Ja, wie Hem aanraakt

de heilige zalfolie"Ja, wie Hem aanraakt, ervaart Zijn kracht"
Uit het boekje, "Ja, wie Hem aanraakt, ervaart Zijn kracht" -
Karel Hoekendijk

,,,En een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had, en veel doorstaan had van vele dokters en al het hare daaraan ren koste had gelegd en geen haar had gevonden, maar veeleer achteruit was gegaan, had gehoord, wal er van Jezus verteld werd, en zij kwam rassen de schare en raakte van achteren Zijn kleed aan. Want zij zeide: Indien ik slechts Zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn." (Marcus 5 : 25-28)

Dit boekje spreekt over contact. Contact met Jezus. Contact tussen een arm, ziek en miserabel mens en een levende Heiland. Het werkje bestaat uit twee gedeelten, het eerste vertelt de geschiedenis van de mens die Jezus aanraakt en het tweede van een mens die door Jezus aangeraakt wordt. Het is het contact, van Hem naar ons, van ons naar Hem, dat het heil naderbij brengt. Geloof in dit levendbrengend contact en zoek deze te leggen in geloof, het zal u zegenen. Maak u los van uw nood en zoek contact met Jezus.

DE BLOEDVLOEIENDE VROUW

ln dit prachtige Schriftgedeelte maken wij kennis niet een zwakke, naamloze vrouw die door een vreselijke ziekte getroffen was; ze leed aan bloedvloeiingen. Met haar bloed was haar kracht weggevloeid, haar gezondheid, haar jeugd, haar fleur, haar hoop, ook het geld uit haar beurs, alles. Ze was in haar twaalfjarig ziek·zijn op weg gegaan, zoekende naar alle kanten om genezing en hulp, had ,,veel doorstaan van vele dokters", ze had specialisten geroepen en tovenaars misschien, ze had alle grote namen afgezoeht, alle mogelijkheden geprobeerd, ze had zich daarin uitgeput; geestelijk, fysiek en financieel uitgeput en geen baat gevonden.
Wij lezen in Marc. 5 :26, dat zij ,,al het hare daaraan ten koste had gelegd en geen baat had gevonden, maar veeleer achteruit was gegaan? Dit is ten voeten uit de tragiek van deze zieke. Wat zij zocht bij mensen vond zij niet, waar zij klopte werd niet opengedaan, wat zij probeerde mislukte. Ze had ,,al het hare ten koste gelegd", al haar kunnen ingezet, al haar kennis en ijver. Wat zij maar deed en wist, bleek ontoereikend. O, die machteloosheid, die uitzichtloosheid die haar de dood in dreef. Het zich gewonnen móeten geven aan duistere ziektemachten, deze verschrikkelijke kapitulatie in pijn en slopende afbraak, waarheen zij onafwendbaar gedreven werd. Alles geprobeerd, overal geprobeerd, bij iedereen geprobeerd. Geld en goede woorden hadden niets uitgericht. Aan alle deuren had ze aangeklopt om hulp voor haar broze lichaam dat leegvloeide naar de dood ....

O, die ontzettende ontoereikendheid van deze wereld, die begrensdheid, beperktheid, dit tekort. Er bleek niet genoeg van de feestwijn te zijn op de bruiloft te Kana. Er bleek niet genoeg olie te zijn in de kruiken van de maagden, die wachtten op de Bruidegom. Er is een verschrikkelijk tekort in de wereld aan essentiële dingen waar wij zo'n behoefte aan hebben. De wijn blijkt sneller uitgeschenken, wij blijven te vroeg met de ledige bekers zitten. Al het hare, al het menselijk mogelijke, had de arme vrouw tevergeefs ingezet. De zondeval bracht het woord: tevergeefs in de wereld. Wij horen en zien overal om ons heen, in politiek, economie, dit: tevergeefs. ,,Als de Here het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan; Als de Here de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet -" (Psalm 127 : 1, 2).

Bouwen - tevergeefs; zwoegen - tevergeefs; waken - tevergeefs; vroeg opstaan - tevergeefs; laat opblijven - het helpt niet; smartebrood eten - zinloos. Naar de mens toe is daar het: tevergeefs. Deze vrouw at haar brood der smarten. Ja, haar toestand verslecherde er zelfs door, ze was ,,veeleer achteruit gegaan".

Het beeld van deze vrouw is het beeld van de wereld, die ,,al het zijne" inzet om uit de impasse te geraken waarin zij is terechtgekomen. De uiterste krachtsinspanning kan de nood niet lenigen. Al het geld, al de wijsheid, al de mankrachten, alle bewapening, al het mogelijke, ,,al het hare", kan de wereld niet redden, zij is dodelijk ziek. Al de enorme activiteiten maken de toestand juist erger, brengt het achteruit. O, die vreselijke machteloosheid, dit tevergeefs. Naar de wereld is er geen hoop.

Daar lag zij op haar ziekbed. Twaalf jaar geworsteld om boven de ziekte uit te komen, om niet te verdrinken in haar nood; resultaat nihil. Ik denk dat zij nu in doffe wanhoop wachtte totdat de laatste druppel haar leven uit zou vloeien; dàt zal dan de laatste druppel zijn die haar bittere drinkbeker zou doen overvloeien. Er bleef niets over dan het laken maar over het hoofd te trekken en te sterven. Wat bleef er nog te hopen? Misschien kwamen broeders van haar kerk haar bezoeken, misschien zeiden zij dat zij tot taak had met haar ziekte de Heer te verheerlijken, door lichamelijk lijden Zijn Naam groot te maken. Zij zouden zeggen dat zij berusting moest leren, gelatenheid, het was waarschijnlijk Gods wil zo. En met deze stichtende woorden hadden zij haar nog dieper teruggeduwd in haar misère, de mensen konden haar niet genezen en God wilde haar niet genezen.

Jezus van Nazareth gaat voorbij

In deze situatie kwam Jezus aan haar leven voorbij. Hij is gekomen, naar ons afgedaald. Hij, het Woord, is in dit vlees ingedaald, in onze bedorven existentie, in de verbroken relatie met God, in onze misère, in onze verlorenheid. Hij heeft Zich over ons bestaan heengebogen, zó diep, dat Hij wel besmet moest worden aan onze ziekte en smart. Maar Hij heeft het alles op Zich genomen. Hij heeft onze ontoereikendheid en uitzichtloosheid op Zich genomen. Halleluja!

