unity in the body of Christ

De grootste uitdaging van de Gemeente


De Gemeente van Jezus Christus ziet, terwijl zij Gods plan volvoert, uit naar drie grote doeleinden die bereikt moeten zijn vóór de komst van Christus.
Allereerst, dat zij de opdracht van Christus vervult om de wereld te evangeliseren.
Ten tweede, dat zij de Goddelijke glorie die beloofd werd, mag ontvangen en openbaar maken.
En ten derde, dat de Gemeente voortgaat op de weg der volmaking, zodat Christus, als Hij komt, de Gemeente voor Zich kan plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks (Ef. 5 : 27).

Hoe moeten deze drie grote doeleinden bereikt worden? Hoe zou de wereld overtuigd kunnen worden dat Jezus inderdaad de Christus is, door de Vader in de wereld gezonden? Hoe zou de goddelijke glorie van de vroegste Gemeente kunnen worden hersteld? Hoe kan de Kerk een volmaakte Gemeente worden? Wordt het antwoord op al deze dingen niet gevonden in het gebed van Christus in Joh. 17, waar Hij bidt dat zijn volgelingen één zijn?


De Gemeente is meer dan een organisatie, het is een organisme, het is een lichaam dat uit vele leden bestaat, en als het zijn doel wil bereiken is het nodig dat ieder lid op zijn plaats wordt gevonden en in goede verhouding tot alle andere leden werkzaam is. Laat ons dat merkwaardige Hogepriesterlijke gebed van Christus in Johannes 17 eens beschouwen en zien hoe Zijn gebed voor de éénheid van de Gemeente verband houdt met het verkrijgen van de drie grote doeleinden der Gemeente:


1. Wereldevangelisatie.
2. Een verheerlijkte Gemeente.
3. De vervolmaking der Gemeente.

Wereldevangelisatie: "Dat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt." (Joh. 17: 21) Christus geeft hier in Zijn gebed te kennen, dat slechts als de Gemeente één wordt, de wereld geloven zal dat Hij door de Vader gezonden is. Bij deze is geen sprake van eenheid in religies, waarbij de scheiding in secten, die vaak onverenigbaar zijn, of zelfs vijandig, een excuus geeft waarachter de wereld zich verontschuldigt, om niet in Zijn boodschap te geloven. Daar hebben ze iets voor uitgevonden n.m. de wereld oecemene. Alleen om deze reden al moet de Gemeente één worden wil de wereld in deze generatie voor Christus gewonnen worden. Let er op dat Christus' gebed voor eenheid nog twee keer herhaald wordt. Op slechts één andere plaats wordt ons bericht dat de Heer Zijn gebed driemaal herhaalde. Dat was tijdens Zijn strijd in de Hof toen Hij bad dat Gods wil geschiede. Het feit dat Zijn verzoek driemaal herhaald werd moet wijzen op iets dat van ongewoon belang en betekenis is. Zou het kunnen zijn dat het probleem van de eenwording der Gemeente, zo dat Zijn lichaam één is, zou blijken een taak te zijn in moeilijkheid te vergelijken met de Verlossing zelf? Laat ons op Zijn twee andere gebeden voor de eenheid der Gemeente letten . "En de heerlijkheid die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk wij (Vader en Zoon) één zijn" (Joh. 17 : 22). ''Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één" (Joh. 17 : 23). Laat ons de betekenis van deze gebeden van Christus overwegen. De drie allerbelangrijkste verplichtingen of behoeften van de Gemeente zijn regelrecht verbonden met de vervulling van deze gebeden:

1. Het met succes bereiken van de wereld met de boodschap van het Evangelie.
2. De heerlijkheid van de God de Vader, rustende op de Gemeente.
3. De volmaking van de Gemeente van Christus.

Al deze allerbelangrijkste doeleinden zijn verbonden met of afhankelijk van de eenwording der Kerk. De vraag is nu: zal dit gebed van Christus worden vervuld of niet? Of zal het slechts in de hemel vervuld worden? Vergissen is uitgesloten! Christus gebed voor de eenheid der Kerk heeft betrekking op déze tijd - "opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt".

De valse Oecumenische éénheid.

Een van de grootste gevaren voor het christendom vandaag de dag is de doelbewuste onderdrukking van de bijbelse waarheid omwille van de eenheid. Het gevaar wordt intensiever en zichtbaarder in de Nieuwe wereld Orde die het speerpunt in de oecumenische stroming van het Vaticaan is. Inplaats de christenen te waarschuwen tegen deze valse eenheid die opkomt in de "laatste dagen" van deze grote afval, omarmen en applaudisseren ze voor degene die dit plan ontworpen heeft. Dit plan is ontworpen uit de Gnostiek, Theosofie en New Age om een wereld religie tot stand te brengen. Deze zijn niet Christus gezind, althans, zij geloven dat Jezus meer een vredestichter is in de vorm van een avatar.
De tekst in 2 Thessalonisenzen geeft meer uitleg over de afval en de zoon der wetteloosheid, die zich verhoogd over elke christelijke -en wereldse godsdienst. Laten we de tekst in tweede brief van Thessalonisenzen eens onderzoeken.

2 Thess 2:3-4

Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, dat hij een god is.

De uitleg:

De afval (the falling away) is een andere leer die Jezus niet als de weg en waarheid predikt om tot de Vader te komen. De loochening van Jezus, is gelijk ook de loochening van God de Vader. Dat is rebellie. Dit is de verwerping van de Vader en de Zoon. 1 Joh. 2:22. 1 Tim. 4:1 Deze zijn vermengt met leringen van dwaalgeesten en boze geesten- 2 Tim. 3- deze zorgen voor zware tijden in de laatste dagen en geestelijke verwarring in de kerk door zwakke geloofskennis - 2 Tim. 4 : 3 zegt dat de mensen de gezonde leer niet meer kunnen verdragen!, de zeven fundamenten van de leer van Christus.
De tegenstander, die zich verheft = die zich verzet zich tegen elke godsdienst. In de grondtekst is het woord verzet "zich verheffen genoemd, dit betekent "zich verhogen" of zich er "boven stellen" boven elke godsdienst om één wereld religie te vormen.
Tegen al wat God of voorwerp van verering heet= dat zijn alle godsdienstige kerken en denominaties en andere wereld godsdiensten die een god of voorwerp vereren.

De tekst in het engels; Don’t let anyone deceive you in any way. For the Day will not come until after the Apostasy has come and the man who separates himself from Torah has been revealed, the one destined for doom. He will oppose himself to everything that people call a god (religions) or make an object of worship; he will put himself above them all, so that he will sit in the Temple of God and proclaim that he himself is God. [CJB] Comlete Jewish Bible

Ook Daniel 11: 36-39 komt overeen met de tekst in 2 Thess 2:3-4
De Duitse theoloog Hans Küng is bezig met het opstellen van een oecumenische versie van de Tien Geboden, waar elke wereldreligie zich in kan vinden.


De grootste uitdaging der Kerk

De grootste uitdaging der Kerk ligt voor ons. We moeten in onze dagen de wereld evangeliseren! Maar kunnen we deze taak volvoeren tenzij we Christus' weg volgen? De Kerk moet één worden. Opdat de wereld gelove in de zending van Christus moeten we persoonlijke ambities opzij zetten voor het welzijn van allen Niemand zal er op verliezen door Christus' weg voorop te stellen. Vandaag is het lichaam van Christus nog verdeeld. De profeet zag, toen hij eeuwen verder schouwde, tevoren de manier waarop het lichaam van Christus zou worden misvormd. ''Zoals velen zich over u ontzet hebben - zo zeer misvormd, niet meer menselijk was zijn verschijning, en niet meer als die der mensenkinderen zijn gestalte" (Jes. 52 : 14) . In de dagen toen Hij in 't vlees was werd het lichaam van Christus verminkt. Zo moet nu weer beleden worden dat het mystieke lichaam van Christus wordt misvormd, niet meer menselijk is en zijn gestalte niet meer als die der mensenkinderen."

