De heilige zalfolie - The Holy Anointing Oil
Uit het boekje De heilige zalfolie - Karel Hoekendijk 

,,De Here sprak tot Mozes: Gij nu, neem u zeer fijne specerijen: vijfhonderd sikkels vanzelf gevloeide myrrhe, en half zoveel: tweehonderd en vijftig sikkels, welriekende kaneel, en tweehonderd en vijftig sikkels welriekende kalmus, en vijfhonderd sikkels kassie, naar den heiligen sikkel, en een hin olijfolie. Gij zult het tot een heilige zalfolie maken, als een zorgvuldig bereid mengsel, zoals een zalf-bereider dat bereidt; het zal EEN HEILIGE ZALFOLIE zijn." ( Exodus 30 :22-25)

"En tot de Israëlieten zult gij spreken: Dit is voor Mij een heilige zalfolie van geslacht tot geslacht. Op het lichaam van een mens zal zij niet uitgegoten worden, en volgens deze bereidingswijze moogt gij niets soortgelijks maken: zij is iets heiligs, heilig zal zij u zijn. De man die iets soortgelijks zal bereiden en iets daarvan op een onbevoegde laat komen, zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden."
( Exodus 30 :31-33)

Voor de bereiding van de heilige zalfolie gaf God aan Mozes nauwkeurige aanwijzingen, zoals Hij deze gaf voor elk détail van de bouw en de dienst van en in de tabernakel. Wij zien hoe de Heer precies is in de opgaaf van materialen, uitvoeringen en maten. Hij wil dat de dienst in Zijn Huis volgens Zijn plannen geschiedt. Ook het nauwkeurige recept geeft de Heer, van de heilige zalfolie, die voor Zijn dienst wordt ge ruikt, Hij laat niets over aan inzichten en opvattingen van mensen, Hij houdt alles in Zijn hand. En zo schrijft Hij Mozes voor hoe deze zalfolie zal worden bereid uit verschillende kostbare bestanddelen. Het zijn zeldzame en kostelijke ingrediënten, aangevoerd uit de ganse Oriënt; uit Mesopotamië gans in het noordoosten, uit Bagdad diep in het zuiden, Perzië, Arabië in het westen, geheel het Midden-Oosten draagt zijn stoffen aan voor deze zalfolie. Zoals op het Pinksterfeest ook heel het Midden-Oosten aanwezig is bij de uitstorting van de heilige Geest, waarvan deze zalfolie een zinnebeeld is. Daar op het tempelplein hoorde men de grote daden Gods prediken in allerlei tongen en talen, ,,Parthen, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judéa en Capadócië, Pontus en Asia, Phrygië en Pamphilië, Egypte en de streken van Libye bij Cyróne, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Cretensers en Arabieren" (Hand. 2 :9, 10). Ieder van deze volken ontvangt in deze heilige zalfolie als het ware iets eigens terug, in de taal waarin de Geest zich uitspreekt. Het geeft terug waaruit het genomen werd. De Heer schept niet een onvergelijkbare, hemelse substantie, waaruit Hij deze bijzondere, heilige zalfolie bereidt, maar Hij stelt het samen van reeds voortgebrachte bestanddelen uit Zijn schepping. Hij brengt Zijn Pinksterboodschap niet door engelen maar door en tot gewone mensen uit het Oosten. Hij gaat niet buiten Zijn schepping om, Hij schakelt Zijn schepping in, Hij eerbiedigt het geschapene van Zijn hand. Hij gebruikt aardse bestanddelen waaruit Zijn zalfolie gewreven wordt, Hij schakelt doodgewone mensen in voor het uitdragen van de Pinksterboodschap, mensenmonden dragen het woord van God uit naar alle windstreken, aan vertegenwoordigers van alle volken. Hier is het eerste feest waar mensen direct ingeschakeld worden en spreken. In de Kerstnacht zongen de engelen en zwegen de mensen; op Goede Vrijdag dreunde de aarde en zwegen de mensen; op Paasmorgen sprak de engel en zwegen de mensen; maar op het Pinksterfeest spreken de mensen, het is het grote feest van het Woord, het Getuigenis.

Op het Pinksterfeest werd de heilige Geest uitgestort, de Heer der gemeente stort Zijn zalfolie op allen uit. Zoals in het oude Verbond de zalfolie op de hoofden van koningen en priesters werd uitgegoten, zo wordt in het nieuwe Verbond door de zalfolie des heiligen Geestes, Gods volk tot een koninklijk priesterdom gezalfd. Nu niet meer een hoogst enkele, bijzonder uitverkoren mens, maar nu velen, velen, allen. Op Pinksterdag vloeide de olie van Jezus uit naar de gemeente, van het Hoofd der kerk vloeide het over Zijn Lichaam. ,,Ziet hoe goed en hoe lieflijk is het, als broeders ook tezamen wonen. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op den baard, den baard van Aäron, die nedergolft op den zoom van zijn klederen. Het is als dauw van den Hermon (de heilige berg Gods), die nederdaalt op de bergen van Sion" (Ps. 133 :1, 2, 3.) Vanaf het hoofd: Jezus, vloeit de olie neer op Zijn volk, van Hem neer op ons allen. ,,Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen; Gij zalft mijn hoofd met olie", zingt David in Ps. 23 :5.

De zalving vóór de zending

,,De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onzen God; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hem geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot Zijn verheerlijking" (Jes. 61 :1-3). Deze tekst handelt over Jezus, wij zien hoe ook Hij eerst gezalfd moest worden met de Geest des Heren, de heilige Geest, alvorens Hij gezonden kon worden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart. Dit geldt ook ons. ,,Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld" (Joh. 17 : 18). Jezus gebood niet uit te gaan met deze grote opdracht voor wereldevangelisatie, dan ná gedoopt, gezalfd te zijn met de belofte des Vaders, de heilige Geest. ,,En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van den Vader" (Hand. 1 :4). Eerst moest Pinksteren komen, eerst moest de heilige Geest op de uitgezondenen, de zendelingen neerdalen, eerst moesten zij allen persoonlijk de vervulling met de heilige Geest ervaren hebben, eerst daarna konden zij uitgaan, in deze kracht, met dit vuur. Hier wordt het een gebod genoemd, een goddelijke eis. Niet vanuit eigen enthousiasme of activiteit, maar vanuit de bron van de Pinksterkracht. De 40-jarige Mozes riep zichzelf tot leider van zijn volk uit, maar zijn vurigheid deed meer kwaad dan goed, hij werd een doodslager; maar de 80­jarige Mozes, die als de oude Abraham niets meer van eigen kracht verwachtte, werd geroepen vanuit het brandende braambos, vanuit Gods vuur. Dat was zijn Pinksteren, daar werd hij gezalfd tot leider van Gods volk, tot Gods knecht. Zoals in Jesaja 61 eerst de zalving wordt beschreven en daarna de uitzending, de bediening van de wonderbare gaven des Geestes, zo ook werd in Mozes leven ook na zijn pinksterervaring, zijn zalving, het functioneren van de wonderbare gaven des Geestes openbaar. Het gaat in het Rijk Gods steeds er aan vooraf, de doop met Gods Geest, Gods kracht, aan de uitzending tot evangelieverkondiging. Bij de discipelen was er een wachttijd, maar wij, die na Pinksteren leven, behoeven hier niet meer op te wachten, doch kunnen tot Jezus gaan om de doop met de heilige Geest.