,,Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen? ,,Om deze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn srtiemen is ons genezing geworden." (Jesaja 53 :4, 5). Jezus kwam langs het huis van de bloedvloeiende vrouw en de mensen spraken over Hem. Vrienden, geburen, hoorden en zagen Hem prediken en wonderen doen, zij zagen in Hem Gods vernieuwende kracht naar een geschonden wereld gericht. Hier is de Koning, in alle nederigheid, maar een Koning met duidelijk het woord van gezag over demonen en ziektemachten. Hij was geen type van een schriftgeleerde, een theoreticus, maar een gezaghebbende. De mensen verbaasden zich over deze bizondere manifestatie van het nabijgekomen Koninkrijk. Gelukkig zwegen zij niet en gaven aan anderen door wat zij gehoord en gezien hadden. Zo kwam dit woord ook aan het ziekbed van de arme vrouw. Iemand kwam haastig haar ziekenkamer binnen en zei: Jezus van Nazareth gaat voorbij! Hij predikt de liefde Gods en Hij openbaart dit door zieken te genezen. ,,Er zijn geen grenzen aan Jezus' macht, voor elk die wond'ren van Hem verwacht!" Kom, kom met geloof tot Hem, Zijn macht, Zijn liefde kent geen grenzen. Hij is toereikend. Bij Hem geen tevergeefs. Kom uit je bed en loop op Hem toe! Kom snel, want anders is Hij voorbij!

Zij zoekt aanraking met Jezus

De zieke vrouw had bitter het hoofd kunnen omdraaien naar de muur en roepen: ga weg, ga weg, ik geloof het niet meer, ik heb alles geprobeerd, ik ben bij iedereen geweest ik kan niet nog meer teleurstellingen verdragen, ik heb er nu geen geloof meer voor en ook de middelen niet. Ik heb al het mijne ten koste gelegd. Ik heb niets meer, ik ben niets meer. Wie is Jezus? Een timmermanszoon. Weer zo’n nieuwlichter! Weer een nieuwe beweging. Ga weg, laat mij maar liggen. God wil vast dat ik deze weg van lijden moet gaan! Deze vrouw had door ,,vroomheid" of teleurstelling of ongeloof kunnen blijven liggen. Maar ze deed het niet. ,,Zij had gehoord wat er van Jezus verteld werd en zij kwam .... " (vrs. 27). Ze geloofde de boodschap, ze deed er iets mee, ze stapte haar bed uit, kleedde zich aan en kwam naar Jezus toe.

Dit is haar geloof. En zo kon Jezus haar helpen. Zij toonde geen passief geloof, geen ,,laisser-aller", aan Jezus voorbijgegaan, maar haar geloof stond op en daar begon haar redding. Evenals bij de verloren zoon. ,,En hij stond op en ging" (Luc. 15 :20). Zij maakte niet alleen een plan, maar ze stond op om het uit te voeren. Zij kon gered worden omdat zij opstond uit haar nood en zich in beweging begon te zetten naar Jezus toe. Geloof ,,an sich" is niets, maar geloof dat gekoppeld wordt aan actie, dat ,,daad" wordt, dat opstaat en in beweging komt, brengt redding. Dit geloof is de sleutel die past op het kracht-arsenaal Gods, de mogelijkheden Gods. Daarmee komt de overwinning van het Koninkrijk binnen ons bereik. Geloof dat actief wordt, maakt kracht van God actief.

,,Ga mij niet voorbij, o Heiland, ga mij niet voorbij. Wijl gij anderen zegent, Heiland, zegen nu ook mij!" Jezus ook mij! Er genezen zovelen onder Uw handen, Heiland, ook mij, alstublieft. Ga mij niet voorbij, maar blijf stilstaan bij mijn nood, bij mijn zorgen en pijn. Zij stak haar hand uit naar Jezus. ,,Want zij zeide: Indien ik slechts Zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn" (vrs. 28). Zij zocht contact. Zij dacht: als Jezus mij niet ziet omdat ik in het gedrang niet zeker weet of Hij ,,onder miljoenen ook mij in het oog heeft", wil ik met mijn geloof Jezus aanraken, wil mijn hand in Hem de Heelmeester raken; de wonderbare Heiland der wereld: Jezus, Die gekomen is opdat wij leven hebben en overvloed. Indien ik Jezus-zelf niet raken kan, dan zal het aanraken van Zijn klederen genoeg zijn. Als Hij het niet is, is iets van Hem genoeg, is iets dat bij Hem hoort, genoeg. Want het is toch Jezus. Waar Paulus persoonlijk niet komen kon, waar zijn handen niet zover reikten, werden zweet- en gortleldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht en hun kwalen weken van hen en boze geesten voeren uit (Hand. 19 :12). ,,En des te meer werden er toegevoegd, die den Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbij kwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen? (Hand. 5 :4, 5). De genade van de Meester komt op de dienaar. Daar is de aanraking met het naadloze kleed van Jezus; met de zweet- en gordeldoeken van Paulus; met de schaduw van Petrus. De genade van het Koninkrijk wordt doorgegeven op eigen wijze. De vrouw gaat niet met Jezus redeneren, maar raakte Hem aan. Zij ging niet allerlei meningen en opvattingen tegen elkaar afwegen, maar raakte Hem aan. Zij vroeg niet of het wel Gods wil was dat alle mensen genazen of niet, ze raakte Hem aan. Ze zag niet op ,,de schare", die Jezus verdrong, ze doorbrak alle barrières van verstand en gevoel, of ervaringen, ze raakte Hem aan. Ze viel niet terug op datgene wat haar geleerd en voorgehouden is geworden over verzoening en genezing, ze raakte Hem aan. Simpel en eenvoudig stelde zij een zuivere daad van geloof en stak haar hand uit naar Jezus. Ze maakte contact, ze stak de stekker in het contact en alle kracht waarover de machtige elektrische centrale beschikte, kwam in werking om haar te helpen.