Het lichaam van Christus is een Organisme

De dwingende reden waarom de Kerk één moet worden, is, dat het meer is dan een organisatie; het is een organisme - het is het Lichaam van Christus op aarde. God "heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als Hoofd boven al, wat is, gegeven aan de gemeente, die Zijn Lichaam is" (Ef. 1 : 22, 23). Paulus bespreekt in die grootse brief aan de Efeziërs deze éénheid van het Lichaam van Christus tot in onderdelen. Hij begint met te zeggen: "U te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes" (Et. 4 : 3). Deze eenheid is des Geestes, maar let wel, het is ook iets dat niet verkregen wordt zonder onze medewerking! De apostel spreekt over zeven "eenheden" die bewaard moeten blijven (Ef. 4 : 4-6).

1 één lichaam, (niet vermengt met andere godsdiensten)
2 één Geest, (de Geest die roept Abba Vader, de Geest van het zoonschap)
3 één hoop, (hoop op het einde alle dingen)
4 één Heer, (Jezus is Heer. Filip 2:11)
5 één geloof, (geloof dat gericht is op Jezus, de voleinder des geloofs)
6 één doop, (een doop van bekering, geen kinderdoop, maar onderdompeling)
7 één God en Vader. (één God, 1 Cor. 8:6.)

Hoe de eenheid van het lichaam van Christus kan worden verkregen.
Met nadruk wordt ons verteld dat het verkrijgen van de eenheid van het Lichaam van Christus een werk is van de Geest van God door
bovennatuurlijke bedieningsgaven, die God aan de Kerk heeft gegeven (Ef. 4 : 7-11).

1. Apostelen
2. Profeten
3. Evangelisten
4. Herders
5. Leraars

Deze vijf bedieningsgaven zijn, naar ons wordt bericht, nodig om de volmaking der Kerk te krijgen, totdat de leden ervan "allen de eenheid des geloofs hebben bereikt" (Ef. 4 : 13). Indien één dezer bedieningsgaven ontbreekt, zal het werk niet volledig worden gedaan: "En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en de volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus, " (Ef. 4 : 11-13).

Dit gehele Schriftgedeelte moet zorgvuldig gelezen worden. Gods doel is dat het gehele lichaam van Christus "een welsluitend geheel" is, en dat ieder lid zijn aandeel heeft in de effectieve werking en groei van het lichaam (Ef. 4 : 16). Dit lichaam, bevat alleen degene die niet met andere wereldse godsdiensten hoereren, maar het getuigenis vasthouden wat God van Zijn Zoon heeft gegeven. De Kerk is een Lichaam, waarvan de leden als een eenheid samengevoegd moeten zijn, anders is het een ziek lichaam en kan het nooit het doel vervullen waarvoor God het heeft bestemd. De gezondheid van het lichaam staat op het spel. De grote opwekking die over de wereld gaat, is in wezen een opwekking van genezing van ziel en lichaam.

In het einde waar we nu al in zitten zal de grote afval komen, de afval van de waarheid. Jezus is de waarheid. Vele christenen van vandaag zijn ziek van lichaam, en helaas al te vaak ook van ziel. Ons wordt hier verteld dat de gezondheid en het welzijn van de leden der Gemeente gevaar lopen, omdat velen het Lichaam niet onderscheiden of erkennen : "Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heren. Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen (ont-)slapen (1 Kor. 11 : 29- 30 a.v.). In het Avondmaal "onderscheiden" christenen het lichaam.  Zijn lichaam werd verbroken voor ons lichaam, en door Zijn striemen zijt gij genezen. Het falen om het Lichaam des Heren op de juiste wijze te onderscheiden, kan ziekte en voortijdige dood ten gevolge hebben. Maar Paulus gebruikt het gehele volgende hoofdstuk om aan te tonen hoe leden van het lichaam van Christus door niet de plaats te erkennen van andere leden van het Lichaam, ook scheuring en ziekte in dat lichaam kunnen brengen!  Merk op hoe dit uitgesproken wordt in 1 Kor. 12. In het Avondmaal "onderscheiden" christenen dat het lichaam van Christus één is maar vele leden heeft;

1. "want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft en al de leden van het lichaam. hoe vele ook, één lichaam vormen , zo ook Christus" (1 Kor. 12 : 12) .
2. Alle leden worden deel van het lichaam daar de Geest hen tot één Lichaam doopt (vers 13 ).
3. God plaatst de delen in het lichaam zoals Hij wil (vers 18) . 4. Alle leden van het lichaam zijn nodig. zelfs zij die het meest zwak schijnen (vers 22).
5. 't Ene lid mag 't andere niet verachten en zeggen "Ik heb u niet nodig" (vers 21) .
6. De leden moeten gelijkelijk voor elkaar zorgen (vers 2S ).
7. Als één lid lijdt, lijden de leden mee (vers 26 ).
8. Als één lid eer ontvangt, delen allen in ik vreugde (vers 26).
9. God heeft de leden in het Lichaam geplaatst in de volgende orde
(vers 28):

1  Apostelen
2. Profeten
3. Leraars
4· Krachten
5. Gaven van genezingen
6. Bekwaamheid om te helpen
7. Besturen
8. Verscheidenheid van tongen

Dit hoofdstuk maakt het zeer duidelijk, dat het Lichaam van Christus één is; want "door één Geest zijt gij allen gedoopt tot een Lichaam”. Geen lid kan tot een ander zeggen: “Ik heb u niet nodig”. Allen moeten voor elkander zorgen. Allen hebben een doel te dienen in de opbouw van het Lichaam van Christus. Wat gebeurd er, als we in gebreke blijven al de leden van het lichaam van Christus te erkennen? Is er een straf? Zeer zeker. Paulus waarschuwt hen die niet het Lichaam des Heren "onderscheiden”, zwakheid, ziekte en zelfs dood voor hen, die gezonde leden zouden moet en zijn in het lichaam van Christus. Wat zullen we hier aan doen? De gebiedende eis van vandaag is, dat wij als leden van het Lichaam van Christus alle leden moet en erkennen als te behoren tot één Lichaam. We kunnen niet langer tot enig lid zeggen dat we hem "niet nodig” hebben.

Slechts als de Gemeente de leden van het gehele lichaam erkent, kan zij de wereld bewijzen dat Jezus Christus de Zoon Gods is. Alleen dan kan zij de heerlijkheid hebben die Christus haar wou geven. Alleen dan kan zij tot volmaaktheid. voortgaan. We kunnen onze inspanning om te evangeliseren organiseren, maar we kunnen het Lichaam van Christus niet organiseren. Het is al georganiseerd. Het is reeds een organisme. De Geest die het beweegt: en het laat werken is de Geest van God. De gaven die aan de dag treden in het lichaam zijn bovennatuurlijk en niet van menselijke aard. Het enige dat wij kunnen doen, is de leden afzonderlijk erkennen Wij moeten erkennen wat God reeds gedaan heeft. Hij heeft het Lichaam van Christus één gemaald. Dat, wat Hij gedaan heeft, moeten wij erkennen.

In Eenheid ligt Kracht

“Opdat zij allen één zijn, geIijk Gij, Vader, in Mij en.Ik in U, dat ook zij in Ons zijn, opdat ik wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt” Joh 17:21 Het was de bedoeling van Christus dat Zijn Kerk grote kracht op aarde zou openbaren. Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt" (Hand. 1 : 8). Waarom heeft: de Kerk zo weinig geestelijke kracht gehad? Waarom is de evangelisatie zo pijnlijk langzaam voortgeschreden? Waarom is de Kerk niet in staat geweest de wereld als geheel er toe te brengen zijn zending ernstig op te vatten? Is het niet omdat de Kerk gezegd heeft: tot zulke leden als: Krachten en Gaven van genezingen. "Wij hebben u niet nodig"? Wil de Kerk kracht krijgen om in deze generatie de wereld te bereiken, dan moet hij één worden. Hij moet alle leden van de Gemeente van Jezus erkennen, niet de religies. Dan zal de wereld geloven dat de Vader Christus in de wereld gezonden heeft (Joh. 17; 21). We moeten één zijn zoals de Vader één is met Jezus.

Hinderpalen voor de eenheid van het Lichaam

Daar het duidelijk is uit de Schrift dat Gods plan voor de Kerk is, dat zij één is, en dat zowel haar volmaking als het met succes vervullen van de Goddelijke opdracht om de wereld te evangeliseren, van deze eenheid afhankelijk zijn, moeten wij ons afvragen wat de voornaamste oorzaken zijn die de vervulling ervan in de weg hebben gestaan. Het is duidelijk dat we eerst moeten ontdekken wat de oorzaken zijn die het Lichaam uiteen hebben gescheurd, om te weten welke stappen nodig zijn om een genezing te bewerken.