,,Het is beter voor u"

Jezus moest eerst worden verhoogd, verheerlijkt, alvorens de heilige olie des Geestes kon afstromen op Zijn Lichaam, Zijn volk. De Geest zou universeel worden, op alle vlees. Dit was nuttiger voor de opbouw van het Koninkrijk. Jezus zegt daarom ook in Joh. 16 :17: ,,Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik hem tot u zenden." Dan zal de olie vloeien kunnen op Zijn gemeente, dat is noodzakelijk, ,,beter voor u!" De veronachtzaming van dit goddelijk gebod (Hand. 1 :4), brengt ons terug tot een geestelijk arm christendom, met weinig wezenlijke daadkracht en overwinning. Sedert men deze door God noodzakelijk geachte pinksterdoop vewangen heeft door surrogaten als studie, boekenwijsheid, activiteit, organisatie, goede werken, is de achteruitgang van het kerkelijk leven niet verwonderlijk. Wij kunnen niets anders stellen in de plaats van de heilige Geest van God; elk synthetisch samengesteld geestelijk leven blijkt een jammerlijk surrogaat.

Pinksteren, van geslacht tot geslacht

In Exodus 30:31 lezen wij: ,,Dit is voor Mij een heilige zalfolie van geslacht tot geslacht." Deze zalfolie blijft bij het volk Gods, vergezelt dit op al zijn wonderbare wegen, stroomt bij alle koningen priesterwijdingen door de eeuwen heen. Er wordt niet telkenmale een weinig samengesteld voor een incidentele zalving, doch éénmalig werd dit gewreven en bleef het voorradig voor elk hoog en feestelijk gebeuren in Israël, van geslacht tot geslacht. De heilige Geest daalt ook niet telkenmale uit de hemel op iemand neer, maar de heilige Geest is met Pinksteren voor altijd en allen uitgestort, het is beschikbaar, disponibel, vandaag, hier en nu. Zoals de heilige zalfolie eenmalig werd vervaardigd voor ,,geslacht op geslacht", voor generatie op generatie (zie maar eens naar deze grote hoeveelheden van Israël van het nieuwe Verbond, aan ons. ,,En ik zal den Vader bidden en Hij zal u een anderen Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn", (Joh. 14 : 16) ,, .... want Hij blijft bij u en zal in u zijn" (Joh. 14 : 17). De heilige Geest blijft bij het volk Gods.

Het Goddelijk recept

De Heer is niet alleen zeer nauwkeurig met Zijn aanwijzingen voor de samenstelling van de heilige zalfolie, Hij is ook zeer nauwkeurig wat het gebruik hiervan betreft. Verkeerd gebruik, onnauwkeurige en onheilige aanwending wordt door God zwaar gestraft, namelijk met uitroeiing uit het volk. Hier ligt een ernstige waarschuwing, om deze olie, dat is de afschaduwing van de heilige Geest, zó te bewaren als zij gegeven is op Pinksterdag en zó te verstaan als zij bevolen is op Pinksterdag. Niet alleen in de toebereiding, voorbereiding, biddende in eendracht en volharding in de bovenzaal; maar ook in de toepassing, de bijbelse toepassing, zoals de Heer dit geleerd en geboden heeft. Laten wij niet iets zelf maken, iets soortgelijks, een bedriegelijke nabootsing daarvan, iets wat niet echt van de Heer is. Wie zich over de heilige Geest en zijn functies en uitingen andere voorstellingen maakt, die echter niet reiken tot de volheid van deze pinkstergave, bereidt verkeerde olie. Het mag dan min of meer gelijken op de gave Gods, het is niet dat wat God gegeven heeft. De samenstelling, precies voorgeschreven, blijft onveranderlijk. Voor de ganse tijd der gemeente vanaf pinksterdag tot de opname der gemeente, blijft deze gave onveranderlijk. Wanneer men zich hier niet aan houdt - en men heeft er zich niet aan gehouden -, dan wordt de zwakte, de innerlijke uitholling, op ontstellende wijze openbaar. Wij willen daar enkele voorbeelden van noemen.

Gods Geest wijst de juiste man op de juiste plaats aan

Christus bestuurde Zijn gemeente door de dienstknechten die Hij door Zijn Geest aanwees. Wij lezen dat telkens in het boek der Handelingen. Niet college’s van mensen wezen naar eigen goeddunken de functionarissen aan; de leidinggevende figuren werden niet naar hun bekwaamheden en talenten naar voren geschoven, maar door de heilige Geest. En het is steeds weer zo merkwaardig te zien, dat, waar kringen en groepen zich waarlijk onder de leiding des Geestes stellen, de Geest vaak de groten, de talentvollen passeert en de kleinen, onaanzienlijken, aanwijst. Waar mensen op menselijke, wereldlijke wijze een keuze maken, waar op verstandelijke wijze figuren worden aangewezen voor functies op kerkelijk gebied, daar treedt men eigenmachtig buiten Gods ordening. De heerschappij van mensen over mensen kwam in de gemeente inplaats van de wonderbare leiding des heiligen Geestes, die precies, naar Gods wil uiteraard, op bovennatuurlijke wijze, aanwijzingen geeft. Dit ziet en aanvaardt men momenteel gewoon niet meer. Wij willen iets te zeggen hebben, macht en gezag uitoefenen, wij willen de touwtjes in handen houden en vertrouwen dit in werkelijkheid de heilige Geest niet toe. Aan deze houding ligt vrees ten grondslag, en "gebrek aan kennis van God" (Hosea 4 : 6 en 6 :6); wij vrezen dat de heilige Geest zulke aanwijzingen geven zal die ons niet convenieren, niet schikken, dat het ons of iets van ons opeist wat wij niet geven willen; wij houden het maar veiliger onder eigen controle. Wij durven het niet aan - in laatste instantie - met de Heer. En zo zien wij college’s en kerkeraden, waar op wereldlijke (en vaak wereldse!) wijze wordt geconfereerd, gediscussieerd en beraadslaagd, als ging het om de een of andere zakelijke affaire. Wij kunnen het best zonder God. De naam van God en nog minder die van Jezus Christus wordt nauwelijks genoemd, vertelde een gelovige ouderling mij eens verdrietig, het zijn meer praat- (en rook-) col- lege's dan gewijde plaatsen waar mannen biddend naar Gods wil zoeken, naar Zijn raad, Zijn aanwijzingen en deze opvolgen, ook al gaan deze dwars tegen eigen gedachten in. Bereidt men dan niet verkeerde olie? Het lijkt naar buiten op Gods ordening, maar het is het niet.

De bedieningen gingen verloren

Jezus stelde de bedieningen des woords in de gemeente in, onder leiding des heiligen Geestes. Maar waar is de profeet, deze bijzondere, slechts door de Heer aangewezen bediening; zijn stem verstomde, zijn waarschuwingen hoort men niet meer, de wil Gods wordt alzo niet meer verstaan. Waar is de bediening der evangelisten, in betoning van Geest en kracht, zij stierven uit. Huurlingen kwamen inplaats van de herders, de goddelijke leraars werden verdrongen door mannen van studie en kennis en wijsheid van boeken. De apostelen, d.w.z. uitgezondenen, grondleggers, figuren als die in de eerste gemeenten, worden niet meer gezien. ,,En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelistert als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van den Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van den wasdom der volheid van Christus" (Ef. 4 :11-13). Hebt u in deze tekst het woord ,,totdat" gelezen? Wij hebben dit nog niet bereikt, deze ,,maat van den wasdom der volheid van Christus", en de Heer zei toch: totdat dit bereikt wordt wens Ik deze bijzondere, gespecialiseerde bedieningen, slechts onder voortdurende inspiratie van de heilige Geest. Maar wij hebben er ons niet aan gehouden, wij weten het beter, wij bereiden verkeerde olie.

De wereld in de kerk

Hoewel de christenen niet van deze wereld zijn en de kerk van Christus geen wereldse zaak is maar een planting des hemels, heeft men de geest der wereld toegelaten zich vóór de heilige Geest te schuiven. Men koketteert op een afschuwelijke wijze met de wereld, men houdt dans-, film- en bridge­avondjes dat het een lieve lust is, men heeft zich als kerk van Christus verontreinigd met vrijzinnige, humanistische filosofieën, magnetisme enz. Men is van de goede weg afgeraakt, men bereidt verkeerde olie.