Lieve zieke broeder en zuster, kunt u zo zuiver en evangelisch uw hand van geloof uitsteken, vanuit uw nood naar Jezus? U zegt dat u niet spreken kunt, maar u kunt toch wel uw hand uitsteken naar Jezus? Doe dat ook! Jezus heeft 2000 jaar geleden Zijn hand al naar u uitgestoken, en wacht totdat uw hand de Zijne aanraakt. En wie Hem aanraakt, ervaart Zijn kracht! De zieke vrouw geloofde rotsvast in genezing. ,,Want zij zeide: ,,lndien ik slechts Zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn." Het gaat helemaal om dat contact met Jezus als haar enige en laatste hoop. ,,Heer, waar dan heen, tot U alleen, Gij zult mij niet verstoten."

Haar geloof ging nu een weg zoeken, een weg dwars door de opdringende menigte heen, dwars door meningen van mensen, dwars door kritiek van anderen, dwars door vrees of schaamte of velerlei bezwaren heen, dwars door duistere machten heen die haar dit wilden verhinderen, dwars door alle opdringende, afhoudende elementen heen. Ze werd overal teruggeduwd en afgesnauwd, maar een zoekend en eerlijk geloof vindt altijd een weg. Die zoekt, die vindt. Een kleine smalle hand, bevend van zwakte, zoekt aanraking met Jezus, heimelijk bijna, in de stilte, de genezing werd Jezus ontfutseld scheen het, zo zeker was ze van Jezus’ kracht.

Ja, wie Hem aanraakt, ervaart Zijn kracht

,,En terstond droogde de bron van haar bloed en zij bemerkte aan haar lichaam, dat zij van haar kwaal genezen was" (vrs. 29). Het wonder geschiedde. ,,U geschiede naar uw geloof’ Ze geloofde voor genezing, ze ontving genezing. De troebele bron van haar krachteloos bloed droogde plotseling op, de oorzaak van haar ziekte werd weggenomen, ze was nu aangesloten aan een andere, heerlijke bron, de Bron des levens. Jezus nam de zonde en ziekte van haar over en deelde Zijn heerlijkheid aan haar mee. Twee dingen gebeurden: de bron van ziekte droogde op, de ziekte verliet haar. Jezus nam dit in Zijn Bloed op en het tweede was, dat zij de ervaring had van kracht die van Jezus uitgegaan was in haar lichaam. Het Bloed van Jezus werd háár bloed, terwijl Jezus haar zieke bloed in Zich opnam. ls dat niet wonderbaar? Dit is de merkwaardige ruil met de Heer. ,,Hij heeft onze ziekte op Zich genomen" (Jesaja 53 :4). ,,En Jezus bemerkte terstond bij Zichzelf de kracht, die van Hem uitgegaan was" (Marc. 5 :30). Dus onze krachteloosheid op Hem en Zijn kracht in ons! Halleluja!

Jezus kwam het evangelie brengen op aarde, de boodschap van herstel van dewerken van satan. ,,Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (I Joh. 3 : 8). Herstel van verbrokenheid met de Vader, herstel van ongeluk, onvrede. Jezus kwam om het oordeel, de vloek af te wenden, door het alles op Zich te richten. Laten wij dit goed zien, dat Jezus de vloek van ons kwam afwenden, ook de vloek die zich nestelt in ons fysieke bestaan. Genezing door Jezus, is: Zijn verzoening, meegedeeld aan ons lichaam. ,,Zie ik maak alle dingen nieuw." De genade, de lielde des Vaders wordt meegedeeld aan onze geschonden stot`. Jezus tilt ons uit de duisternis uit en plant Gods liefde in ons bestaan, zo duidelijk, zo reëel, dat de ziektemachten op de vlucht slaan.

Goddelijke kracht stroomde nu door haar aderen; gezond, heerlijk en fris bloed, bloed zonder ziektekiemen, bloed dat haar een nieuw mens maakte. Dit is Goddelijke bloedtransfusie. Halleluja! ,,Daar is kracht, wonderbare kracht in het dierbaar Bloed van het Lam!"

Ook wij moeten soms eerst tot wanhopigwordens toe ervaren dat de wereld ons niet helpen kan. Als het er om zal gaan in mijn leven, op wie kan ik dan terugvallen? Op wat kan ik bouwen? Waarop kan ik zeker zijn. Waar kan ik een verzekering sluiten, ,,all­risk",. voor de crisis van mijn ziel? Dan ervaren wij de ontoereikendheid op smartelijke wijze, van alles wat de wereld adverteert. Het kan voorkomen, dat wij geen baat meer vinden bij de knapste specialisten of kundigste chirurgen, het kan zijn dat u ,,al het uwe daaraan ten koste hebt gelegd en geen baat gevonden, maar veeleer achteruit bent gegaan? Wij moeten soms zo diep zinken voor wij dit leren, deze simpele waarheid: ,,mijn ziel heeft U van node!" Niemand naast Hem. Tenslotte blijft alleen Jezus van Nazareth over, alleen Hij. Sommige gelovigen zien dat al spoedig, anderen leren dat niet anders dan na een lange weg van afbraak, zij willen eerst ,,aan vele dokters het hunne ten koste leggen", willen àlle andere mogelijkheden eerst uitproberen, eerst alle wereldse kansen aftasten, totdat zij eindelijk moe en wanhopig, naar Jezus gaan en zeggen: ,,U, Heer, U bent de Enige die overgebleven is. Al het andere faalt in deze wereld, U faalt niet. Al het andere loopt op teleurstelling, op grotere schade uit. Jezus, mijn ziel heeft u van node!"

Geloofs­contact, geen gewoonte-contact

Jezus is de krachtbron waarop wij ons moeten aansluiten. Geloofs-contact met Jezus. Geen gewoonte­contact. (,,Gij ziet, dat de schare tegen u opdringt", vrs. 31). Wij kunnen niet komen met: ,,Wij zijn religieus en wij hebben een christelijke opvoeding gehad, wij gaan trouw naar de kerk, Heer!" Dat zijn woorden die een gewoonte-contact kunnen betekenen. Maar een geloofs-contact, een speciaal contact van onze ziel tot behoud voor eeuwig; geloofs-contact van onze geest, zodat wij vrij worden van duistere bindingen, vrees, angsten en demonen; geloofs­contact van ons lichaam, zodat wij kracht ontvingen en gezondheid. Wij kunnen niet buiten Jezus, Hij wil niet buiten ons.