De gaven van de bediening moeten in de kerkgenootschappen hersteld worden

God heeft bepaalde gaven van bediening aan de gemeente gegeven. Na het overlijden der apostelen werden deze diensten geleidelijk vervangen door kerkelijke ambten, die door overleveringen geschapen werden. Ten laatste verdwenen vele bovennatuurlijke diensten uit de kerk, met omdat het Gods wil was dat deze gaven verwijderd werden, maar omdat de kerk ze niet langer erkende. Een dergelijke situatie ontstond bij de achteruitgang van Israël. God had Zijn heerlijkheid gezonden om in de tempel te wonen. Toen echter die heerlijkheid niet langer gewaardeerd werd, werd ze teruggetrokken. (Ezech. 12: 22-23). Niet lang daarna verschenen de laatste profeten in Israël en vierhonderd jaar lang zwegen de hemelen. Wij leven in de tijd, dat de bovennatuurlijke diensten in de Gemeente in ere hersteld worden. Wij moeten ze erkennen en er alle mogelijke steun aan geven om vrij in het Lichaam te werken. Want door deze diensten zal de eenheid en volmaaktheid van de kerk verkregen worden. ''En hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van den Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van den wasdom der volheid van Christus." (Eph. 4 : 11-13). Omdat God verklaard heeft, dat de bovennatuurlijke giften voor de vervolmaking der heiligen gegeven zijn, is het noodzakelijk, dat wij deze bedieningen aanmoedigen en ook de geestelijke gaven, die er bij behoren.

Christocentrisch

Wil de Kerk kracht krijgen om in deze generatie de wereld te bereiken, dan moet hij één worden. Hij moet alle leden erkennen. Dan zal de wereld geloven dat de Vader Jezus Christus in de wereld gezonden heeft (Joh. 17 ; 21). Hierbij is de doop met de Heilige Geest het teken van het persoonlijk deelhebben aan de volheid des Geestes, van het toegerust zijn van de Gemeente met de kracht Gods voor het getuigenis in de wereld. Door dit teken wordt de Kerk steeds en overal op een bijzondere wijze oecumenisch getypeerd. 

Dit alles moet christocentrisch verstaan worden vanuit Jezus Christus, de weg de waarheid en het leven, als Wereldheiland, die door Zijn Geest met de wereld en de Kerk handelt en op weg is. Dit is niet de bijeen vergadering van wereld religies maar de bijeen-vergadering van de volken der aarde, het deelhebben aan de familie van God. Hierbij is geen geest buiten Christus om, maar de Geest, die overtuigd van zonde en ongerechtigheid. 

De andere mogelijkheid voor de Kerk
Zelfs het Koninkrijk van Satan hangt af van een soort van eenheid. Jezus zei: "Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en het ene huis valt op het andere. Indien ook de Satan tegen zichzelf verdeeld is, hoe zal zijn koninkrijk kunnen standhouden" (Lucas 11 : 17, 18). Als Satans koninkrijk al niet bestaan kan als het tegen zichzelf verdeeld is , hoe zou het dan met de Kerk? Hoe moet dat dan met de Kerk in deze generatie? Zullen wij tezamen standhouden? Zullen wij onze kleinzielige verschillen terzijde stellen? Zullen wij ons realiseren, dat wij allen elkaar nodig hebben? Zelfs nu is de modernistische Kerk bezig haar krachten te verenigen. Zij heeft zich verenigd met elementen, die zich tegen het bovennatuurlijke verzetten. Deze Kerk kondigt zichzelf stoutmoedig aan als dé Kerk! Wat zal gebeuren in een tijd van nationale crisis? Als de volkeren een strijd opleveren en de dood ingaan; zal de ware Kerk zo verdeeld zijn, dat ZIJ geen stem geen erkenning en kracht heeft als Kerk? Wij weten niet wat de toekomst inhoudt. Maar dit is zeker. Het is de gebiedende eis, het is uitermate dringend dat zij die het Lichaam van Christus zijn, allen zullen erkennen die aan "deze kant" staan, dat zij stoutmoedig deze éénheid zullen proklameren, en niet zullen toelaten dat hinderpalen in de weg komen die de éénheid op enigerwijze in gevaar zullen brengen.

De Kerk is geen verzameling individualisten. Zij is een levend organisme, tot leven gebracht door één Geest, en werkend voor één gemeenschappelijke zaak en doel". Mogen wij op een merkwaardige profetie wijzen, door de Hogepriester uitgesproken toen hij samenzweerde om Christus ter dood te brengen? 
Toegegeven; het is vreemd dat Gods Geest gebruik wilde maken van deze man, om zo'n diepe profetie over de komende eenheid van Gods kinderen uit te spreken. Niettemin was het deze man die 't meest verantwoordelijk was voor de dood van Christus' aardse lichaam, die dit zei: " .... dat Jezus zou sterven voor het volk en niet alleen voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen" (Joh. 11 : 51, 52). Zeker, als God de toorn van een mens gebruiken kan om Hem te prijzen en de vijanden van Christus, om te getuigen van de triomf van het Lichaam van Christus, wie zal dan een halt kunnen toeroepen aan de komende vervulling er van? 

Verstoringen in de éénheid van het Lichaam 

Daar het duidelijk is uit de Schrift dat Gods plan voor de Kerk is, dat zij één is, en dat zowel haar volmaking als het met succes vervullen van de Goddelijke opdracht om de wereld te evangeliseren, van deze eenheid afhankelijk zijn, moeten wij ons afvragen wat de voornaamste oorzaken zijn die de vervulling ervan in de weg hebben gestaan. Het is duidelijk dat we eerst moeten ontdekken wat de oorzaken zijn die het Lichaam uiteen hebben gescheurd, om te weten welke stappen nodig zijn om een genezing te bewerken.

Eerste oorzaak van onenigheid - persoonlijke eerzucht 

Wil het Lichaam van Christus harmonieus functioneren, dan is het nodig voor ieder lid om goed te passen op de plaats, die God hem heeft aangewezen. "Nu heeft God echter den leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het Lichaam aangewezen, zoals Hij heeft gewild" (1 Kor. 12 : 18). Maar, zoals Paulus in ditzelfde hoofdstuk uitlegt, helaas is niet ieder lid tevreden met de plaats waar God hem gesteld heeft. Of anders; hij weigert de plaats te erkennen, die God aan een ander heeft gegeven. Met als resultaat, dat er een scheuring is in het Lichaam. Deze toestand ontwikkelt zich dikwijls. 
De Apostelen waren niet altijd vrij van vleselijke eerzucht. De moeder van Jacobus en Johannes was, evenals niet weinige andere moeders, eerzuchtig voor hun zoons. Daarom ging zij er toe over voor hen aan Jezus een verzoek te doen, dat al meteen ontevredenheid veroorzaakte tussen de andere discipelen. Ze vroeg of de ene aan Jezus' rechterhand en de andere aan Zijn linkerzijde mocht zitten, als Hij in Zijn Koninkrijk kwam. Het gevolg kon voorspeld worden. "En toen de tien dit hoorden, namen zij het de beiden broeders kwalijk" (Matth. 20 : 24). 

Als Jezus niet aanwezig was geweest om de toestand in Zijn hand te nemen, dan zou dit incident waarschijnlijk een scheuring hebben kunnen teweegbrengen in de groep van de Apostelen. Jezus berispte de moeder en toonde haar aan dat dit verlangen naar de verheffing van haar zoons boven de andere Apostelen niet in overeenstemming was met Gods geest. "Want het verhogen komt niet van Oost of van West, noch uit de woestijn, maar God is rechter, hij vernedert dezen en verhoogt genen" (Ps. 75 : 7,8). Egoïstische eerzucht vernietigt tenslotte zijn eigen doel.