Wij herkennen Gods Geest niet

Op vele plaatsen, sedert vele jaren, bidt men in de wereld om de heilige Geest. Maar zolang er echter zoveel onwetendheid heerst omtrent de heilige Geest, is de kans groot dat wij Hem voorbij zien en niet herkennen. Er wordt gesproken over de persoon van de heilige Geest, maar Hij is kracht. ,,Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt" (Hand. 1 :8). Zou het kunnen, dat, wanneer de heilige Geest op onze gebeden komt en voor de deur staat, wij Hem niet herkennen, zoals. het dienstmeisje Rhode de vrijgebeden Petrus voor de deur niet herkende? Laten wij Hem ook buiten staan, buiten onze kerken en kringen, wanneer Hij zich werkelijk presenteert? Zullen wij als de discipelen ook zeggen: ,,gij spreekt wartaal, Rhode!" (Hand. 12; 15). Nonsens! Onmogelijk, En niet binnenlaten. Zullen wij ook zeggen, als de ,,vrome mannen uit alle volken onder de hemel" (Hand. 2:5): ,,Zij hebben te veel zoeten wijn gehad!" (Hand. 2 : 13)? Gods Geest werd op het tempelplein, die Pinksterdag, niet herkend en niet aanvaard. Gods Geest die zich manifesteerde in Gods Huis, notabene! Neen, zeiden de ,,vrome mannen", dat is dronkemansgedoe, het spreken in nieuwe tongen is sectarisme, wartaal. Dat is onmogelijk en onaanvaardbaar voor ons als kerk om de heilige Geest op deze wijze binnen te laten.

Hij staat werkelijk voor de deur

Wij willen in deze dagen de kerk van Christus dringend attenderen op het feit dat de heilige Geest werkelijk voor de deur staat, of zij ’t aanvaardt of niet, of zij 't dwaas vindt, of niet, of zij ’t meteen naar de sekten, bewegingen of pinkstergroepen terugwijst omdat deze ,,zich daarin gespecialiseerd hebben" of niet, of zij ’t dronkemansgedoe vindt, of niet. De heilige Geest, de geroepen en afgebeden heilige Geest, zal echter blijven aankloppen totdat de gemeente opendoet.

Zoudt u Hem herkennen, als Hij komt in tongentaal? Zoudt u Hem herkennen, als Hij komt in profetieën, visioenen, in betoning van kracht, in genezingen, in wonderen en tekenen? Zoudt u Hem herkennen, als Hij komt in een vorm, die u niet gedacht en gewenst had, een voor u onaanvaardbare vorm? Zult u zich niet eens willen reinigen van al uw kritiek, uw vooroordelen en Hem eenvoudig binnenlaten in uw leven? Hij komt u niet overweldigen ofschoon Hij de sterkere is, Hij komt van buitenaf niet plotseling u overrompelen, Hij staat aan de deur en vraagt eenvoudig om te worden binnengelaten.

Tot welzijn van allen

In Ex. 30 :37 spreekt God met Mozes over het heilige reukwerk, dat hij als een zalfbereider voor Hem bereiden moet, doch "gij zult niets voor u zelf maken." ,,Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen" (1 Cor. 12 :7). En ook bij de uitingsgaven lezen wij steeds weer dat het ,,tot stichting van de gemeente" is (1 Cor. 14 :4, 5). Men bereidt geen heilige zalfolie voor zichzelf, voor eigen zegen, maar voor het lichaam van Christus, de gemeente. De vervulling met de heilige Geest en de (negen) gaven des Geestes ontvangt men niet voor eigen gebruik, maar tot welzijn, ten nutte van de gemeente, opdat zij opgebouwd en krachtig wordt en het koninkrijk Gods daardoor wordt uitgebreid.

Niet op ,,een onbevoegde"

In Ex. 30 :33 lezen wij dat het verboden is deze heilige zalfolie ,,op een onbevoegde" te laten komen. In de oude vertaling staat: ,,op iets vreemds." Degenen op wie op Pinksterdag de heilige Geest werd uitgestort, waren geen vreemdelingen voor Jezus. Hij werd hier op de meest innige wijze één met hen. Hij kende hen allen en werd van hen gekend. Hij had hen de woorden Gods gegeven. Zij waren gereinigd door Hem tot Zijn eigendomsvolk. Vroeger waren zij dat niet, maar thans waren zij Zijn vrienden. ,,Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, u heb bekendgemaakt" (Joh. 15 :15). Het is een gave voor Zijn vrienden, Zijn volk, Zijn gemeente, die deel heeft gehad aan Zijn lijden en opstanding, die Hem volgt op Zijn weg, die uitgaat om het evangelie uit te dragen aan alle creaturen. Zij zijn geen nonbevoegden", want zij behoren bij Hem en zijn van Hem.

De Geest op alle vlees

Wij zien dat in het oude Verbond Gods Geest op stoffelijke dingen kwam en het vervulde met heerlijkheid. ,,En de wolk bedekte de tent der samenkomst en de heerlijkheid des Heren vervulde de tabernakel" (Ex. 40 :34). En op een andere plaats lezen wij: ,,En er ging vuur uit van den Here en dit verteerde op het altaar het brandoffer en de vetstukken; toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht" (Lev. 9 : 24). Maar in het nieuwe Verbond van de Geest kwam de heilige Geest niet op materialen maar op mensen, Geest op geest. De heerlijkheid ging eertijds wonen in de tempel, maar na Pinksteren is de tempel van het oude Verbond vervallen verklaard. Nu komt de heerlijkheid Gods wonen in het ware huis Gods, de gemeente van de levende God, d.i. het Lichaam van Zijn Zoon, de tempel met levende stenen gebouwd. Thans is de nieuwe aanspraakplaats van God in ons hart. Thans willen Gods woorden gesproken worden door onze vocalen (tongentaal). God wil nu handelen door onze handen. God reinigt Zich kanalen en instrumenten onder de mensenkinderen om Zijn Rijk te bouwen in deze laatste der dagen. Daarom is de vervulling met de heilige Geest een brandende noodzaak voor het geestelijk leven van ons allen, alleen zó komt de Heer der gemeente volkomen tot Zijn recht. Laat u allen door Jezus Christus zalven met deze heilige, onvervalste zalfolie.


Olie ter genezing

,,Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem MET OLIE ZALVEN in den naam des Heren. En het gelovige gebed zal den lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt." (Jac. 5 :13-16)

Als in de bijbel voorschriften worden gegeven door de Heer aan Gods kinderen, spreekt Jacobus 5 over de olie waarmee de zieken zullen worden gezalfd. Als zij door verschillende oorzaken - en dikwijls is zonde de oorzaak ­- ziek zijn geworden, zullen zij de oudsten der gemeente roepen, zo heeft God het ingesteld. Evenals bij het volk van Israël de zonde werd gestraft door giftige slangen die de mensen met hun dodelijke beet aanvielen, waarvoor zij nergens genezing vonden totdat de Heer Zelf een middel gaf en een koperen slang oprichtte waarop de gebetene kon zien en leven, zo is ook aan het volk van het nieuwe Verbond door de ondoorgrondelijke genade van God een merkwaardig middel gegeven om genezing te vinden. De Heer wil dat wij Hem volkomen zullen vertrouwen, in alles, Hij wil graag de verantwoordelijkheid dragen voor ons totale welzijn en ons voortdurend verzorgen en bewaren. In het oude Verbond lezen wij dat koning Asa tot zonde werd aangerekend dat hij zich in zijn ziekte niet tot God maar tot de heelmeesters wendde (II Kron. 16 : 12), zoveel te meer beledigen en bedroeven wij mensen van het nieuwe Verbond de Heer, als wij eigen, menselijke wegen zoeken om hulp. Jezus heeft al onze krankheden en smarten gedragen (Jes. 53 :4), Hij heeft onze zonden verzoend en ziekten genezen (Ps. 103 : 3). Hij is de Heelmeester voor Zijn kinderen. ,,Want Ik, de Here, ben uw Heelmeester" (Ex. 15 :26).