,,Hij keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?" (vrs. 30). Jezus zocht in de menigte naar de mens die Hem op een andere wijze benaderde dan de anderen. Hij keek om naar de mens die niet kwam en meeliep uit nieuwsgierigheid, maar die om KRACHT bij Hem kwam en natuurlijk -­ volgens een vaste wet van het Koninkrijk - deze kracht ook ontving. De vrouw kwam zich melden, opeens opende het gedrang zich voor haar, bevende wierp zij zich voor Jezus en zei de volle waarheid. Zij zei: Heer, de waarheid is deze, dat ik gerekend heb op Uw kracht, toen ik niet meer rekenen kon op de mijne of die van anderen, ik ben het die Uw kleed aanraakte in geloof en Uw kracht genas mij! Toen zei Jezus tot haar: ,,Dochter, uw geloof heeft u behouden: ga heen in vrede en wees genezen van uw kwaal" (vrs. 34). Zo is het goed, bedoelde Jezus, gij hebt het goed gezien. Gij hebt het begrepen, omdat ge het begrepen hebt. Mijn heil bleef voor u niet onaangeroerd, onaangeraakt, onvruchtbaar, als voor velen die het niet in geloof aanvaarden willen, maar uw geloof heeft het naar zich toe getrokken, in uw bestaan binnengehaald. Uw geloof heeft u behouden!

Dit is een wonderbaar woord van de Heiland. Uw geloof, het inschakelen van uw geloof, is behoud. Het geloof dat bergen verzet. ,,Alle dingen zijn mogelijk dengene die gelooft", zegt Jezus. Niet langer de dingen van Mij verwachten, alsof Ik nog iets heb toe te voegen aan het volkomen Heil dat verworven werd op Golgotha. Alles is volbracht. Nu wacht het op het antwoord van uw levend-geworden geloof. Ik wacht op uw geloof, zegt Jezus. Van Mijn kant ligt alles gereed, is alles voor u verworven. Bestorm de hemel niet langer, wring uw handen niet in wanhopig smeken, kom alleen eenvoudig met uw geloof. Alleen uw geloof kan het Heil in werking brengen.

Een daad van u, mensenkind! Dan kan Ik u geven, zegt Jezus. Gij hebt het altijd verkeerd gezien. Golgotha IS geschied. Mijn leven IS gegeven. De prijs IS betaald. De kwitantie ligt op u te wachten op de heuvel van Golgotha, ga hem daar halen en loof de naam van uw Heiland! Uw gelóóf is het, die de krachten van het heelal in beweging brengen, het geactiveerd geloof brengt het wonder tot stand. Reinig u een nieuw geloof door de kracht des Heiligen Geestes. Sta de Geest der Waarheid toe u deze dingen te tonen! Misschien hebt u alle verantwoordelijkheden van u af op de Heer geschoven, maar de Geest wil u de dingen anders tonen; alles wacht slechts op uw geloof. Geen krampachtig geloof dat in een krachttoer boven zichzelf poogt uit te komen om het uit de handen van een onwillige Vader te wringen, neen; een simpel, eerlijk, kinderlijk geloof. Een kinderlijk geloof is een wondergeloof. Geloof in het wonder vandaag! Voor u. Persoonlijk. Waarom niet? Een eenvoudig geloof dat Gods woord neemt, zoals het er stáát, de beloften Gods ziet en aanvaardt. Zonder kramp, zonder kritiek. Stil en oprecht en dankbaar. Dat is het geloof waarnaar Jezus uitziet, daarmee kan Hij handelen. Hij wacht op het handelen van dit geloof van u. ,,Uw geloof heeft u behouden", zegt Jezus. Wij vinden het vreemd, wij meenden dat ten opzichte van het Heil Hij alles doet en wij niets niemendal. Neen, zegt Jezus, Ik wacht, Ik móét wachten en kan niet anders, op het in beweging komen van uw levend geloof in een levende Heiland. Ik wacht op u!

Als de blinde Barthimeus tot Jezus komt, ziet Jezus zijn geloof en zegt ,,Ga heen, UW GELOOF heeft u behouden" (Marc. 10:52). Als de zondares Jezus' voeten zalft, ziet Jezus haar geloof en zegt: UW GELOOF heeft u behouden (Lucas 7 :50). Als een der tien melaatsen en nog wel de enige niet­Jood, een Samaritaan, genezen de Heer kwam bedanken, ziet Jezus zijn geloof en zei: ,,UW GELOOF heeft u behouden" (Lucas 17 : 19).

Jezus gaf al het Zijne voor u Als u al het uwe ten koste hebt gelegd en geen baat gevonden, evenals van de vrouw wordt verhaald, wanhoop niet, ga tot Jezus, omdat Hij al het Zijne ten koste heeft gelegd om u te redden. Al het zijne: Zijn Vader, Zijn Vaderhuis, Zijn Bloed, Zijn Leven, alles, alles. Leg de ontoereikendheid, de vergeefsheid van ,,al het uwe" op Hem en zoek contact met Hem, opdat ,,al het Zijne" in volle heerlijkheid uw deel wordt.

,,Daar zijn geen grenzen aan Jezus' macht, Voor elk die wond’ren van Hem verwacht! Ja, wie Hem aanraakt, ervaart Zijn kracht Daar zijn geen grenzen aan Jezus' macht."

 

Het willen van Jezus

,,Nadat Hij nu van den berg was afgedaald, volgden Hem vele scharen. En zie, een melaatse kwam tot Hem en viel voor Hein neder, zeggende: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. En Hij strekte de hand uit en raakte hem aan en zeide: Ik wil het, word rein. En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid." (Matth. 8 :1-3)