De leden van het Lichaam van Christus moeten elkaar niet benijden, maar zij moeten de taak vervullen waartoe zij geroepen zijn, ieder op zijn eigen plaats. Persoonlijke eerzucht is een belangrijke oorzaak van onenigheid. Het is een natuurlijk en menselijk verlangen om uit te blinken, om naar voren te treden, om groot te worden in de ogen der medemensen, om als een groot spreker te worden beschouwd, of een groot evangelist, om de grootste gemeente te hebben, of de grootste Zondagsschool. Misschien wordt een ander neergedrukt om zelf de top van de piramide te bereiken. 
Het is beslist niet fout om een groot werk voor de Heer te willen doen, maar om het op zo'n manier te doen, dat daardoor jaloersheid of afgunst in een ander wordt gewekt, is fout. Als we het Lichaam willen verenigen, moeten we opwindende wedijver, die voortspruit uit menselijke concurrentiegeest, vermijden. Wij zijn allen leden van één Lichaam, en daarom moet geen lid zich verheugen. ten koste van een ander. "Als één lid lijdt, lijden alle leden mede, als één lid eer ontvangt, delen alle leden in de vreugde" (1 Kor. 12 : 26).

GRONDSTELLING I
Indien wij eenheid in het Lichaam van Christus willen zoeken, moeten wij persoonlijke eerzucht ondergeschikt maken aan het welzijn van het gehele Lichaam. "Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden" 
(Matth. 23 : 12).

Tweede oorzaak van onenigheid - de neiging om uiteen te gaan ten gevolge van persoonlijkheden

In de brief aan de gemeente van Korinthe merkt Paulus met smart op dat zich scheuringen tussen de leden begonnen te ontwikkelen. Hij merkte, dat zij niet vast aaneengesloten waren, één van zin en één van gevoelen. Het ene lid zei, dat hij van Paulus was. Een ander zei, dat hij van Apollos was, weer een ander van Petrus en nog weer een ander van Christus. Paulus beschouwt deze toestand met droefheid. De idee, dat hij de leider zou worden van een groepje, was hem niet welkom. Er was slechts één Kerk: het Lichaam van Christus. Hij was een apostel voor de Kerk en niet een eerzuchtige leider van een nieuwe sekte. Hij toonde de Korinthiërs aan, dat, hoewel verschillende mensen arbeiden in Gods wijngaard, de Heer het was die de wasdom schonk. Paulus was bezig met één van de vruchtbaarste bronnen van onenigheid in de Kerk, n.l. dat, wat ontstaat door het probleem van de persoonlijkheden.
Ook nu nog zijn allerlei mensen hiervan de oorzaak, evenals in de Korintische gemeente. Zij moedigen leiders aan iets op te bouwen rondom hun eigen persoonlijkheid. De geschiedenis toont ons verschillende gevallen waarin leiders zó werden beïnvloed, dat zij een "Messiaans complex" kregen. Het resultaat was de extreemste vorm van sektarisme. 

De geschiedenis toont, dat als een groep vastgroeit aan het idee dat zij alléén het Lichaam van Christus vertegenwoordigt, het ongeluk niet op zich zal laten wachten. Het is duidelijk, dat geen menselijke kerk organisatie kan worden vereenzelvigd met het gehele lichaam van Christus. De macht om leden te brengen in het Lichaam van Christus is niet gegeven aan de mens, maar is een voorrecht van de Geest van God. "Want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt" (1 Kor. 12 : 13). 
De Korintische gemeente stond op het punt uiteen te vallen in sekten, ieder met een verschillende leider. Paulus toonde aan dat dit fout was. God was er niet in. Zij waren allen in één Lichaam gedoopt en de poging om er verschillende lichamen van te maken was absoluut niet in overeenstemming met Zijn plan. God heeft de leden in Zijn Kerk gezet zoals het Hem behaagde. Alles wat wij kunnen doen is erkennen wat God heeft gedaan.
Er is één Kerk. Het is daarom voor iedere leider fout om zijn volgelingen te vervreemden van de andere leden van het Lichaam van Christus. De ware Kerk vertegenwoordigt eenheid tussen allen die God in het Lichaam heeft gesteld.

GRONDSTELLING 2
Leden van het Lichaam van Christus moeten niet leiders aanmoedigen muren op te richten die op enigerlei wijze de eenheid van het Lichaam van Christus verdelen.

Derde oorzaak van onenigheid - leerstellige verschillen

De apostel Paulus verklaart, sprekend in zijn hoofdstuk over de Goddelijke liefde: "want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ikzelf gekend ben" (1 Kor. 13 : 12) . Als dit waar is, dan blijkt duidelijk dat een volmaakte leerstellige eenheid in alle onderdelen in deze tegenwoordige eeuw nooit bereikt zal worden. Iedere poging om leerstellige gelijkvormigheid op alle punten dwingend op te leggen, zal slechts uitlopen op ernstige twist en onenigheid. Predikanten van dezelfde denominatie zijn het in bepaalde zaken niet met elkaar eens. Hetzelfde individu wijzigt in de loop van een mensenleven zijn gezichtspunten op vele onderwerpen. 

Eenheid tussen onvolmaakte mensen kan niet gegrond worden op leerstellige gelijkvormigheid op alle punten. Eenheid moet meer worden gegrond op wat in het hart is, dan wat in het hoofd is. In de vroegste Kerk deden zich al leerstellige tegenstellingen voor. De bekendste was die over de besnijdenis. De gemeente van Jeruzalem, samengesteld uit bekeerden uit de Joden was er van overtuigd dat niemand gered kon worden zonder besnijdenis: En sommigen, uit Judea gekomen, leerden de broeders: Indien gij u niet laat besnijden naar het gebruik van Mozes, kunt gij niet behouden worden" (Hand. 15 : 1). Zij hadden een sterk argument om hun opvatting te steunen. 

De besnijdenis was gegeven door bemiddeling van Abraham. Hij was bevestigd onder de Mozaïsche wet. De Jood zou liever zijn leven opgeven dan de besnijdenis. Let eens op hoe de Heilige Geest en de Apostelen deze zaak behandelen. Aan niemand werd gezegd dat besnijdenis niet langer nodig was. Ook probeerden de Apostelen niet de verandering te verklaren die tot de ontheffing leidde. Het was klaarblijkelijk onmogelijk aan de bekrompen Joden in Jeruzalem de theologische  redenen te verklaren waarom besnijdenis niet langer nodig was. God zou op Zijn eigen tijd en wijze voor dat probleem zorgen. (Er werd voor gezorgd toen de Joden werden verstrooid in 70 n. Chr.). 

De Kerk verbood de Joden niet om besneden te worden maar ook verlangt zij niet dat de Heidenen zouden worden besneden. Zo toonden zij dat eenvormigheid van geloof in deze aangelegenheid niet noodzakelijk was voor de eenheid. Aan de Joden werd toegestaan voort te gaan met de besnijdenis, terwijl aan de Heidenen vrijheid gegeven werd onbesneden te blijven. In deze aangelegenheid werd aan beide zijden gewetensvrijheid gegeven, maar zij moesten dit niet tot een strijdpunt laten worden. Dit belang dat de eenheid van het Lichaam van Christus wordt gehandhaafd is belangrijker dan het oplossen van kleinzielige verschillen op leerstellige gezichtspunt. Ten slotte: mensen bereiken geen ware eenheid, zelfs niet al stemmen ZIJ leerstellig met elkaar overeen, tenzij de Geest Gods hen tezamen bindt. De eenheid van de kerk kan daarom niet te voorschijn geroepen worden door gelijkvormigheid in alle leerstellige détails, maár veeleer door het, werk van de Heiligen Geest, die de kinderen Gods tezamen smelt. Er is natuurlijk een zekere leerstellige overeenstemming die noodzakelijk is overeenstemming in de beginselen van de leer van Christus.


GRONDSTELLING 3 

Het Lichaam van Christus moet niet toestaan dat het wordt verdeeld op grond van een gebrek aan volkomen overeenstemming op alle leerstellige details. Ware eenheid is meer eenheid van het hart dan van het hoofd.

