichaam, één huisgezin, één boom zijn. En zal de Here Jezus Christus terugkomen en gans Israël zal gered worden. Het is zo iets geweldigs, dat er geen verschil meer is tussen Israël en de gelovigen uit de heidenen.
Israëls  Messias is de Messias van de heidenen. Israël Verlosser is de Verlosser van de heidenen. Tezamen, Israël en de gelovigen uit de heidenen hebben dezelfde Herder, met één schaapskooi.
Het gaat allemaal nog veel verder, al die grote beloftes aan Israël gedaan, zijn ook bestemd voor de gelovige heidenen. De verlossing, de bevrijding, de bescherming, de vervulling, de genezingen.
Wij gelovige heidenen maken deel uit van Israël, wij zijn geïntegreerd in Israël. De genade voor Israël is onze genade geworden. God kan Efraïm niet vergeten.

O, de geweldige genade en wijsheid van God, die in grote genade naar beneden keek en ons heidenen samengevoegd heeft, door het geloof, op de edele boom van Israël.
Op het moment, wanneer deze waarheid tot ons komt en wij dit verstaan zal het ons geloof en gedachten aangaande de eindtijd verrijken en onze visie verrijken.
De grootste volheid voor ons is, net zoals Paulus zegt, wanneer wij heidenen het geloof en verlossing door Israëls van alles hebben gekregen.  Na de val van Israël is de geweldige rijkdom over de wereld gekomen, hoeveel te meer hun aannemen de volheid zal komen.  Romeinen 11:12

Daarom moeten wij ons zeer verblijden met Israël en de Joden, die nu verzameld zijn na hun lange verwijdering uit het beloofde land, waar ze na enkele duizenden jaren terug zijn gekomen in hun eigen beloofde land. Wij zullen ons moeten verblijden met de Joden bij hun thuiskomst.  Wij hebben alle reden om feest te vieren onze oudste broer komt naar huis de Vader stond al lange tijd op de uitkijk naar zijn oudste zoon.

Het lijkt zo gezien verbazend wekkend dat Zacharia de grote profeet, een dag aan de horizon ziet dat God met zijn grote genade terug keert tot zijn volk en hun doet wonen in hun eigen land. Hij zegt : “In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is”. Zacharia 8:23

Het lijkt toepasselijk dat de Bijbel het hier heeft over tien mannen heeft, alsof de verloren stammen door God hersteld worden, door de volheid van de heidenen, die samen met Juda  de gehele natie Israël gaan vormen. Wanneer dit waar is, wat ligt er dan voor ons gelovigen een geweldige toekomst voor ons. Wanneer God het koninkrijk zal teruggeven aan Israël. Hij heeft het beloofd!

Net zoals Jacobus zegt: “Simon vertelde hoe God van meet aan erop bedacht was, een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen, Daarna zal Hij wederkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen en wat daarvan is ingestort, zal Hij weer opbouwen en zal haar weer oprichten, opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen. Over welke zijn naam is uitgeroepen. Spreekt de Here die deze dingen doet, welke van eeuwigheid bekend zijn”. Handelingen 15:14-17

Wat allemaal nog voor ons, heidense gelovigen, ligt wanneer God zijn volk weer in zijn ontferming tot Zich neemt is nog niet allemaal bekent, maar in ieder geval is het een begin van de grootste zegen voor de gelovigen over de gehele wereld. 
Paulus noemt het "Leven uit de dood" Romeinen 11:15. Laten wij die dichtbij het herstel van het koninkrijk van Israël leven bescheiden blijven, opdat wij niet als tak niet van de boom afgehakt worden, net voor de tij dat God naar Zion terugkeert met eeuwige weldaden en zegeningen.

Wanneer het Nieuwe Testament lezen wij dat het alleen maar over één volk van God gaat, bestaande uit Joodse en gelovige heidenen, deze maken deel uit van God’s Israël, zijn volk, zijn kudde, het het lichaam van God’s Zoon. Dan vervalt het idee dat er twee speciale groepen zijn, één uit de heidense gemeente, en één uit het volk Israël. Eén met een hemelse roeping en één met een aardse roeping. Dat is geen gezonde Bijbelse leer. Door Jezus Christus worden de twee allen zonen.
Wij kennen allen het bekende gezicht van Ezechiël 37, waar de wonderbare verrijzenis van het volk Israël, dit alles door de profeet wordt beschreven.  Het tweede gedeelte is minder bij ons bekend. 
Meteen na deze wonderbaarlijke verrijzenis van het volk Israël komt het gezicht van twee stukken hout, dat van Juda en Efraïm deze worden in God’s hand tot één stuk hout.