DE MELAATSE

Na de aangrijpende bergrede beschrijft Mattheüs dit eerste wonder, de genezing van de melaatse. Na Zijn spreken tekent hij Jezus in Zijn handelingen, na Zijn zaligsprekingen zijn daar tien genezingen; Want Hij is niet alleen de Zalig-spreker, maar de Zaligmaker. Vele scharen volgden Hem (Matth. 8 :1). Hij had hen met Zijn merkwaardige prediking aan Zich gebonden, ontroerd als zij waren, getroffen door Zijn leer. Wie is Hij toch, deze Jezus? Wat deed deze geringe tirnmermanszoon zo met volmacht spreken alsof Hij een gezagdrager was, gezaghebbende meer dan schriftgeleerde, alsof Hem alle macht gegeven was in hemel en op aarde? Zij volgden Hem, verbaasd, lichtelijk verward ook om dit nieuwe Woord. Maar ontroering zonder meer is niet genoeg, als men het niet weet om te zetten in daad, blijft men toeschouwer zonder meer, als men van een hoorder niet wordt een ,,dader des Woords", is het niets. Een man maakt zich los uit de massa en struikelt op Jezus toe. Aangesproken was hij door dit wondere Woord. Ontzet stoven de mensen uiteen, een melaatse had hij opzij gedrongen om bij Jezus te komen. Hij liet zich door niets en niemand weerhouden nu; als er ooit sprake van een kans was om te genezen van deze ongeneeslijke ziekte, zou het de naam Jezus dragen, de Heer van het Koninkrijk dat niet van deze wereld is.

Hij doorbrak alle bezwaren

Deze arme, geschonden leproze deed iets dat streng verboden was, hij doorbrak de heilige, oude voorschriften uit Leviticus 13 en 14, hij brak de Wet van Mozes, dus van God, alle eeuwige verbodsbepalingen, tradities, gewoonten, taboes. Hij doorbrak alles in dit plotselinge neerstorten aan Jezus voeten. Iedereen en alles schoof hij nu opzij, nu hij eindelijk bij Jezus komen kon, als het heerlijke en laatste Antwoord van God voor een gebroken wereld. Hij is ziek, stervens-ziek. Hij is onrein, stervens-onrein. Hij is uit-gestoten, afgewezen, weggezonden, ten dode gedoemd. Werd in het oosten de melaatsheid niet genoemd: de eerstgeboren zoon van de dood? O, hij zocht een God die hem vrijkocht, hem lostte van de dood, die hem aan Zich verbond en hem tot erfgenaam van het Leven maakte. O, hoe had hij verlangd naar dit ogenblik. Daarom kan niemand hem weerhouden nu zich aan Jezus vast te klemmen en in Hem het leven, de genade, de reiniging. Had de auteur van Leviticus, die hem nu al eeuwen had weerhouden om te komen, ook niet in zijn tweede boek deze woorden geschreven: ,,Ik de Here, ben uw Heelmeester" (Ex. 15 :26)? Nu stond hij eindelijk tegenover Hem en al mocht hij een mens niet naderen dan tot op 2 meter afstand, hij kwam, wierp zijn ratel weg en vluchtte op Jezus toe. Op zijn leven lag het ,,neen" van hemel en aarde, van God, Mozes, de priester, het volk. O, als deze Jezus nu eens een ander antwoord wilde geven, een nieuw antwoord dat geen ,,neen" zou zijn, als Hij nu eens het ,,ja" voor hem had, het veroordelend ,,neen" van de ouden wist te veranderen in het ,,ja" van nu. Hij hoopte op een evangelie van genade bij Jezus.

Daar lag hij op de grond voor de Heiland der wereld. Lucas vertelt dat hij zich op zijn aangezicht wierp voor Jezus, een miserabele leproze, met de ontbinding alreeds in zijn vlees, een walgelijke stank om zich heen verspreidend. Het was alsof de gebroken mensheid daar voor de Heer in het stof neerlag, geteisterd door zonde en ziekte, vervloekt.

Gods koninklijke vriend

Als wij dit beeld goed bezien, ontroert ons hart. Want eens waren zij vrienden, deze twee. De Schepper en Zijn schepsel, zij waren niet alleen vrienden, maar zij geleken op elkaar, zij waren naar elkander gemaakt. Want zo stelde de Schepper het voor, toen Hij de mens schiep. ,,Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis" (Gen. 1 :26). Die eerste mens was de sublieme schepping van Gods liefde, een heerlijk wezen, gaaf, rein, volkomen, Gods gelijkenis. God had hem niet alleen geschapen voor Zichzelf, als een voorwerp voor Zijn liefde, maar gaf hem een doel: hij zou heersen over de gehele aarde (Gen. 1:26). God schiep naast Zich een koning, een koninklijke vriend, een koninklijke uitvoerder van Zijn Woord. Hij kroonde Zijn vriend tot heerser over al Zijn koninklijke domeinen en verleende hem gezag, alles moest voor hem buigen, voor hem wijken en zich in het stof werpen met het aangezicht ter aarde. Een volkomen en heerlijke gevolmachtigde van de Heer der heerscharen, zo werd de mens gedacht en aangesteld door God.

Toen brak de mens zijn woord, toen brak de mens Zijn Woord. De zondeval is de val uit het Woord. Hij had zich door de satan laten bepráten en viel daardoor uit Gods Woord. Hij werd uitgedreven uit Gods hof. Adam at van de verboden vrucht die hem aangereikt werd en hij beet in de dood, want hij stierf. Fysiek heeft hij nog lang geleefd, maar die fatale dag stierf in hem het beeld van God. Het volkomen beeld, evenbeeld Gods, stierf. Daarna werd hij een ander, een schuwe outcast, voortjagende paria die vluchtte voor zijn eigen schaduw uit, steeds verder de onvrede, dieper de duisternis in ....

Toen is de Heer naar de aarde gegaan om Zijn vriend te zoeken, Hij wilde hem terugvinden. Evangelie is de boodschap van lwrslel van verbroken relatie tussen God en mens, van geschonden vriend schap. Jezus zocht deze mens. Dat was Zijn doel. Daarvoor verliet Hij Zijn heerlijkheid. In Zijn Naam gaat Hij terugvinden, verbinden, vergeven. ,,Daar ruist langs de wolken een liefelijke Naam, die hemel en aarde verenigt te saam". Die hemel en aarde vereenigt tot één.

Immanuél: God met ons. Jezus: God met ons. Jezus: God heeft in mensen een welbehagen. Toch, ondanks alles wat gepasseerd is, ondanks verraad aan de Allerhoogste, woordbreuk, trouwbreuk, toch, ja toch: God met ons! Wij behoeven niet meer als wezen achter te blijven. Jezus kwam op aarde om dit: God met ons. Halleluja!