Vierde oorzaak van onenigbeid - sectarisme

In Lukas 9 vinden wij een interessant Schriftgedeelte. Drie voorvallen die ons in dat hoofdstuk worden verteld, zouden op het eerste gezicht kunnen schijnen geen verband met elkaar te houden. Toch doen ze het wel, want zij gaan over zekere neigingen in de menselijke natuur om steeds het werk van de Heilige Geest in de weg hebben gestaan, als Hij de leden van het Lichaam van Christus in een harmonische betrekking tot elkaar zoekt te brengen. Het eerste voorval gaat over een mislukking.
De discipelen hadden gepoogd een duivel uit een kind te werpen, maar vanwege hun gebrek aan geloof, faalden zij. De Heer had gezegd, dat indien twee konden overeenstemmen over een zaak, het geschieden zou; maar zij waren niet in zo'n overeenstemming en het volgende voorval toont waarom. Zij wedijverden wie de grootste zou zijn. Persoonlijke eerzucht onder hen had tot gevolg dat zij elkaar verdrongen voor een eervolle plaats. "Er kwam ook een overlegging bij hen op, wie van hen de beste was" (Lukas 9 : 46). De Heer toonde hen dat deze motieven verkeerd waren, dat zij, in plaats van de eerste plaats te verlangen, zouden moeten streven om te worden als een klein kind, "want wie onder u allen de minste is, die is groot"

Het verlangen naar macht en een eervolle positie was echter nog niet uit de gedachten der discipelen verdwenen. Jezus had hen onderling op gelijke voet gesteld, maar tegenover anderen waren zij toch wel de meerderen, meenden zij. Johannes zag een man duivelen uitwerpen, die geen Apostolische geloofsbrieven had. Hij nodigt de man uit zich bij de groep van Apostelen te voegen. 
Tot Johannes' verontwaardiging weigerde de man en daarom gelastte Johannes hem, geen duivelen meer uit te werpen. Maar Jezus vernietigde Johannes' ban. Hij zei aan Johannes hem niet te verbieden en hem toe te staan zijn goed werk voort te zetten. Jezus toonde dat Johannes' sektarisme tegen het welzijn der zaak was gericht. Hij verklaarde dat deze man aan hun zijde stond. "Want wie niet tégen ons is, is voor ons" (Marc. 9 : 40). 

Door duivelen uit te werpen in de Naam van Jezus, had hij deelgenomen aan de gemeenschappelijke strijd tegen de vijand. In plaats van twist moest er een geest van begrip zijn tussen de groep Apostelen en deze man. Deze woorden van Jezus zijn van grote betekenis. De twaalf Apostelen zouden een belangrijk deel gaan worden van de stichting der Kerk. Het was zeker in orde officieel verbonden te zijn met deze mannen, die zulk een belangrijke plaats in de Kerk zouden krijgen. Toch zou de Kerk te samen gebonden moeten worden in eenheid door geloof in de Naam van Jezus, eerder dan door Apostolische geloofsbrieven. God zou deze "onafhankelijke" werkers zegenen als zij er de voorkeur aan gaven op eigen gelegenheid te werken in de gemeenschappelijke zaak. In plaats van de man te berispen hadden zij hem moeten aanmoedigen. 

De basis van de eenheid moest in God liggen, niet in de Apostelen. De mens moet deze eenheid erkennen. Deze man wierp duivelen uit in de naam van Jezus. Dat hij wonderen verrichtte, was het goede teken dat Gods zegen op hem rustte, Daarom betaamde het de discipelen niet alleen hem aan te moedigen, maar om hem te helpen op alle manieren die in hun macht lagen. Hier nog eens de nadruk op leggend. zei Christus: "Want wie u een beker water zal geven in Mijn Naam, omdat ge tot Christus behoort, voorwaar zeg Ik u, hij zal zijn loon niet ontgaan"

GRONDSTELLING 4 
Als iemand niet behoort tot een officieel erkende groep, toch moet hij, als hij goed werk doet, erkend worden als medewerker en lid van het lichaam van Christus.
Er is natuurlijk een zekere leerstellige overeenstemming die noodzakelijk is in de overeenstemming in de beginselen van de leer van Christus.

De leer van Christus

De leer van Christus' grondslag van éénheid.
Niettegenstaande hetgeen gezegd is, moet worden toegegeven dat er bepaalde fundamentele leerstellingen zijn, die absoluut noodzakelijk zijn voor de ware christelijke éénheid. Het niet geloven in een van deze fundamentele waarheden, of verzet er tegen, was in de gemeente in de tijd der apostelen oorzaak van het verbreken van de band van éénheid. Wat is het fundament voor éénheid van hen, die leden zijn van het Lichaam van Christus? Of - als tegenstelling - wat is de grond om de éénheid te verbreken?

De apostel Johannes geeft ons antwoord op deze vraag: "Wie in de leer van Christus blijft, deze heeft zowel de Vader als den Zoon. Indien iemand tot u komt en deze leer niet brengt ontvangt hem dan niet in uw huis en heet hem niet welkom." (2 Joh. 9-10).
De leerstellige grondslag voor éénheid is dus geloof in - en in toepassing brengen van - de fundamenten van de leer van Christus. Waar kunnen we in het N.T. een uiteenzetting vinden van deze fundamenten van de leer van Christus? Zo'n uiteenzetting vinden we in Hebr. 6 : 1-2:

"Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer der dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel."


Hier vinden we zes zaken en een zevende er in opgesloten, die tezamen het fundament van de leer van Christus uitmaken. We zijn er ook van op de hoogte gebracht, dat iemand, als hij die ontkent of verzaakt, het Lichaam van Christus geweld aan doet. In het kort zijn de zeven grondstellingen dus: bekering van dode werken, geloof in God, leer der dopen, oplegging der handen, opstanding der doden, eeuwig oordeel en het voortschrijden "tot het volkomene". Vele geloofsverklaringen zijn opgesteld en veelvuldig is de strijd over wat er in of wat er uit moest. Hierboven vindt u een geinspireerde lijst van de wezenlijke zaken. Tegenspraak is uitgesloten, tenzij men over de inspiratie van de bijbel wil gaan redetwisten. Er zijn zeven fundamenten in de leer van Christus. Men kan er eerlijk onbekend mee zijn, maar als men er zich opzettelijk van afwendt, nadat men ze heeft leren zien, betekent dat, dat men "wegvalt" en een afvallige wordt. "Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel hebben gekregen aan den Heiligen Geest, en het goede Woord Gods en de krachten der toekomende eeuw gesmaakt hebben, en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen, daar zij wat hen betreft den Zoon van God opnieuw kruisigen en tot een bespotting maken." (Hebr. 6 : 4-6).

De leer van Christus zorgt er dus voor, dat wij verlicht worden, deel krijgen aan de Heilige Geest, de hemelse gaven smaken. het goede Woord van God en de krachten der toekomende eeuw mogen proeven. Dit is waarlijk een apostolische ervaring. Het verschaft bovendien de basis van de apostolische éénheid. Paulus was er zeer op gebrand bij het rondzenden naar de gemeentes van zijn brieven dat iedereen hetzelfde onderwijs kreeg. Dit is te lezen in 1Cor 4:17 waar Timotheus de wegen in Christus indachtig maakt, zoals Paulus overal in elke gemeente leert. vers 7:17b, 11:16.

Laten wij nu de zeven fundamenten van de leer van Christus eens wat nader gaan beschouwen.

Het eerste fundament:

Bekering van dode werken.
Bekering staat voorop in de leer van Christus. Geloof in Christus is niet voldoende zonder bekering. Jezus zei tot de godvruchtige joden: "Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen". (Luc. 13 : 3). De natuurlijke mens gelooft - indien hij tenminste in een redding gelooft - in een redding door goede werken. Maar alleen door "het bloed van Christus" wordt men gereinigd van "dode werken om de levende God te dienen." (Hebr. 9 : 14). Dit was de grote leerstelling, die door. Maarten Luther aan de Kerk werd teruggegeven in de Reformatie. De middeleeuwse Kerk was vol van dode werken. Men bad tot (dode) heiligen, vastte, doodde het lichaam (zelfkastijding), telde kralen, kocht aflaten (betalingen om in de hemel te komen) maakte pelgrimstochten in een poging om redding te krijgen, maar het hiélp allemaal niets. Vele kerkmensen doen liefdewerk zonder maar enigzins met hen over het Woord van God te praten. Liefdewerk daar is niets mis mee, maar als het geen zondaar aan de voeten van Jezus brengt, dan zijn het dode werken. Zonder de bekering is er geen grond voor éénheid.