Dit bovenstaande geldt niet voor de wereld, de mensen die buiten God leven. Zij hebben artsen opgeleid tot bewaarders en verzorgers van hun lichamelijk welzijn. Maar het kind van God, uit God geboren, vertrouwt in alle dingen op zijn Heiland ­ Heilbrenger, Heelmaker - Jezus Christus, voor de dingen van de ziel, de geest en het lichaam. Christus zegt immers: ,,Ik leef en gij zult leven’ Omdat Ik leef, zult gij leven. Zo lang Ik leef, zult gij leven. ,,Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed", zegt Jezus (Joh. 10 : 10).

Het is de weg dat degene die zich onwel voelt, door krankheidsmachten is aangevallen, naar de samenkomst gaat en zich daar, temidden van Gods volk, laat zalven en voor hem bidden, want wij zijn allen leden van een Lichaam en gelijk wij allen door éen Geest tot een Lichaam gedoopt zijn, zullen wij ook met elkander de genezing nemen. Breng de zieken in Gods Huis, laat de met de heilige Geest vervulde voorgangers hen de handen opleggen en met olie zalven voor genezing, in de Naam van Jezus en laten alle leden van de gemeente meebidden en rneestrijden, omdat het aller belang is als een lid dat ziek is, geneest. Want ,,als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde" (I Cor. 12 :26). Als één lid ziek is, zijn allen ziek. Als één lid ziek is, is alles ziek. Daarom is de gezondmaking van één lid het belang van de gehele gemeente. Bovendien verhaast elke genezing Jezus' weder- komst. ,,En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al (in de duitse vertaling staat: door en door), en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onzen Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn" (I Thess. 5:23). Het herstel van de zieke behoort in de gemeente te geschieden, waar geloof is en waar de gaven des Geestes funktioneren.

Doch er zijn omstandigheden dat de zieke niet vervoerd kan worden en ernstig ongesteld is. Het is ook mogelijk dat de zieke hulp nodig heeft op een dag dat er geen samenkomst van de gemeente is. Dan zal de patiënt de oudsten roepen. Zij moeten niet wachten totdat de oudsten gemerkt hebben dat er een zieke is, maar zij moeten direct de oudsten roepen, zij moeten daarmee de zieke niet buiten het gemeenteverband houden, ook niet door bescheidenheid. De zieke dient zich altijd bewust te blijven van zijn plaats in het Lichaam van Christus. Vooropgesteld natuurlijk dat deze gemeente een Nieuw-testamentische gemeente van Christus is waar een Geestvervulde prediker de Goddelijke genezing predikt en praktisert. Als de zieke niet naar de samenkomst kan gaan of worden gebracht, roept hij de oudsten der gemeente om met en voor hem te bidden en hem te zalven met olie, in de Naam van Jezus. De ziekte drijft het kind van God tot het gebed en niet naar de telefoon om elders hulp te zoeken. Als hij geloof heeft in het Woord van God en weet dat God is wat Hij zegt en in Zijn Woord is, zal hij bijbels handelen en ,,ingaan" in het Heiligdom en bidden. ,,Heeft iemand (dat is iedereen en niet een enkele uitverkorene) onder u leed te dragen? Laat hij bidden" (Jac. 5 :13). Niet in paniek raken maar bidden! Niet alle namen van specialisten aflopen, maar bidden! Niet stil afwachten, bidden! Bidden is handelen! Bidden is tot de tegenactie overgaan! Bidden verandert de dingen! Bidden brengt de dingen op hoger plan, bij de Vader! De Heer zal uw gebed verhoren. Wees daar zeker van. Bidt niet als ,,eens roepende in de woestijn", maar reken er mee dat God hoort en Zich haast om Zijn kind te helpen. ,,En Ik zeg u: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden!" (Luc. 11 :9). Voordat hij voor zich laat bidden, gaat hij zelf bidden. Hij zoekt verbinding met de Allerhoogste. Hij klopt aan de deur van het Vaderhuis. Hij bidt en betrekt God, de Almachtige, in zijn nood. Hij weet dat de God van Abraham, Izak en Jacob zal verhoren door de bediening van de oudsten, zoals het Zijn wil is. Hij verwacht het van God en niet van mensen, want de oudsten bieden geen menselijke, medische hulp, doch Goddelijke, immers naar Gods wil en in de naam van Jezus.

De lofprijzing

,,Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen" (Jac. 5 :13 b). Het loven en prijzen van de wonderbare Naam van Jezus is een geheimenis, het is een grote kracht en brengt overwinning. Dat weet de duivel en daarom maakt hij de kinderen van God zo tégen het openbaar loven en prijzen. De muren van Jericho vielen en de muren van elke Jericho van de vijand zullen vallen op de lofprijzingen van Gods kinderen. God wil wonen in de lofprijzingen van Zijn volk. O, het is zo’n list van de satan, dat hij ons doet schamen voor een spontane lofprijzing, zoals het oude volk van Israël dat kon voor zijn God. Wij maken er ons van af door de bewering, dat wij holanders daar van nature te nuchter voor zijn en wij ons genéren onze gevoelens kenbaar te maken. Ten eerste zeg ik daar tegen: U bent een nieuwe schepping en hebt deel aan de natuur van Christus, Goddelijke natuur (II Petr. 1 :4), het oude is voorbijgegaan, het nieuwe is gekomen (II Cor. 5 :17). Ten tweede wijs ik naar de vaderlandse sportvelden en plaatsen van vermaak, naar onze volksfeesten, daar zien wij dat wij onze gevoelens wel terdege kunnen uiten. Er is echter een ingeroest vooroordeel om in het Huis van God Zijn Naam te eren, te roemen en groot te maken, er is een misplaatste gegeneerdheid, men verwijst deze dingen naar de emotionelere pinkstergroepen en trekt het naar het gebied van het fanatisme, de exaltatie. Maar welzalig het volk dat geleerd heeft Zijn God de vrucht van zijn lippen te brengen als een lofoffer en zijn God weet te verheerlijken. O, de liederen die in de kerken worden gezongen hebben het wel over de lofprijzing, maar de zuivere lofprijzing is het nog niet, dat is het spontane roemen van de Naam der Namen, uit het hart, uit liefde. ,,juicht, o volk’ren juicht, handklapt en betuigt, onzen God uw vreugd; weest tesaam verheugd. Hef de lofzang aan, zingt Zijn wonderdaan" (Ps. 47, berijmd). ,,Het vrome volk, in God verheugd, zal huppelen van zielevreugd’ Tien tegen een dat u, lezer, nu zegt: ,,Ik zie me al huppelen door de kerk!" Nietwaar? Wij zijn zo ver af geraakt van de lofprijzing, dat wij het alleen maar bespottelijk vinden. ,,Loof den Here, mijn ziel en ul wat in mij is, Zijn heiligen Naam; loof den Here, mijn ziel en vergeet niet een van Zijn weldaden" (Ps. 103 :3). En zo voort. Wij vragen en smeken en soebatten, maar vergeten de lofprijzing, het verheerlijken van de Naam des Heren. De lofprijzing bevordert de genezing, slaat de duivel op de vlucht. Een volk dat zijn God weet te prijzen voor bewezen weldaden, is een gelukkig en sterk volk, daar openbaart de Heer Zich wonderbaar. De Heer is het ten volle waard dat wij Hem prijzen voor Zijn deugden, Zijn liefde. Halleluja!