Jezus kwam nm te zoeken en zalig te maken wat verloren was

En daar vond Jezus deze melaatse. Zag Jezus in deze stakker de geschonden trekken van Adam terug? Werd Jezus herkend door de lepralijder, toen deze zich aan Zijn voeten neerwierp? Vonden zij hier elkander eindelijk terug? ls het de vreugde van het weerzien wanneer de zondaar de Heiland vindt? ,,Dit hart zal nimmer rusten, Heer; tot het rust (terug)vindt. in U!" Jezus keek omlaag op deze lijdende mens die daar neerlag in het stof van de weg, zoals de schepping aanvankelijk bestemd was voor hem neer te liggen in het stof.

Was dit overgebleven van die prachtige koninklijke schepping, die eertijds in de hof naast Hem voortschreed? Was dit geworden van die fysiek volmaakte mens, die bestemd was medeheerser te zijn over de aarde? Was deze vuile, zwerende stumper die mens, die Hij schiep naar Zijn Goddelijk beeld en. gelijkenis? Geen kroon meer, geen gezag meer noch heerschappij, zijn schepter werd een ratel om de mensen te waarschuwen, opdat zij konden vluchten voor zijn onreinheid. Gescheurd waren de vuile vodden om zijn stinkend lijf, uitgeteerd was hij, miserabel, onwaardig. Ook zijn geest was veranderd, zo bang en benauwd was deze bevende mens die daar lag als slaaf, met zijn gezicht tegen de grond gedrukt.

Jezus staat daar, nog steeds de Heer, onveranderd, Koninklijk, Dezelfde. ,,Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in ecuwigheid" (Hebr. I3 :8). Maar voor Hem lag gevallen, omgevallen, uitgevallen, uit de genade weggevallen: de mens, u en ik. Het beeld van de wereld, van God verlaten, omdat wij God verlaten hadden. ,,Wie God verlaat, heelt smart op smart te vrezen." Dan spreekt de mens, eindelijk, weer tot de I-leer. En hij perst zijn eeuwenlang verdriet in een enkele volzin, met onzekerheid over Gods welwillen, met twijfel, met hoop ook. Zou Hij, zou Hij niet? Zou de Heer toch willen helpen, een keer nog, één heerlijke uitzondering? Zou Hij verder willen blijven helpen? Vroeger, in de hof, was hij zeker van de webwillcndheid van de Heer. Toen twijfelde hij geen ogenblik, maar rekende er eenvoudig mee. Dat was nimmer probleem ,hij wist! Maar nu, maar hier, na zijn vreselijke val uit Gods hand? Zou hij nog eenmaal een beroep mogen doen op Jezus willen? Zou hij, evenals eertijds, mogen kloppen aan het hart van de Vader? Als de mens kwam met zijn willen, om deze te leggen naast die van de Heer, parallel langs en tegen de Zijne aan, zou dan weer die éénswillendheid ontstaan? O, hij wist zijn eigen willen ziek en zwak, maar hij wilde komen en deze uitleveren aan de wil van God.

Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigcn!

De woorden komen er uit: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen! Dat was zijn hartekreet. Een gepijnigde wereld schreeuwt om ärbarmen tot Jezus. Om welwillendheid, ontfermende welwillendeid. O, was ik maar zeker van Uw willen, Heer! Uw kunnen is voor ons geen probleem, daarvan zijn wij allen zeker, Heer. Waren wij allemaal maar zo zeker van dat willen van u, als van dat kunnen; de technische kant van het wonder baart ons geen zorg. U bent almachtig, dat weten wij allen. Er zijn geen grenzen aan Jezus macht. Maar Heer, als wij maar niet zo onzeker waren over Uw willen, dit afschuwelijke misverstand omtrent Uw willen overschaduwt heel ons godsdienstig leven. Konden wij maar eens in Uw hart zien. ,,Leer mij willen en niet willen wat Gij wilt en niet en wilt" zong Guido Gezelle.

De melaatse op de grond roept naar Jezus. Nu deze woorden gezegd zijn geworden, nu is het ineens alsof de ganse schepping doodstil te wachten staat op het antwoord. Alles houdt de adem in, hemel en hel, massa en enkeling. Wat zal Jezus zeggen, nu Hij daar staat voor de ontluisterde mens, de gebroken heerser die diep en tragisch gezondigd had tegen Hem. Wat zal Jezus zeggen? Het is van uiterst belang wat Hij nu zeggen zal, hoe Zijn gedachten zijn omtrent de mens. Mozes had voor hem niets anders te zeggen dan: neen, omdat Mozes niet kon, niet mocht. Hij wist, deze mens, heus wel, wat het antwoord was van God en mensen. Maar Jezus, wat is Uw antwoord? Hebt U een ander antwoord dan Mozes? Hebt U een ander antwoord dan de Vader? Staat U achter de veroordelende wet? Is Uw evangelie als de wet van de vaderen en duwt U mij eveneens diep in de uitzichtloosheid en de duisternis Ik ben niet gewoon maar ziek, maar ik heb een ziekte die meer is dan dat, ik ben melaatse, reeds een dode voor de wet. O, Jezus, wie bent U? Wat brengt U voor een boodschap naar deze wereld? Hebt U nog een oplossing, een ongekende, wonderbare uitkomst? Spreekt U andere woorden dan welke Mozes van Gods lippen hoorde? Bent U als al die anderen, de profeten, die tenslotte achter Mozes stonden? U spreekt over een ander Koninkrijk, is daarin plaats voor het woord: genade? O Jezus, Jezus .... "

Jezus spreekt Zijn woorden van welwillendheid

Dan, na een seconde stilte die een eeuwigheid leek, omdat het ook besliste over de eeuwigheid, gaan de lippen van Jezus open en zegt Hij: Ja! O, halleluja, Jezus zegt: ja! Hij zegt: ja! tegen de melaatse, tegen de melaatse wereld. Jezus zegt: Ik wil! Ik ben Mozes niet, Ik ben Jezus en gekomen om de wet te vervullen en vandaar zeg Ik, nu: ja. Ondanks alles: ja! Prijst de Heer! Prijst de Heer! Toch een woord van: ja, voor deze wereld! Dit is het evangelie van God: ja!, in Jezus. Al het oude is voorbij gegaan, zie, het is alles, met Jezus, nieuw geworden. Wat een evangelie is dit van Gods willen, van Zijn welwillendheid!