Het tweede fundament:

Geloof in God.
Het volgende belangrijke fundament van de leer van Christus is "geloof in God" en dan met name in ÉÉN God, geen drie goden in één. Er is een duidelijke uitleg geschreven over de eenheid tussen de Vader en de Zoon. U kunt het hier lezen. Het is geloof in God DOOR Jezus Christus. Dat is de grote kern van deze waarheid. Christus toonde aan dat geloof in Hem ook geloof in God is. "Niemand komt tot de Vader dan door Mij." (Joh. 14 : 6). Dit durven traditionele kerkmensen niet meer te proclameren. Geen leerstelling in de bijbel is belangrijker dan de leerstelling van het geloof in Jezus Christus. "Want alzo heeft heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe." (Joh. 3 : 16 ). "De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alles in handen gegeven. Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op Hem." (Joh. 3 : 35, 36). Dus het is geloof in God dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft tot redding van de wereld. Jezus is de WEG de WAARHEID en HET LEVEN naar de Vader. Geen ander godsdienst kan onmogelijk de weg naar God wijzen, "want wie op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover" Johannes 10:1. dit zijn mensen die via andere spirituele wegen buiten Jezus om God willen ontmoeten.

Het derde fundament:

De leer der dopen.
DOOP IN WATER

Merk goed op, dat het derde fundament niet is: de leer van de doop maar de leer der dopen. Sommigen geloven in een doop, maar niet in dopen als meervoud. Waterdoop door onderdompeling is de eerste doop. Jezus toont ons dat, door te zeggen: "Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden." (Marc. 16 : 16). Petrus zet uiteen, dat de waterdoop een teken of symbool is van een innerlijk werk: "het antwoord van een goed geweten". "Als tegenbeeld daarvan redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus." (1 Petr. 3 : 21).

Het antwoord van een goed geweten redt ons. Paulus toont ons nog in het bijzonder aan, dat meningsverschil over de doop ons niet redt: "Is Christus gedeeld? Is Paulus dan voor u gekruisigd, of zijt gij in de naam van Paulus gedoopt? Ik ben dankbaar, dat ik niemand uwer gedoopt heb dan Crispus en Gajus, zodat niemand kan zeggen, dat gij in mijn naam gedoopt zijt. Ook heb ik nog het gezin van Stéphanas gedoopt; verder weet ik niet, dat ik nog iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen ... " (1 Cor. 1 : 13-17).

Doop is het antwoord van een goed geweten tot God. Het is een uitwendig symbool van het opgenomen worden in het Lichaam van Christus. Paulus verbood de doopplechtigheid te gebruiken om het Lichaam van Christus te verscheuren en zo Zijn doel te vernietigen. Hij weigerde in Corinthe te dopen, opdat deze daad niet een middel zou worden om de Kerk te scheuren. De doop werd overgelaten aan de plaatselijke voorgangers. Jezus zegt: "Die gelooft en zich laat dopen zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden." Markus. 16 : 16). Hierin is duidelijk dat kinderdoop geen volwassendoop is. U kunt hier meer lezen over de waterdoop.

DOOP MET DE HEILIGE GEEST

Naast de waterdoop is er de doop in de Heilige Geest. Jezus zeide: "Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heiligen Geest gedoopt worden, niet vele dagen na dezen." (Hand. 1 : 5). Dit was de ervaring die de 120 ontvingen op de dag van het Pinksterfeest, en die - zo zei Petrus - "voor u is en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Heer, onze God, ertoe roepen zal." (Hand. 2 : 39). Dit is de Geest "OP ALLE" vlees zoals Joel 2 zei, dit is niet alleen voor het verbondsvolk maar ook voor de overige volken - ALLE VLEES - De Jood en de overige volken-

Dit geheimenis is geopenbaard aan Paulus dat de heidenen deel hebben aan het heil (Efeze 3:6), en als dit voor alle vlees is, dan beperkt dit zich niet tot de dagen van de apostelen. De uitstorting op "alle vlees" gaat door totdat Jezus terug komt. De belofte voor iedereen - de uitstorting van de Heilige Geest. Laat u niets wijs maken dat het niet meer voor nu geldt. In dezelfde tijd, dat Jezus tot hen sprak over de toekomstige ervaring van het Pinksterfeest, openbaarde Hij ook het grote doel ervan - kracht om de wereld te evangeliseren: " ... maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijne getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde." (Hand. 1 : 8). De leer van de doop met de Heilige Geest is een fundament van de leer van Christus. Johannes de Doper sprak al over Christus, zijn mensen dopende in de Heilige Geest (Matth. 3 : 11, 12).

DOOP IN EEN LICHAAM

Verbonden met de doop van de Heilige Geest is de daad, waarin de Heilige Geest zelf de leden doopt tot één Lichaam. Mensen kunnen zich aansluiten bij een menselijke organisatie, maar ze worden leden van het Lichaam van Christus door de doop met de Heilige Geest tot het Lichaam. "Want door één Geest zijn wij allen tot één Lichaam gedoopt." (1 Cor. 12 : 13) .

De Geest van God heeft Christus gezet als Hoofd van het Lichaam en alle ware gelovigen als leden van het Lichaam. En zo brengt de leer der dopen ons er toe om de éénheid van alle ware gelovigen te aanvaarden en te erkennen. Daar de Geest de leden in het Lichaam zet, mogen geen menselijke persoonlijkheden deze verwantschap overheersen of breken, zonder de integriteit van het Lichaam van Christus geweld aan te doen. Wie zijn de leden, die door de Heilige Geest tot het éne Lichaam gedoopt zijn?

Ze zijn opgesomd in 1 Cor. 12 : 27-28; "Gij nu zijt het Lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden. En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen en verscheidenheid van tongen."
Deze leden van het Lichaam van Christus hebben kracht ontvangen voor dienstbetoon door bepaalde gaven, die hen geschonken zijn door de Heilige Geest. Zij zijn als volgt: Het woord van Wijsheid, het woord van kennis, geloof, gaven van genezingen, werking van krachten, onderscheiden van geesten, profetie, allerlei tongen, en vertolking van tongen. De erkenning van de gaven van de Geest en de gaven van dienstbetoon, die God gegeven heeft aan de Kerk, is in wezen de leer van Christus, want de Heilige Geest zet door de doop deze leden in de Kerk.

(Opm. De theologische volgorde van deze drie dopen is niet noodzakelijk de volgorde, die wij hebben gebruikt).

HET AVONDMAAL DES HEREN

Zoals de waterdoop het uitwendige symbool is van bet gedoopt zijn in Christus (Rom. 6 : 3), zo is het deelnemen aan het eten van het brood in het Avondmaal des Heren het symbool van het feit, dat Christus in ons woont en wij in Hem (Joh. 6 : 56). Wij worden leden van het Lichaam van Christus daar wij in geloof deel worden van Christus.
"Is niet het brood, dat wij breken, de gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het één brood is, zijn wij, hoevelen ook, één Lichaam; wij hebben immers allen deel aan het éne brood." (1 Cor. 10 : 16-17).
Dit eten van het Lichaam van Christus en zo een deel worden van Zijn Lichaam is een der grote fundamenten van de leer van Christus. De Heer herhaalde deze waarheid keer op keer in zijn grote prediking in Joh. 6: "Voorwaar, voorwaar Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Want mijn vlees is de ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem." (Joh. 6 : 53-56).

Zij, die in geloof deel hebben aan Christus, blijve in Christus en zijn dus deel van Zijn Lichaam. Deze leerstelling van Christus is absoluut essentieel voor de éénheid. Sommigen, die de Heer tot hiertoe gevolgd hadden, konden deze leerstelling niet aanvaarden. Toen zij die hoorden, keerden zij terug en wandelden niet meer met Hem. "Van toen af keerden velen van Zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede." (Joh. 6 : 66). Zo kunnen we dit in deze tijd vertalen, waarbij de mensen niet meer in Jezus als de weg en de waarheid naar God zien. Dit is de grote afval wat in 2 Thess. 2:4 bedoeld wordt. Wie de Zoon loochend, loochend de Vader. Tegenwoordig mag geen enkele religie exclusiviteit claimen zoals het christendom dat doet.