De oudsten

Als de richtlijnen voor de gemeente worden aangegeven, is het de Heer, die ze nauwkeurig détailleert. ,,Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in den naam des Heren" (Jac. 5 :14). Het wordt zo duidelijk gezegd wat men moet doen. Leed? -­ Ga bidden! Blijdschap? - Lofzingen! Ziek - Oudsten roepen, die met olie zullen zalven! Elke gehoorzaamheid aan Gods Woord honoreert Hij met zegen. Laten wij doen wat de Heer van de gemeente gebiedt. Niet theoretiseren nu, maar doen, handelen, uw geloof in beweging brengen, een daad stellen. ,,Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar die doet den wil des Vaders, die in de hemelen is" (Matth. 7 :21). In het volk van Israël hadden de oudsten een belangrijke rol. Bij alle geschillen werden zij geroepen, hun stem was beslissend, zij hadden een leidende rol in het dagelijks leven. Het waren meestal oude, respectabele mannen van grote ervaring, zij hadden een wijze, bezadigde mening, waren objectief. Deze volksoudsten namen besluiten in rechts-, erf-, bestuurszaken, hun aanzien was groot.

Wie zijn de oudsten in de gemeente? Zijn het de ouderlingen die wij kennen in de kerken, een bestuurscollege van door mensen gekozen mannen, van aanzien, hoge geboorte, invloed, goede naam, die het kerkelijk leven in goede banen poogt te houden. De oudsten in de vroegste gemeenten waren niet door mensen gekozen, doch direct door de heilige Geest. Zij waren mannen die vervuld waren met de heilige Geest en onder de voortdurende leiding van de heilige Geest stonden. Stephanus was zo een man. Men koos hem uit mannen ,,die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid" (Hand. 6:3). ,,Stephanus was een man vol van geloof en heilige Geest" (vers 5). ,,En Stephanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk" (vers 8). Dit was het getuigenis over deze diaken, ,,vol van Geest en wijsheid, vol van genade en kracht en hij deed wonderen en grote tekenen onder het volk." Zijn financiële of maatschappelijke status bracht hem niet in de kerkeraadsbank, niet zijn natuurlijke talenten, zijn bespraaktheid of gevatheid, maar zijn geestelijke kracht, doordat hij vervuld was met de heilige Geest. Een andere gekozen diaken, Philippus, is een soortgelijke figuur, vol van de heilige Geest. Hij leidt enige tijd de opwekking in Samaria (Hand. 8 :5-13). ,,En toen de scharen Philippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamdcn en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in de stad" (Hand. 8 :6-8). Toen in de plaats van Judas een apostel zou worden gekozen, baden de broeders, ,,en zeiden: Wijs Gij, Here, kenner van aller harten, dien enen aan, die Gij hebt gekozen om de plaats van dezen dienst en dit apostelschap in te nemen, waarvan Judas vervallen is" (Hand. 1 :25). De Heer der gemeente is het niet onverschillig wie Zijn medewerkers zijn en daarom wil Hij Zich het recht voorbehouden deze te kennen.

Deze oudsten waren in de vroegste gemeenten niet zozeer de oudsten naar leeftijd, maar zij waren respectabele mannen, vol van geloof en Geest, geheiligde figuren, nieuwe scheppingen omdat zij ,,in Christus waren" (ll Cor. 5:17), geestelijke mensen, zonen Gods. Zij werden gekozen, uitverkoren om een krachtige openbaring van Christus in hen, van een gereinigde en geheiligde natuur.

Met olie zalven

Deze oudsten moeten worden geroepen, mannen van geloof en als u deze knechten van God niet in uw kerk vindt, ga ze dan zoeken waar ze te vinden zijn. Zoek Geestvervulde, wedergeboren oudsten tot u vindt. Zij zullen de zieken met olie zalven. Wat voor een olie? Dat is niet bekend gemaakt. Het kan elke olie zijn, maar waar in Israël in die tijd alleen olijfolie gebruikt werd, zo geloven wij de bedoeling van de bijbel het beste te volgen door ook deze olie te nemen. Deze olie heeft in zichzelf geen enkele genezingskracht en u moet het daar ook niet van verwachten, deze zalving symboliseert het ontvangen van de kracht des heiligen Geestes. God had natuurlijk ,,de weg der middelen" kunnen gaan en een heilolie voorschrijven dat inderdaad genezende kracht bezit. Maar dat deed Hij niet, Hij wil niet wijzen op de bizondere kwaliteiten van de olie, maar op de bizondere kwaliteiten van Zichzelf. Hij wil de kracht van de olie niet aanprijzen, want het is Zijn eigen kracht. Hij wil door de eenvoudige keus van dit algemene, sacramentele, de wijsheid van de wereld besehamen. Niet de olie geneest, maar Hij doet het. Hij wil niet dat op deze olie wordt gezien, maar Hij wil dat wij Hem zullen vertrouwen en de weg gaan die Hij voor Zijn volk heeft uitgestippeld. Olie is wel in elk huis te vinden, in oosterse en ook in westerse huizen is olie algemeen voorhanden. Bewaar in uw christelijk huis een flesje olijfolie en stel het bij uw bijbel, laat dat uw huisapotheek zijn. Enkele druppels is genoeg voor een zalving. Maar soms ook gebiedt de Heer dat wij het royaal zullen laten stromen. Wij hebben eens de opdracht van de Heer gekregen, om een kleine baby geheel te zalven met olie, het gehele lichaam en zo genas de Heer het. Houdt olie bij de hand, koop gereinigde olie voor dit geheiligde werk voor de Heer. Het is wonderbaar dat Hij dit eenvoudige en overal beschikbare middel verbonden heeft aan de grootste aller zegeningen, de Goddelijke genezing.

In Zijn Naam

De oudsten zullen deze handeling der zalving volbrengen niet in eigen naam, maar in de machtige Naam des Heren, dus namens de Heer, in Zijn opdracht. Daarin ligt de waarde. Het heeft God behaagd de koperen slang op te richten in de woestijn, daarnaast was geen ander redmiddel ter genezing. Het heeft Hem ook behaagd in de Nieuw-testamentische gemeente deze afhankelijkheid van elkander voor te schrijven. ,,D'een zij tot troost den ander, op weg naar ’t Vaderland." De een zij den ander tot een hand en een voet. Volgt de zieke deze weg niet, volgen de oudsten deze weg niet, dan is het niet verwonderlijk als de dingen fout lopen. Onze God is geen fantast die maar wat zegt, u kunt het naast u neerleggen, maar als u gelooft in Hem, handel dan naar Zijn Woord. De Heer Zelf stelt Zich achter de zalving met olie, immers het geschiedt in Zijn Naam. Niet de olie, niet de zalving, niet de oudsten brengen een succesvolle genezing voort, doch Hij die achter deze handeling staat, achter deze opdracht.

,,En het gelovige gebed zal den lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten" (Jac. 5 : 15). Als God zegt dat Hij dat zal doen, dan zal Hij dat doen. Zijn Woord is waarheid. ,,Alzo zal Mijn Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend" (Jes. 55 :11).

,,En het gelovige gebed zal den iijder gezond maken." Elk gebed is nog geen gelovig gebed. Vele gebeden zijn gevuld met hoop, maar niet met geloof. Maar hoop is geen geloof. Hoop is de grootste vijand van geloof, omdat hoop in de toekomst ziet en verwacht, maar geloof de beloften Gods nu neemt, vandaag en hier en voor mij. ,,Hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door den wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van den Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen" (Jac. 1 :6-8). Iemand die twijfelt, ontvangt niets. Iemand die niet op het Woord staat als op een eeuwige en onwankelbare rots, die ontvangt niets, zegt God.