Ik wil onreinheid reinigen
Ik wil melaatsheid genezen
Ik wil zonden wegwassen
k wil nood lenigen Ik wil tranen drogen
Ik wil rust geven Kom tot Mij! Kom tot Mijn Ja!, spreekt de Heer!

 

O, wij kunnen het nauwelijks geloven. Jezus wil te maken hebben met ons, onze melaatsheid, met onze corruptie, onze verkeerde instelling, onze zonde! ,

,Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden" (Luc. 19 :10). ,,Komt tot Mij allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (Matth. 11 :28). ,,Ik, de Heer, ben uw Heelmeester" (Ex. 15 :26).

Is dat allemaal waar, Heer? Ja, zegt Jezus, dat is waar! Ik wil, word rein! Ik was uw wonden af. Ik genees uw wonden. Ik verlos u uit uw verlorenheid!

Als wij onze zonden voort dragen, dan is het onze schuld, want Jezus is gekomen ­- en dat is Zijn uitdrukkelijke wil - opdat wij onze zonden aan Hem geven, op Hem leggen. Als wij onze krankheden voort dragen, is het onze schuld, want Jezus is gekomen ­ en dat is Zijn uitdrukkelijke wil ­ om onze krankheden op Zich te nemen en onze smarten te dragen, van ons weg te dragen door het in de dood te dragen, voor eeuwig in de dood. Als wij in onze gebondenheden voortleven en demonen voortgaan onze geest te binden en te kwellen, dan is Jezus tevergeefs gestorven voor ons, want Hij is gestorven opdat u het slavenjuk zult kunnen afschudden en als vrije mensen elke gebondenheid afleggen. Als wij in nood en duisternis leven als melaatsen der zonde, dan is Jezus tevergeefs aan het kruis van Golgotha gestorven, want dat kruis zegt tegen allen, tegen u en mij: Ik wil, Ik ben gekomen, opdat u van deze vernederende toestand van zondige en zieke stumper verlost wordt en u zich een kind van God mag noemen.

Vergeet nimmer, broeder en zuster, dat uw naderen in nood van de troon der Genade, altijd dit antwoord ontmoet: Ik wil het, Mijn kind! Ik wil het, wordt verzoend, wordt rein, wordt gezond! Als wij zo graag schermen met de woorden: Heer, Uw wil gesehiedel, een gebed waarachter wij zo graag onze verantwoordelijkheid en ongeloof verbergen, dan vindt u hier Zijn wil; dat is dit: de me- laatse mag gereinigd worden, de zieke genezen, de nood opgeheven, de smart gestild, de tranen gedroogd. Wie heeft u gezegd, dat de Heer niet wil? Wie heeft u gezegd dat de Heer wil dat u in ziek-zijn Zijn Naam moet verheerlijken, in bedlegerigheid en zwakte de (kroon)­getuige zijn van het triomferende Koninkrijk Gods? Hoe komt u er bij om dat wonder van Jezus slechts geestelijk te zien, terwijl deze melaatse lichamelijk genas, dit staat heel reëel in Gods Woord? Wij mogen de geloofs-genezing niet wegkritiseren en wegredeneren met menselijke gedachten en overwegingen. Het wonder der genezing ligt op een Goddelijk vlak en valt niet te benaderen met verstand en rede. Als God deze dingen in de bijbel zegt, mogen wij het niet afwijzen met: dat was voor vroeger gegeven! ,,Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid? Wij mogen deze woorden uit de bijbel niet verzwakken door het terug te schuiven naar een incidenteel wonder in Jezus' dagen, destijds. Jezus zegt, voor toen en alle eeuwen: Ik wil het! Dat is genoeg. Dit antwoord is afdoend en definitief.

Hij raakt de melaatse aan

Jezus sprak deze woorden van Zijn willen voor de wereld, strekte Zijn hand uit en raakte de melaatse aan. Jezus stak weer Zijn hand uit naar de gevallen mensheid. ,,Met barmhartigheid bewogen" zegt Marcus 1 :40 er bij. Hij legde in deze man de wereld de handen op voor genezing. Hij trok Zich het lot van de zondaar aan en stak de hand naar hem uit, zocht gemeenschap met hem, de genade Gods maakte contact met de aarde. Jezus nam met Zijn hand als het ware de zonden en ziekten van de melaatse af om het op Zijn eigen rug te leggen. Hij tilde het pak van smart af om het Zelf te gaan dragen. De bloedvloeiende vrouw raakte Jezus aan, hier raakte Jezus de zieke aan. Contact werd gezocht, communicatie. Door dit contact stroomde de melaatsheid als bron van ziekte en verderf naar Jezus over, terwijl het Heil. van Jezus toestroomde naar deze mens.

,,Pas op, Heer, o pas op! U legt Uw hand op een melaatse, hij is onrein, besmettelijk! Straks legt U Uw hand weer op een kinderhoofdje, Heer Jezus! Pas op, alstublieft, raakt hem niet aan, dat is veiliger voor u, veiliger voor anderen. Verontreinig U niet aan de melaatsheid van de wereld. Besmet U niet, infecteer U niet!

Jezus raakte hem toch aan. Hij negeerde heel het indrukwekkende en uitvoerige reinigingsproces uit Leviticus, wanneer men contact maakte met een melaatse of iets dat hem toebehoorde. Hij is onbevreesd, maar maakte door deze daad Zichzelf tot een melaatse naar de wet. Jezus raakte hem toch aan. Hij kon de melaatse ook helpen met ,,slechts een woord". Hij gaf er echter de voorkeur aan om hem aan te raken. Om ook de schare te tonen wiens partij Hij gekozen had, de arme verontreinigde mens. Voor de ogen der farizeeërs, de wetgeleerden, de nauwgezette wetsbetrachters. Hij spreekt Zich uit en handelt vóór de zondaar en vanaf dit ogenblik was Jezus getekend, een valse Profeet, een Scheuringmaker, een Sektariër.

Jezus liet Zich bewust besmetten met de lepra van de wereld, daartoe is Hij gekomen om vrijwillig deze daad te stellen, al verspeelde Hij daarmee de sympathie en achting van de officiële kerkelijke instanties uit die dagen. Hij koos partij voor de arme, verloren zondaar.