HET VIERDE FUNDAMENT

De oplegging der handen
Het volgende fundament in de leer van Christus is die van de oplegging der handen. Deze is gedurende een lange tijd door de Kerk in praktijk gebracht, al te vaak echter zonder geloof en zonder de zalving van God. In dat geval is het slechts een vorm en een ceremonie. De oplegging der handen was een fundament van het Oude Testament. Jozua ontving de geest van wijsheid door de handoplegging van Mozes, welke daad door de Heer werd erkend. (Num. 27 : 18,23). "En Jozua de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid, want Mozes had zijn handen op hem gelegd." (Deut. 34 : 9).

We noemen eerst de oplegging der handen voor GENEZING. Jezus begon zijn genezingsdienst door de zieken de handen op te leggen. (Matt. 8 : 14,15). "En Hij kon daar geen enkele kracht doen; alleen genas Hij enige zieken door handoplegging." (Mark 6 : 5).
In de grote opdracht spreekt Jezus over de handoplegging.
Hij droeg zijn discipelen op om de handen op de zieken te leggen voor hun herstel. "Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen." (Mark. 16 : 181. De apostelen gehoorzaamden aan deze opdracht in hun dienst aan de zieken in de eerste gemeente. "En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk." (Hand. 5 : 12) .

Paulus ontving het gezicht terug door de oplegging der handen van Ananias. (Hand. 9 : 17-18) . Verder de handoplegging voor het ontvangen van de HEILIGE GEEST. Met uitzondering van de eerste twee spontane uitstortingen, werd de Heilige Geest gegeven door handoplegging. In Samaria ontvingen de gelovigen de Heilige Geest door de handoplegging van Petrus en Johannes. "Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes, die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij den Heiligen Geest mochten ontvangen. Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de Naam van de Here Jezus. Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen den Heiligen Geest." (Hand. 8 : 14-17).

De discipelen te Efeze ontvingen de Heilige Geest door de handoplegging van Paulus: "Paulus kwam af tot Efeze, en enige gelovigen vindend, legde hij hun de handen op, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen." (Hand. 19 : 1-6). De apostel Paulus zelf ontving de Heilige Geest door de oplegging der handen van een onbekende discipel, Ananias. (Hand. 9 : 17). Dit laatste toont ons, dat deze bediening niet uitsluitend voor de apostelen was gereserveerd.

Wij lezen ook over de handoplegging voor de BEDIENINGSGAVEN. In het geval van Paulus en Barnabas heeft de Heilige Geest hen, nadat zij op de Heer hadden gewacht met vasten en bidden, afgezonderd tot een bepaalde arbeid. Handen werden hen opgelegd en zij werden uitgezonden op hun zendingsrels. "En terwijl zij vastten bij de dienst des Heren, zeide de Heilige Geest: Zondert MIJ nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij en legden hun de handen op en lieten hen gaan." (Hand. 13 : 2-3).

Aan Timotheüs was een gave gegeven door de oplegging der handen. "Veronachtzaam de gave in U niet, die U krachtens een profetenwoord geschonken is, onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten." (2 Tim. "Om die reden herinnner ik u er aan de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handopleggIng in u is." (2 Tim. 1 : 6).
We zien dat in het geval van Timotheüs de gave aan hem werd toegediend op het ogenblik van de handoplegging en vergezeld van een profetie. Later vermaant Paulus Timotheüs de gave aan te wakkeren, die hem op dat ogenblik was gegeven. Het is duidelijk, dat in de handoplegging de mens met God samenwerkt. Paulus waarschuwde Timotheüs "niemand onverijld de handen op te leggen." 2 Tim. 5 : 22).

Timotheus was een bekeerling van Paulus, stond onder zijn bediening en werkte vele jaren met hem samen. Paulus kende Timotheüs' verleden en het geloof van zijn moeder en grootmoeder (2 Tim, 1 : 5). Hij wist deze dingen voor hij Timotheüs de handen oplegde.
In Hand. 13 wordt ons verteld van een roeping door de Heilige Geest van Paulus en Barnabas tot een speciale bediening. Bidden en vasten gingen aan deze roeping door de Heilige Geest vooraf en volgden hem. Dan werden hun de handen opgelegd en werden ze uitgezonden. Deze mensen, die uitgingen, waren geen nieuwelingen, maar ervaren werkers.

HET VIJFDE FUNDAMENT

De opstanding der doden.
De opstanding der doden, deze heerlijke gebeurtenis vindt plaats tegelijk met de Wederkomst des Heren. "Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals andere mensen, die geen hoop hebben want indien wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is zal God ook zo hen die ontslapen zijn, door Jezus weder brengen met Hem want dit zeggen wij u met een woord des Heren wij levenden die achtergebleven tot de komst des Heren zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Heer zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel bij het geklank ener bazuin Gods, neerdalen van de hemel, zullen zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht, en zó zullen we altijd met den Here wezen." (1 Thess. 4 : 13-17).

Jezus zeide hierover in Johannes 5:28-29 "Verwondert U hierover niet, want de ure komt, dat allen die in de graven zijn, naar zijn stem zullen horen en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel."
De volgorde van deze twee opstandingen is onthuld in Openbaring 20. De leer van de opstanding der rechtvaardige doden en de gelijktijdige gebeurtenis, de tweede komst van Christus voor de levende heiligen is een wezenlijk fundament van de leer van Christus. Christus sprak over deze gebeurtenissen in Matth. 24 : 30 e.v. De heerlijke waarheid van de opstanding van de doden werd bevestigd en verzekerd door de onstanding van Jezus Christus. (1 Cor. 15 : 12).

HET ZESDE FUNDAMENT

leer van het eeuwige oordeel.
Deze waarheid is een wezenlijk deel van de leer van Christus. Jezus leerde de werkelijkheid van een eeuwige verdoemenis of oordeel (Mark. 3 : 29 e.v.). Hij sprak van een eeuwig vuur, bereid voor de duivel en zijn engelen (Matth. 25 : 41). Hij sprak van een eeuwige straf voor de slechten (Matth. 25 : 46). Zij, die aan de ernst van deze waarheid afbreuk doen of de eeuwigheid van het oordeel Gods ontkennen zijn van dezelfde geest als Satan, die in de hof van Eden de eerste gnostische leugens vertelde, "Gij zult geenszins sterven,...Uw ogen zullen geopend worden, en gij zult als God zijn kennende goed en kwaad"Gij zult geenszins sterven." (Gen. 3 : 5).



HET ZEVENDE FUNDAMENT

Voortschrijden tot vervolmaking.
De schrijver van de brief van Hebreeën verklaarde, dat deze zes fundamenten van de leer van Christus nog niet volledig waren. Er was er nog een christenen moeten "voortgaan tot het volkomene." Niet echter dat iemand reeds volmaakt zou zijn, maar ze moeten verder "aan en het doel in het oog houden." "Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht. omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt jaag ik naar het doel om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in' Christus Jezus." (Phil: 3 : 12-14). Volmaakt zijn we als we geen volharding meer nodig hebben, want volharden moeten we tot het einde. Mat. 10:22 Rom 5:3, Hebr 10:36.

We behoeven het niet reeds verkregen te hebben. Paulus doelde hier op de uitopstanding, maar streven we werkelijk naar de prijs van de hoge roeping in Christus Jezus? Dit is de leer van Christus, want Hij zei zelf: "Weest volmaakt, zoals Uw Vader in de Hemel volmaakt is." (Matth. 5 : 48). Dat is volmaakt in liefde, dat betekent dat we de fouten van onze mede broeders en zusters niet meer zien, door de band der liefde. Hierbij horen volharding en beproefdheid, dat is sterven aan jezelf en je blijven richten op Jezus.

Gods plan is, dat Hij in het eind een volmaakte Kerk heeft. Dit is de leer van Christus en zij, die leden willen zijn van Zijn Lichaam moeten het geloven en in praktijk brengen. Sommige dingen zien we "als in een duistere spiegel", maar dit zijn de fundamenten van Christus, die van wezenlijk belang zijn voor de éénheid van het Lichaam. Het zou onmogelijk zijn, om leden te zijn van het Lichaam van Christus en niet te geloven in Zijn leer. Waarlijk, ons wordt gezegd, dat wij diegenen, die deze leer niet brengen niet mogen ontvangen, noch welkom heten.

2 Timotheus 4:3-5;"Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.

Blijt gij echter nuchter onder alles,....