Niet minder, maar niets. Iemand die zijn eigen inzichten en overwegingen stelt boven de autoriteit van het Woord, ontvangt niets. Iemand die in zijn geloof een element van ongeloof toelaat, ontvangt niets. Iemand, die naast de weg van God ook blijft zoeken naar wegen van mensen, ontvangt niets. Hij is gedeeld, zegt de bijbel, niet een geheel, niet compleet, niet een eenheid. Hij is schizofreen, geestelijk gedeeld. Niets ontvangt hij, die zo zijn gedachten stelt boven Gods Woord. Hij stelt zich buiten de gevende handen van God. Hij isoleert zich. God niet, maar hij doet dit zichzelf aan. ,,Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van den Here zal ontvangen" zegt de Schrift. ,,Gij hebt niets, omdat gij niet bidt, of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt" (Jac. ‘3 :2, 3). Niet ontvangen door gedeeld, twijfelend te zijn; niet ontvangen door verkeerd bidden. Wij kunnen goed, bijbels, evangelisch, God welgevallig bidden, een gebed des geloofs en dan zullen wij ontvangen. Een gebed des geloofs is een gebed dat rekent, eenvoudig en zeker rekent op verhoring, het wordt uit onze liefde voor de Vader geboren en richt zich tot de liefde van de Vader, liefde roept tot liefde, vertrouwen tot vertrouwen. Het legt rustig en gelovig de hand op de bijbel en zegt: Vader, U hebt het gezegd! Het houdt er rekening mee dat het antwoord komt, een positief antwoord van de Vader. Een gebed in Jezus' Naam neemt voor de Vader dezelfde plaats in als het gebed van de Zoon Zelf. En evenals de Vader Zijn Zoon verhoort, zo zal Hij ons verhoren, want wij zijn door Christus Hem genaderd. Wij zijn door Jezus tot het kindschap Gods gekomen. We zijn op de goede weg, we kloppen op de goede deur. Afwijzing is daar nimmer. We gaan op de bijbelse weg en zo komen wij kloppende op het hart van de Vader en de Vader verheugt Zich over Zijn kinderen die Hem vertrouwen, dat Hij Zijn beloften aan hen zal waarmaken. De verhoring is daar, elke twijfel is uitgesloten. Twijfel is als een slag in Gods aangezicht, het ontkent de autoriteit van Zijn Woord, het aanvaardt de onaantastbaarheid van Gods uitspraken niet, het is heidendom, verfoeilijk voor God. ,,Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van den Here zal ontvangen."

,,En de Here zal hem oprichten" zegt het Woord. God staat er voor borg dat het gebeurt. ,,Want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja: daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons" (II Cor. 1 :20). De Heer zal de zieke oprichten, om- dat Hij de Heelmeester is. ,,Want Ik, de Heer, ben uw Heelmeester" (Ex. 15 :26). De Heelmeester zal Hem oprichten. Niet de oudsten, maar de Heer!

Vergeving van zonden

,,En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden" (Jac. 5 : 15). Als de zonden de oorzaak zijn van deze ziekte, zal de wortel van deze nood eerst worden weggenomen, de oorzaak hersteld, opdat de ziekte overwonnen wordt. Iedereen weet dat de ziekte meestal geneest, wanneer de oorzaak weggenomen wordt. In dit hoofdstuk van genezing wordt over zonden gesproken, omdat die eerst dienen te worden vergeven en uitgedelgd, alvorens de ziektemachten zullen worden bestraft, onder het Bloed gebracht, verzoend. Wij hebben in onze bediening meermalen meegemaakt dat het nodig was dat de patiënten eerst hun zonden beleden en bij de Heer brachten, alvorens zij konden genezen. De relatie met God dient eerst te worden hersteld, de ziel gereinigd, alvorens de stof kon worden gereinigd. Het was zonder deze vergeving alsof het vlees niet toegankelijk was voor het Woord, niet gehoorzamen kon op het bevel de ziektemachten los te laten en uit te stoten. Daarmede dienen de oudsten te rekenen, dat de mogelijkheid daar is dat zij moeten aansturen op een schuldbelijdenis en verlangen naar vernieuwing van de verstoorde relatie met God. Zonde en ziekte zijn beide de giftige bloemen van dezelfde stam, de boom des doods. Zonde is de melaatsheid van de ziel zoals de ziekte de melaatsheid is van het vlees. Werken des duivels. Zonde is het verderf, de verderver, in de ziel; ziekte is het verderf, de verderver in het lichaam. Maar Jezus kwam om de verderver te verderven. ,,Hietoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (I Joh. 3 :8). Halleluja!

Zorg dat de zieke recht staat voor God, leg niet direct de handen op, maar spreek eerst rustig met de patiënt. Berisp hem niet, verwijt niet, het is u niet gegeven over uw naaste te oordelen. Een is er die oordeelt en geen andere. Maar tracht met uw liefde de zieke te begrijpen en voer hem teiug tot God, breng samen de zonden onder het reinigend Bloed van het Lam. Eerst de schuld verzoend, daarna de ziekte genezen. ,,Genees mij, want tegen U heb ik gezondigd" (Ps. 41 :5). ,,Vrees den Here en wijk van het kwaad; het zal medicijn wezen voor uw vlees en lafenis voor uw gebeente" (Spr. 3 :7, 8). ,,En zij zullen zich tot den Here bekeren, en Hij zal Zich door hen laten verbidden en hen genezen" (Jes. 19 :22). ,,En geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek; het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben" (Jes. 33 :24).

Eerst wordt gewezen op herstel van de relatie met God, de ziel gezond gemaakt voordat het lichaam de genezende kracht van Jezus wordt meegedeeld. Vergeving is verzoening van de ziel, genezing verzoening uitgedrukt in het lichaam. Alleen Jezus schenkt vergiffenis van zonden. Als de patiënt dit gelooft, zal hem dat meegedeeld worden in Jezus' Naam, namens Hem. Want het Bloed van het Lam Gods reinigt van alle zonde. Het neemt de zonde van de wereld weg! (Joh. 1 :29). Daar staat in de bijbel niet dat Jezus het vagelijk wegwuift met Zijn hand, maar dit: dat Hij het wegneemt, weggenomen hééft. God spreekt er niet meer over, want voor Hem zijn ze weggenomen, bestaan ze niet meer, ze zijn uit Zijn gedachten verdwenen. Halleluja! ,,En hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken" (Hebr. 8 : 12; 10 :17).

Gods gezanten

De oudsten zullen een gebed des geloofs bidden, zij zullen als de hogepriester pleiten voor het volk bij God en de Heer zal hen als kanalen gebruiken, waardoor Hij de zieke Zijn genezende en regenerende kracht mededeelt. Overal waar knechten des Heren worden uitgezonden in Zijn Naam om het volle evangelie, het volle heil, mee te delen, wordt gezien dat dit de gehele mens bedoelt en aanspreekt, de totaliteit van ziel, geest en lichaam. ,,Zie, Ik maak alle dingen nieuw!" Evangelie is de Goddelijke boodschap van herstel. Herstel van de beschadigingen van de satan op alle gebieden. Herstel van verbroken relatie met God door infiltratie van de satan, herstel ook van de breuk in het gelukkig en perfect funktioneren van alle delen van het lichaam. God wil in Jezus leven en overvloed schenken, niets minder, aan al Zijn kinderen en Jezus kwam om dit te bewerken, Hij nam de zonden en ziekten en smarten op Zich (Jes. 53:4, 5). Van ons af en op Zich. Van onze schouders af, ze leggende op Zijn schouders. En dat alles bracht Hem de dood. En doordat Hij dit alles droeg en ook de straf, onze straf, droeg, vervulde Hij voor ons de wet, deze Goddelijke Plaatsvervanger. Halleluja!

,,En zij vertrokken en predikten, dat zij zich zouden bekeren (genezing van de ziel). En zij dreven vele boze geesten uit (genezing van de geest) en zalfden vele zieken met olie (genezing van het lichaam) en genazen hen" (Marc. 6 :12, 13). Ook heden zendt de Heer Zijn knechten uit met dezelfde opdracht. De geringste afwijking van Zijn Goddelijke voorschriften doet Hem Zijn genade en overwinning terugtrekken. De officiële kerk is ook van het voorbeeld van de Nieuw-testamentische Gemeenteordening afgeweken. Zodra zij weer de ambten, de bedieningen, instelt naar Ef. 4 :11-13 en bestuurd wordt door met de heilige Geest aangewezen en vervulde oudsten en herders die voor hun leven in de goddelijke dienst worden geroepen, zodra de gaven des Geestes weer krachtig en volledig funktioneren, zodra de bijbel en de bijbel alléén als de basis van de Woordverkondiging wordt aanvaard en hersteld, zal de kracht Gods wederkeren en de zieken normaal en algemeen genezen.