Zeg dat tot hen: Zo zegt de Here, Here: zie Ik neem het stuk hout van Jozef dat aan Efraïm toebehoort en van de stammen van Israëls die daarbij behoren, en Ik voeg het bij het stuk van Juda en maak ze tot één stuk hout zodat zij één zijn in mijn hand……Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan  zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. En Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israëls, en één koning zal over hen allen koning zijn: niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken…… En mijn knecht David zal koning over hen wezen; een herder zal er voor hen allen zijn". 
Ezechiël 37:15-28

Deze woorden brengen ons naar de woorden van Jezus Christus in Johannes hoofdstuk 10 Jezus leert hier van een eenheid van één kudde en ÉÉN HERDER.  Daar heeft Hij het over ons heidense gelovigen die samengebracht worden met de kudde van Israël en op deze manier één kudde worden met één herder. Jezus zegt: “Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één Herder”. Johannes 10:16

Geënt in de wortelDe vraag komt nu bij ons boven: als er op het laatst alleen maar één volk van God is; bestaande uit Joden en bekeerde heidenen tezamen in één kudde en vormen samen dat ene lichaam, waar zijn dan de heidense gelovigen gebleven. Is dit het geheimenis, waar Paulus naar verwees toen hij zei:  ik maak bekend aan de heidenen dat zij mede-erfgenamen kunnen worden, medeleden, medegenoten van alle beloften van God in Christus Jezus, ja en amen worden. Ten overvloede: Alle heidenen die Jezus Christus aannemen en door Hem, door de Heilige  Geest in de wortel van de olijfboom worden ingeënt, zodat er niet meer twee volken zijn of twee naties. Niet meer een gemeente of het Israël, maar dat zij allen één zijn verbonden door Christus in één Israël. 

Israël betekent: “Hij die met God strijd en overwint”!  Genesis 32:28 “De poorten van het dodenrijk zullen hen niet overweldigen (overwinnen)”. Mattheus 16:18  Het zal zijn: één kudde, één Herder, één Koning één verloste natie, met koning Jezus Christus aan het hoofd.

Wij moeten naar het geheim zoeken van de twaalf herstelde stammen uit de Openbaringen van Johannes uit hoofdstuk 7:4-8. Waar komen de 12 keer 12.000 uit elke stam vandaan, dat is samen 144.000. Wie weet vandaag de dag nog, tot welke stam hij of zij behoort? De meeste Joden weten dat ze van de stam Juda afstammen, sommige weten dat zij “Cohemim” zijn en van de stam Levi afstammen, maar daarna wordt het zeer moeilijk en vaag.
Wie heeft bijvoorbeeld iemand ontmoet, die beweert dat hij van de stam Dan of Issaschar afstamt.
Dit betekent, dat wanneer wij de openbaar aan Johannes over de herstelde stammen van Israël, wij op een bepaalde tijd moeten wachten, wanneer God op een wonderbaarlijke wijze aan iedere Israëliet van God, zijn of haar stam laat zien.

Ik denk niet, dat wij van mening kunnen zijn, dat de toekomstige man of vrouw zal komen en plotseling zal beweren, dat hij of zij een echte lichamelijke afstammeling van de verloren stammen zijn. Wanneer hij of zij zich vandaag niet bewust van zijn, dat letterlijke afstammelingen zijn. Waarom zouden zij het dan plotseling morgen dan wel geloven. De enige oplossing ligt in het geestelijk rijk, het geheim waar Paulus het over heeft, over het insluiten van de heidense gelovigen in het rijk van Israël. Dus al de beloftes van God die oorspronkelijk tot Israël waren gesproken worden Ja en Amen, voor al diegenen die in Jezus Christus zijn. Is dit niet geweldig, dat wij automatisch, wanneer wij tot geloof komen in de Here Jezus Christus, deelgenoten en erfgenamen worden van al datgene, dat vanouds beloofd werd aan Israël.

Tot slot: Wij wederomgeboren kinderen Gods, (bent u dat al?) wij zijn dat volk dat Israël nu roept. Onze voorouder hebben Israël uit de gemeente gestoten, en hen op erbarmelijke wijze vervolgt. God heeft ons verlost opdat wij naar God’s volk Israël zullen omzien.
“Zie een volk dat gij niet kendet zult gij roepen, en een volk dat u niet kende zal tot u snellen ter wille van de Here, uw God en de Heilige Israëls omdat Hij u verheerlijkt heeft. Zoekt de Here, terwijl Hij zich laat vinden: roept Hem aan, terwijl Hij nabij is”. Jesaja 55:5,6  Weet dat God u nu roept!