"Laten wij daarom het eerste onderwijs aangaande Christus laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van een leer der dopen en van oplegging der handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel." Hebr. 6 : 1-2



VN,  Vaticaan en New Age bundelen krachten

De antichrist gebruikt de z.g eenheid " unity and Peace" van het Vaticaan en ook de onder toeziend oog van Verenigde Naties, de ‘United Religions Organization’ (URO) voor om alle kerken, denominaties e.d. bij elkaar te binden tot een wereld religie.

De gebeurtenissen ontwikkelen zich precies zoals satan zich dat heeft voorgesteld. Het gaat hier niet meer over God en de Here Jezus, maar om de universele liefde: de god in ons liefde. Tegenover de waarheid van Gods Woord staat de leugen van de duivel verwoord in de New Age beweging. Volgens de New Agers mag geen enkele religie exclusiviteit claimen zoals het christendom dat doet. De volmaakte religie zou bij de New Age te vinden zijn die zegt dat de mens zelf god kan worden: god moet niet buiten de mens gezocht worden, maar in de mens zelf. Het is een kracht, zo zegt men, die in ieder mens aanwezig is. Ieder mens is als het ware een god in de maak. Dat begon al in Genesis 3, waar de slang tegen Eva zegt: ,,Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad. ” Daarmee begon de opstand tegen God.

Aartsbisschop Dominque Mamberti nam in een toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN namens het Vaticaan letterlijk het woord ‘wereldregering’ in de mond.
De Kerk van Rome is al tientallen jaren één van de belangrijkste onderdelen van de Nieuwe Wereld Orde en streeft behalve naar een wereldregering ook naar een wereldreligie, waar één en dezelfde persoon het hoofd van moet worden. Hiertoe werd in 1995 de ‘Verenigde Religieuze Organisatie’ van de VN opgericht. Deze VN tak, die 10 jaar later operationeel werd, streeft naar het samenvoegen van alle grote wereldreligies. Al in 1955 werd dit concept gepromoot door de Jezuïtische priester Teilhard de Chardin, door velen beschouwd als de vader van de New Age beweging.

Dat de VN, het Vaticaan en de New Age beweging nauw samenwerken in hun streven naar één algemene wereldautoriteit bleek ook op de in oktober 2012 gehouden Awakened World Conferentie in Rome. Hoge vertegenwoordigers van onder andere de Rooms Katholieke Kerk en de New Age beweging besloten hier om hun krachten te bundelen en toe te werken naar de vereniging van de mensheid in een nieuwe, alomvattende religieuze orde.’ Awakened World Conference

Als bemiddelaar voor de vrede in het Midden-Oosten zal de antichrist een eind maken aan de dreiging van terreur en instabiliteit. Vermoedelijk zal dit ook te maken hebben met de herbouw van de Joodse tempel (Lees Openb. 11:1). Hij zal worden geroemd als een groot vredestichter. Eindelijk lijkt de wereld te hebben waar ze al zo lang op gewacht hebben: vrede en voorspoed.De antichrist zal op het hoogte punt van zijn macht, op de helft van de 7 jaar van zijn regering, de gelegenheid grijpen om zich in hun tempel te Jeruzalem, als een God te laten vereren, wat absoluut voor de Jood heilig schennis is. (Lees Mat.24: 15 en 2 Thes. 2:4). De Joden zullen zien bedrogen te zijn en daarom massaal vluchten. (Lees Mat. 24:21, 22)

Tegelijk breekt het zwaarste deel van de grote verdrukking aan, waar Jezus over sprak in Mat. 24:21. Jezus zal bij Zijn wederkomst een eind maken aan deze verdrukking en de macht van de antichrist,  en zijn duizendjarig vrederijk van vrede en gerechtigheid op aarde vestigen.


Gnosis, Theosofie, New Age en Esoterie.
De dwaalgeesten en leringen van boze geesten



(Foto boven: LUCIFER RISING,
LUCIS TRUST, originally Lucifer Trust. H. P Blavatsky en opvolgster Alice Bailey.
U.N. Tool for one world religion.
)

Helena P. Blavatsky

Helena P. Blavatsky algemeen beschouwd als de hogepriesteres van de Theosofie en de moderne New Age beweging. Zij onderwees geheimzinnige 'kennis' (gnosis), van de universele witte broederschap (Loge) van de mensheid, en de eenheid onder alle religies. Zij zeggen dat de "Verheven Hemelse Meesters" op aarde teruggekeerd zijn om een kernregering te vestigen. Hun taak is het de "Zwarte Loge", bestaande uit aanhangers van het Judaïsme en fundamentalistische christenen, te bekeren.Want zo zegt men, deze vormen een hinderlijk obstakel voor de verdere evolutionaire ontwikkeling van de aarde. De Maitreya is is zo'n hemels verheven "Christus" incarnatie.
Tegenwoordig speelt de Theosofische Verenigingeen een belangrijke katalysator bij de wederopleving van het gnostische denken, is deze stroming een uiterst belangrijke invloed op het moderne occultisme.

Blavatsky zegt dat "Satan, de slang van Genesis, de echte schepper en weldoener is, de Vader van de Spirituele mensheid.
Want het is satan die de ogen van de mens, (Adam)- gecreëerd door Jahweh, zoals wordt beweerd- geopend heeft. Satan blijft nog steeds de Esoterische waarheid en de steeds liefdevolle boodschapper die ons geestelijk in plaats van fysieke onsterfelijkheid verleend"

Ze zegt; "Lucifer vertegenwoordigt het leven, denken, vooruitgang, beschaving, vrijheid, onafhankelijkheid. Lucifer is de Logos, de slang, de Verlosser' en 'Het is Lucifer die de God van onze planeet en de enige God is', en gaat ze verder,' De hemelse Maagd die de Moeder wordt van de Goden en duivels op een en hetzelfde moment, want zij is de steeds liefdevolle weldadige godheid, maar in de oudheid en werkelijkheid, wordt ze Lucifer of Luciferius genoemd. Lucifer is de goddelijke en aardse licht, de heilige geest (spirit of peace) en Satan op hetzelfde moment ".
"De geest is uitgegaan van de oude religies en het ware geestelijk licht is zelf de overdracht in een nieuwe vorm, die zich uiteindelijk zal manifesteren op aarde als de nieuwe wereldgodsdienst....

Jodendom is oud, achterhaald en afscheidende en heeft geen echte boodschap voor de spiritueel-minded, die niet beter kan worden gegeven door de nieuwe religies ... het christelijk geloof heeft ook zijn doel gediend; haar Oprichter wil een nieuwe evangelie en een nieuw evangelie dat alle mensen overal verlichten zal brengen.

De Bijbel noemt dit een leer van boze geesten die al in alle godsdiensten hun intrede doet ivm de vervlakking in de kerken.
Het is nu tijd uw eigen geloof te onderzoeken of dit nog wel uit God is. Gelooft u nog wel dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is?, en dat niemand tot God de Vader kan komen dan door Jezus alleen?. De traditionele kerk gelooft dat niet meer en zijn bezig met politieke wereld vrede, want er moet een wereld éénheid komen, nee niet een éénheid in Christus, maar een éénheid waar elke godsdienst zich in kan vinden zonder dat ze elkaar te lijf gaan, want dat was het probleem altijd. De oorlogen zijn daar een voorbeeld van, zo beweert men.

De hemelse maagd die genoemd wordt in het stukje van Blavatsky is de vrouw, de moeder der hoeren op het scharlakenrood beest in Openbaringen 17:5 vers 18 "De vrouw die gij zaagt, is de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde"

Één wereld religie en een Wereld orde, dit is het grote Babylon.

Broeders en Zusters blijft WAAKZAAM. Houdt uw klederen rein, zonder vlek of rimpel. blijf volharden in het geloof van Jezus Christus. Laat u leiden door de Geest der Waarheid, die getuigd van Jezus als enigste verlosser en om tot de Vader te komen. God tolereert geen Boedah, Mohammed, Hinduisme,of welke religie dan ook die de weg tot de Vader via Zijn enige Zoon wijst. Want God getuigd alleen van Zijn Zoon als verlosser om tot Hem te komen.

"En ónze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus"1 Joh. 1:3.

"And we know that the Son of God is come, and hath given us an understanding, in order that we may know Him (God the Father) That is true, and we are in Him That is true, even in His Son Jesus Christ.
This is the true God (God the Father), and eternal life".


1 John. 5:20



De Puas en de wereld orde