,,Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt" (Jac. 5 : 16). Een rechtvaardige is nimmer een rechtvaardige van zichzelf uit, hij is gerechtvaardigd door Jezus. Gerechtvaardigd niet uit iets uit hem, maar uit alles uit Jezus; niet vanwege zijn capaciteiten, maar vanwege de capaciteiten van Jezus. Een gerechtvaardigde door het dierbaar Bloed van Jezus, heeft de vrije toegang tot de Vader en bereikt veel, ja alles bij Hem, immers hij is een zoon. De Vader draagt en legitimeert hem en verleent kracht aan zijn gebed door de heilige Geest. ,,Gij zult kracht ontvangen, wanneer de heilige Geest over u komt" (Hand. 1 :8). ,,Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het Woord bevestigde door de tekenen die er op volgden" (Marc. 16 :20). De Heer staat achter Zijn uitgekozen en uitverkoren knechten. Zij zijn daarom bekleed met gezag en volmacht. ,,En Hij riep Zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen" (Matth. 10 : 1).

Vreugde-olie

,,De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mii gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onzen God; om alle treurenden Ze troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, VREUGDEOLIE inplaats van rouw, een lofgewaad inplaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: terebinten der gerechtigheid, een planting des Heren, tot zijn verheerlijking." (Jesaja 61 :1-3)

Dit gedeelte uit de bijbel las Jezus na Zijn doop, in de synagoge van Nazareth voor. Hij stond aan het begin van Zijn arbeid op aarde, hiertoe door de Vader gezalfd met de Geest. Deze doop of zalving, wat hetzelfde is, beïnvloedde en karakteriseerde geheel Zijn verdere leven. Welk gedeelte uit het Oude Testament zou geschikter zijn geweest, dan juist dit, dat duidelijk oorzaak en doel van Zijn komst openbaart. Nimmer tevoren toonde iemand zo'n grote dienstbaarheid als juist Jezus en nimmer heeft iemand volkomener zijn opdracht vervuld. Een bevrijder van gevangenen! Jezus las het gedeelte uit Jesaja voor, rolde het boek weer op en gaf het aan de dienaar van de synagoge. Toen zei Hij: ,,Heden is dit schriftwoord voor uwe oren vervuld!" (Lucas 4 :21). Dan lezen wij, dat de aanwezigen tot elkander met instemming spraken over de woorden van genade, die Jezus gesproken had en zij zeiden: ,,Is dit niet de zoon van Jozef?" Let op, dadelijk al bij Zijn optreden struikelde men over Jezus, omdat Hij van eenvoudige familie was. Wel spraken ze ,,over de woorden van genade, die van Zijn lippen kwamen", maar ze kenden Jezus te goed als één der hunnen, om in Hem de Messias te zien.

De eerste toenadering van God tot de mens was Zijn vleeswording, maar deze is niet de laatste geweest, het is duidelijk dat juist hier de hemel gaat bewegen. In gespannen verwachting zien de mensen in de synagoge toe en dan spreekt Jezus nog eenmaal over de zalving, alsof God Zich uitsluitend hierin wilde openbaren. Wanneer de Almachtige in het vlees Zich zou openbaren, wat voor nut heeft dat voor ons? Hoe zou ik, die stof en as ben, dit voorbeeld kunnen volgen? Maar als het Gods plan is zich door een Mens in Zijne zalving te openbaren, dan mogen wij hopen. Prijs de Heer, want dit heeft Hij Zich ten doel gesteld: Zich in Christus aan ons te openbaren. Daarom vermaant Paulus de heiligen in Philipp. 2 :5-8: ,,Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienst- knecht heeft aangenomen, en den mensen gelijk geworden is. En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot den dood, ja, tot den dood des kruises.”

Zo werd Hij niet slechts onze Redder, maar ook ons voorbeeld. De overwinning en de heerlijkheid verwierf Hij door Zijn gehoorzaam· heid na de zalving, en niet als God maar als mens. Hoewel hij God was, stelde Hij alle goddelijke voorrechten en privileges terzijde en overwon vlees, wereld en duivel, als een mens die door de Heilige Geest was gezalfd.

De gelovigen die dit voorbeeld volgen, kunnen vertrouwend op deze grond bouwen. Immers, wanneer wij zien dat Gods heerlijkheid en macht zich door deze zalving openbaart, mogen wij ons hier ook naar uitstrekken en hierin delen. Niet alleen Jezus, ook wij. Deze doop met de heilige Geest is ook het erfdeel van Gods kinderen. In 1 Joh. 2 :20-27 staat: ,,Gij echter hebt een zalving van den Heilige en gij weet dat allen. Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij haar weet en omdat geen leugen uit de waarheid is. Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent. Een ieder, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet. Wie den Zoon belijdt, heeft ook den Vader. Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven. En dit is de belofte, die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven. Dit heb ik u geschreven over hen, die u misleiden. En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere, maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft."

De heilige olie is uitgegoten op ,,het Hoofd", maar volgens het O.T. loopt deze olie in Aärons baard, en dan tot op de zoom van zijn kleed, ,,het is als dauw van den Hermon, die neerdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de Heer den zegen, leven tot in eeuwigheid." (Psalm 133). ln Hebr. 1 :9 staat: ,,Daarom heeft U, o God, uw God met vreugdeolie gezalfd boven uw deelgenoten." Maar wij hebben door en in Hem deel aan Zijn zalving. Het Boek is wederom geopend, na vele eeuwen zal de Zoon Zich openbaren in vele zonen, en het laatste deel zal ook worden geopenbaard.

De eerste generatie

De tijd waarvan de Handelingen spreekt, bestrijkt een periode van ongeveer 53 jaar. Maar onvermoeid en in volle kracht heeft deze eerste generatie van Christus kerk de kracht van het Koninkrijk geopenbaard. Waren latere generaties in ditzelfde tempo voortgegaan, dan was de wereld reeds 50 maal geheel beëvangeliseerd geworden. De eerste gemeente heeft in de eerste 25 jaren van haar bestaan meer voor het Koninkrijk Gods gedaan dan in alle verdere perioden. Er straalde zoveel leven en kracht uit de gelovigen dat de Kerk van Christus (dit is de enige Kerk, alle andere kerken zijn sectes), snel wies. Eerst waren er 120 door de Geest van God vervulde leden, de eerste dag van Pinksteren kwamen er 3000 bij, een paar dagen later weer 5000, de eerste gemeente telde reeds bij het allereerste begin 8120 leden. Het openbaar worden van de eerste Kerk was een levend wonder van de kracht Gods. Van het Hoofd stroomde de olie van de heilige Geest op het lichaam neer en zalfde het tot een koninklijk priesterdom. Welk een glorie was daar in het begin van het optreden van de zonen Gods.

Toebereide harten

Het werk van de heilige Geest geschiedde in toebereidde, ontvankelijke harten. Niemand kan het boek der Handelingen lezen zonder onder de indruk te komen van de kracht die daar openbaar wordt. De opstandingskracht van Jezus en de inwoning van de heilige Geest maakte de kerk tot een vlamrnend getuigenis voor een verloren wereld. Temidden van de gelovigen verkeerde Jezus. Hij was weggegaan langs de weg van een smadelijke kruisdood, maar Hij was teruggekomen. ,,Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden" (Matth. 18 :20). Zij vereerden niet een historische Jezus, een Jezus uit een voorbij tijdperk, maar zij hadden gemeenschap met een levende Jezus die Zich openbaarde door de heilige Geest. Dat was te merken aan elk van de gelovigen. Elke halfheid of vrees was uit hen geweken, ze hadden een stralend en sterk getuigenis. ,,Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren" (Hand. 4 : 13). Zij bleven niet in oude dingen vastzitten, want in oude zonden voortleven betekent nog wonen in het kamp van de vijand. Ze waren veranderde mensen, nieuwe scheppingen. ,,Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen" (II Cor. 5 : 17).