Jezus werd onrein, de melaatse werd rein

Toen werden de rollen omgekeerd. De melaatse, de onreine, werd rein, maar Jezus, de reine werd onrein. ,,Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen" (Matth. 8 : 17). De onreine ging gereinigd naar de zijnen terug, hij mocht weer meetellen, mocht weer iemand zijn, naar de synagoge gaan, zijn kinderen kussen. Voor de rabbijnen gold de genezing van een melaatse als een opstanding uit de doden. Hij was als tot nieuw leven opgewekt, als opgestaan uit de eeuwige dood, terug in de genade Gods. Jezus werd ,,melaats". Hij nam door Zijn aanraking de melaatsheid van de ander over. Hij, de Goddelijke Plaatsvervanger. Hij stierf aan deze melaatsheid van de wereld. Deze besmetting werd Zijn doodsoorzaak. Waarlijk: onze ziekten heeft Hij op Zich genomen" (Jesaja 53 :4). Jezus zegt: Ik wil! Ik neem uw ongerechtigheid af en geef u mijn gerechtigheid. Ik neem uw onreinheid af en geef u mijn reinheid. Ik neem uw gebrokenheid af en geef u Mijn overwinning. Uw ziekte neem Ik af en geef u Mijn kracht. Dit is Mijn wil over u. Al uw tekorten op Mij en al Mijn rijkdom op u. ,,Ik ben gekomen opdat zij leven hebben en overvloed" (Joh. 10 :10).

Niet sterven dus, maar leven! Halleluja! Laten wij niet in nood en ellende nederliggen, maar komen tot Hem, Die tot ons gekomen is, opdat Hij ons aanrake met Zijn Heil. Laten wij niet redeneren over allerlei dogmatische vragen, maar eenvoudigweg tot Jezus komen, ons voor Hem neerwerpen en een beroep doen op Zijn willen. Voor ons is dat een zekere zaak, blijkens Jezus eigen uitspraak, waar Hij zegt: Ik wil het! De melaatse wist dit nog niet, daarom vroeg hij naar Jezus wil, maar wij weten het nu. Jezus heeft gesproken, wij kregen een blik in Zijn hart. Zijn kruis stond op Golgotha, Zijn kostbaar bloed vloeide langs het ruwhouten kruis ,,op die heuvel daarginds". Het Woord is vlees geworden, het Woord van genade, dit Woord: Ik wil het! Jezus heeft alles gegeven wat Hij te geven had voor een melaatse wereld, opdat zij ,,leven hebben en overvloed", maar het kostte Hem Zijn leven. Hij gaf het voor ons, aan ons. Aan u en aan mij.‘Geloof dit ,,met al wat in u is", ,,met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand"; aanvaardt het dankbaar uit Zijn handen.

Vraag de Heer het u te tonen, deze genade, van de verzoening, de schuldvergeving, het herstel. Het geldt voor geheel de wereld, voor geheel het menselijk leven: ziel, geest en lichaam. De verzoening strekt zich uit ook over het lichaam, dit is de genezing. ,,Maar opdat gij weten moogt, dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde zonden te vergeven, zeg Ik u: Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis" (Matth. 9 :6). Het wonder der vergeving geprojecteerd naar buiten, controleerbaar voor iedereen, meegedeeld nu ook aan het vlees. Daartoe kwam het Woord in het vlees om dit te helen, door Hem, de Heelmeester.

Lees uw bijbel. Geloof uw bijbel. Het is het Woord Gods. Ga met dit Woord Gods in uw binnenkamer. Lees deze teksten enkele keren hardop achter elkaar, rustig, biddend, geloof deze woorden. Opdat u het zien en ervaren moogt wat er precies staat. Geloof dit Woord en handel er naar.

,,Loof den Here .... die al uw ongerechtigheid vergeeft, die AL uw krankheden geneest" (Ps. 103 :3). ,

,Toen riepen zij tot den Here in hun benauwdheid, en Hij verloste hen uit hun angsten; Hij zond zijn woord, Hij genas hen en deed hen aan de groeve ontkomen" (Ps. 107 : 19, 20).

,,Wees niet wijs in eigen ogen, vrees den Here en wijk van het kwaad: het zal medicijn wezen voor uw vlees, en lafenis voor uw gebeente" (Spr. 3 :7, 9).

,,Mijn zoon, sla acht op Mijn woorden, neig uw oor tot Mijn uitspraken; laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart. Want zij zijn leven voor wie ze vinden, genezing voor uw ganse lichaam" (Spr. 4 :20-22).

,,Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en gedrukte. Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen in ons genezing geworden" (Jes. 53:4-5).

,,Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met Zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen" (Matth. : , 17).

,,En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal (Matth. 9 :35).

,,Maar als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons! Jezus zeide tot hem: Als gij kunt? Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft" (Marc. 9 :22, 23).

,,Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt" (Jac. 5 :13-16).

,,Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden; die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt; die zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen" (I Petr. 2 :21-24).

Geloof het Woord des Heren

Grijp u aan het Woord vast en zeg: Heer, het is Uw Woord, Uw onvergankelijk en heilig Woord. Het is geen mensenwoord waarachter geen garantie staat, het is Uw Woord. Ik geloof dit Woord, want het is waar. Ik dank U, Heiland, dat U alle zonden op U genomen hebt en alle ziekte gedragen. Op deze zege wil ik zegevieren. Op dit feit wil ik mijn leven funderen, het is een rots voor mijn huis. Jezus deed dit voor alle mensen, Hij stierf voor alle mensen, om Zijn Heil te geven aan alle mensen. Ook aan mij. Jezus deed dit voor alle zonden en alle ziekten. Daarom neem ik dit heil aan voor lichaam en ziel. Ik neem deze gezondmakende kracht, de opstandingskracht van Jezus Christus, aan. Ik wil afzien van mijn nood en opzien tot de Heer. Ik wil aan Hem alle nood afgeven en Zijn levendmakend Heil aanvaarden. Nu. Heel positief. Gelovig. Met heel mijn wezen. Ik dank Hem voor deze genezing die Hij mij geeft, mij gegeven heeft, reeds voor 2000 jaren. Ik dank Hem voor Zijn reinigende, vernieuwende kracht. ,,Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal u geschieden" (Marc. 11 :24).

KAREL HOEKENDIJK