De opperzaal

Zij waren in de opperzaal bijeen en baden. ,,Deze allen bleven eendrachtig volhouden in het gebed" (Hand. 1 :14). ,,Zij waren voortdurend in de tempel, lovende God" (Luc. 24 :53). Bidden en loven. Bidden en danken. Vragen en nemen. Komen en drinken. Zij prezen de Heer voor de komst van de belofte des Vaders. Geen treurige wachters, geen smekelingen aan Gods deur. Blijde kinderen, wachtende op de schreden van de Vader. Hij zal komen, het is beloofd en alle beloften zijn in Hem: ja en amen. Zij hadden in die tien dagen hun harten tot uitgediepte kanalen gemaakt voor God. Hoe dieper de ziel blootgelegd wordt voor God, hoe volkomener het hart zich overgeeft. Hoe dieper het kanaal gaat worden, hoe meer de wonderbare, bruisende stroom van Gods Geest zijn weg zal vinden. En als de Geest op de dag van Pinksteren op hen viel, kwam een ander Ik in hen, terwijl hun eigen ik zijn waarde verloor, devalueerde. De ganse volheid Gods werd uitgestort in rnensenharten. Ze ontvingen Jezus terug en de ganse volheid die in Hem woonde. ,,Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken" (Coll. 1 :19). ,,Want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem" (Col. 2 :9).

Het is onvergelijkelijk wat daar geschiedde, het doorkruist alle menselijke begrippen, deze invasie van de heilige Geest. Het was heilig vuur. De heilige Geest was nog nimmer bedroefd, nimmer uitgeblust, nimmer was er tegen de heilige Geest gezondigd. De opperzaal werd een doopkapel en alle vervulden waren dezelfde niet meer, als toen zij naar het gebod van Jezus begonnen te wachten op de vreugdeolie. Zij hadden alle smaak voor de dingen van de wereld verloren, geld en genoegens hadden hun aantrekkingskracht verloren. Zij waren volgestort met een juichend geluk, een vreugde niet te meten. Een nieuwe passie brandde in hun harten, om anderen te redden, zij werden zielenwinners. Zij leefden voor Christus. Zij leden voor Hem, ze verdroegen verdrukking, zij lieten zich voor Hem pijnigen en kruisigen, zij stierven voor Hem. Zij waren ongedeeld, kenden geen compromissen. Zij waren volkomen en vreesloze getuigen. Het woord: getuigen, komt van het woord: märtyrer = martelaren. Zij waren getuigen van Jezus lijden, zij waren getuigen door voor Jezus te lijden. Zij konden dat, omdat zij gezalfden waren, de vreugdeolie van de heilige Geest stroomde over hen.

Dit is de zin van Pinksteren, dat iedereen op bijbelse wijze tot levende getuigen wordt, door de doop met de heilige Geest. En dit moet u zien zoals het geopenbaard wordt in Hand. 2. Niet anders, niet minder, niet verstandelijker, niet symbolisch, maar gelijk de apostelen ervoeren. Zij werden vervuld en hun monden werden gevuld met een nieuwe taal, met een onbekend, goddelijk idioom, andere tongen ,,zoals de Geest het hun gaf uit te spreken" (Hand. 2:4). Dit was een gave des Geestes (I Cor. 12 :10) en een teken tevens (Marc. 16 :17), het teken dat de gelovigen volgen zal, het teken van de vervulling (Hand. 10 :46).

De wereld heeft niets aan slappe en slapende christenen en veracht deze zelfs. Er straalt zo weinig leven uit hen uit, de nieuwe schepping wordt niet herkend en geen kracht wordt openbaar, ze wekken deze wereld niet tot jaloersheid. Dode formalisten weten niet van de vreugdeolie die Jezus uitstort op allen die er Hem om vragen en er Hem voor prijzen. Wat een wonderbare gemeente zullen wij hebben als Jezus Christus werkelijk de Eerste en de Laatste is, het Hoofd van de Kerk, de Doper met de heilige Geest.

Actief christendom

De eerste gemeente bracht in 2 jaar het evangelie in de gehele toenmaals bekende wereld van het midden-oosten (Hand. 19 :10) en dit zonder de hulpmiddelen zoals wij die thans bezitten: pers, telex, radio, film, televisie. De heilige Geest heeft onze moderne communicatie-middelen niet nodig en heeft zijn eigen wegen om het Woord bekend te maken aan zeer velen. Het persoonlijke getuigenis werd wonderbaar gezegend, zij predikten dit evangelie tot in Rome toe en zelfs in de familie des keizers werden bekeerlingen gemaakt. Zij betoonden grote kracht en werkten wonderen door de kracht van de Naam van Jezus. Antiochië (Hand. 11 :26) bijvoorbeeld, zal in de annalen van het christendom altijd bekend blijven, omdat daar een aantal niet geordineerde en onbekende discipelen, die door de vervolging van Saulus uit Jeruzalem waren gevlucht, het ondernamen om de grieken het evangelie te verkondigen. Zij brachten de bekeerden bijeen, leidden hen in in de heilsgeheimen van het Koninkrijk, doopten hen in water en vormden hen tot getuigen van de opgestane Christus. Zij lieten zich niet ophouden door de verstarde vormen en wettische gewoonten der joden, zij stonden pal in de kracht des geloofs en des Geestes. Zij stonden in de vrijheid en leidden anderen in de vrijheid.

De olie vloeit ....

Il Kon. 4 :1-7 verhaalt de geschiedenis van een profetenweduwe, die tot Elisa kwam om hulp. De schuldeiser was gekomen om haar beide kinderen als slaven weg te halen, omdat zij haar schuld niet kon betalen. Zij was in grote nood. ,,En Elisa vroeg haar: Wat kan ik voor u doen? Vertel mij, wat gij in uw huis hebt. En zij antwoordde: Uw dienstmaagd heeft niets in huis, behalve een kruikje olie. Toen zeide hij: Ga heen, vraag buitenshuis vaten van al uw buren, ledige vaten; laat het er niet weinige zijn." Dan moest zij de deur sluiten achter zich en haar zonen en deze olie uitgieten in al die vaten en wat vol was, werd weggezet. De vrouw gehoorzaamde en goot de olie in de vaten die de zonen voor haar neerzetten en telkens werd een vol vat weggezet en een nieuw vat aangedragen. Zolang er vaten waren stroomde de olie, maar toen zij alle gevuld waren, hield de stroom op. Er zou meer olie gevloeid hebben indien er meer vaten beschikbaar waren, maar de olie hield op te vloeien toen er geen ledige vaten meer waren. ,,En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees" (Hand. 1 :17). De weduwe verkocht deze olie, betaalde de schuld en leefde met haar zonen van het overige. Satan, de schuldeiser, dreigt met onze schuld en wil ons tot slaven maken. Maar de Man Gods, Jezus, kwam en gaf de olie van de heilige Geest die ons in de vrijheid brengt, want de Geest maakt vrij! Er was genoeg voor alle vaten, die daar waren. In de opperzaal waren 120 ledige vaten, zij werden alle gevuld met vreugdeolie. Maar de olie stroomde verder .... en vulde de andere vaten, duizenden, duizenden vaten werden vervuld en nog steeds stroomt de olie voort, zolang er mensen zijn die zich willen laten vullen. Er is geen tijd dat er wel ledige vaten zijn en geen olie, neen, er is overvloed van olie en het wacht op ledige vaten. Bent u zo’n leeg vat, de olie is daar, laat het u vullen, vervullen. ,,Wordt vervuld met de heilige Geest." De olie in het huisje van de weduwe was vreugdeolie, het maakte een eind aan de nood en bracht vrijheid en welstand voor allen, het zegende op heerlijke wijze. Halleluja!

KAREL HOEKENDIJK

naar boven

 

 

 

 

 


Heilige zalfolie