leven en overvloed
      Het spreken in tongen als teken van de vervulling met de Heilige Geest

leven en overvloed

Leven en overvloed - life in Abundance
Uit boekje, Leven en Overvloed - 
Elisabeth Hoekendijk- La Riviére

,,Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?" (Rom. 8 :32)

Hebt u Jezus Christus ontvangen in uw hart? God gaf zijn Zoon voor u en mij, om ons te redden en te behouden. Hebt u Hem aangenomen? Dan geldt ook voor u het woord: ,,Doch allen, die hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden.” (Joh. 1 :12). Dan zingt het blij in ons hart: ,,O welk een vreugde, een kind van God te zijn’ De grootste en heerlijkste gave, ooit aan de wereld gegeven, is Jezus Christus, de Zoon van God. Hij is onze Vrede. Als wij Hem aannemen, is het eerste wat wij van Hem ontvangen: verzoening, reiniging van onze zonden en vrede, blijdschap in ons hart. Onze Hemelse Vader heeft echter nog veel méér voor ons. Met de Zoon wil Hij ons ook alle dingen schenken. Nu willen wij niet spreken over onze dagelijkse behoeften, ons voedsel, kleding en alles wat wij voor het natuurlijke leven nodig hebben; al deze dingen zullen ons toegeworpen worden, als wij het Koninkrijk Gods zoeken en zijn gerechtigheid (Matth. 6 :33). Maar de grote rijkdom die God ons geven wil is de volheid van Zijn Geest. Zie maar eens wat Jezus ervan zegt: ,,Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te rneer zal uw Vader uit den hemel den Heiligen Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?" (Luc. 11 :13).

De hemelse Vader geeft ons hemelse gaven. De Heer Jezus spreekt van ,,de belofte des Vaders" die Hij zenden zal, de ,,kracht uit de Hoge". De Heer zegt tot zijn discipelen dat zij te Jeruzalem moeten wachten tot zij die kracht ontvangen hadden, wanneer de Heilige Geest over hen komt (Hand. 1 : 8). De Heer had hun veel verteld over die ,,Trooster" die komen zou, nadat Hij van hen weggegaan zou zijn. ,,En Ik zal den Vader bidden en Hij zal u een anderen Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, den Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want hij blijft bij u en zal in u zijn" (Joh. 14 :16, 17). ,,Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, dien de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb" (Joh. 14 :25, 26). ,,Doch, Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u, dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden" (Joh. 16 :7).

,,Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en dtinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van den Geest, welken zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was" (Joh. 7 :37-39).

,,Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden" (Hand.
1:5)

Wordt vervuld met de Geest!

Welk een wonderbare rijkdom is die belofte des Vaders, die de Heer hier belooft. Het is al zo groot en heerlijk te weten dat wij gered zijn, dat wij uit de dood zijn overgegaan tot het leven, maar de Heer heeft nog veel meer! Hij wil dat wij leven hebben en overvloed (Joh. 10 : 10). Overvloed van leven, overvloed van kracht, overvloed van liefde, blijdschap en vrede, alles door de ,,belofte des Vaders", de doop met de Heilige Geest. Hoe heerlijk zien wij op de Pinksterdag die belofte in vervulling gaan. ,,Allen werden vervuld met den Heiligen Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken" (Hand. 2 :4). Zij begonnen de grote daden Gods te verkondigen in allerlei talen die zij nooit geleerd hadden (vers 8-11). Hier begon de stroom van levend water te vloeien, waarvan Jezus gesproken had. Waar dit levende water stroomt wekt het nieuw leven. Duizenden worden bekeerd en allen mogen de gave des Heiligen Geestes ontvangen (Hand. 2 :38, 39).

Veelal wordt gemeend dat ieder die bekeerd is, ook vervuld is met de Heilige Geest. Gods Woord leert toch zo duidelijk dat het niet hetzelfde is. ,,Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op den naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God er toe roepen zal" (Hand. 2 : 38, 39). De bekering is altijd het werk van de Heilige Geest in onze harten. ,,Niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door den Heiligen Geest" (1 Cor. 12 :3). Als Petrus tot de Heer zegt: ,,Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God!", dan antwoordt Jezus: ,,vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is" (Matth. 16 :16, 17).

Hoe anders dan door de werking van de Heilige Geest? Maar dit was nog niet de vervulling. Gods Geest kon pas in volheid worden uitgestort als Jezus Zijn werk had volbracht en Zijn plaats in de troon des Vaders had ingenomen. ,,De Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was" (Joh. 7 :39). Als Jezus het Heiligdom is ingegaan met zijn eigen bloed, (Hebr. 9 ,,Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van den Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort" (Hand. 2 :33). ,,Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen" (Ef. 4 :8). :12) heeft Hij een eeuwige verlossing teweeggebracht, en daarmee de vensters des hemels geopend waardoor de Heilige Geest in zijn volheid kan neerdalen op een ieder die deel heeft aan die verlossing.

Dit is leven en overvloed! Dezelfde volheid van kracht en heerlijkheid die in Jezus was, zien wij na Pinksteren geopenbaard in Zijn volgelingen. Met kracht getuigen zij van de grote daden Gods, zodat duizenden worden bekeerd. Grote wonderen en tekenen gebeuren en dagelijks worden er toegevoegd aan de gemeente die zalig wordt. Dit komt overeen met wat Jezus had beloofd: ,,Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe zal hij ook doen, en grotere nog dan deze" (Joh. 14 :12). ,,Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden" (Marc. 16 :17, 18). Alle gelovigen hebben dezelfde zending als Jezus. ,,Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb Ik ook hen gezonden in de wereld" (Joh. 17 : 18). Evenals Jezus moeten ook wij eerst vervuld worden met de Heilige Geest, om in de kracht des Heiligen Geestes de werken te doen die God voor ons bereid heeft.

Jezus gedoopt met de Heilige Geest

Misschien meent u dat Jezus wonderen kon doen omdat Hij eigenlijk God was, maar zo is het niet. Hij was God van voor de schepping, maar Hij legde al Zijn goddelijkheid af en werd mens als wij, uitgenomen de zonden. ,,Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden te hulp komen" (Hebr. 2 :17, 18). ,,Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze (als wij) is verzocht geweest, doch zonder te zondigen" (Hebr. 4 :15).

,,Christus Jezus, - die in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en den men- sen gelijk geworden is" (Philip. 2 :6), zegt ,,Ik kan van Mijzelve niets doen" (Joh. 5 :30). ,,Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het den Vader zien doen, want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo" (Joh. 5 :19). Jezus kon niets van Zichzelve.

Daarom schonk God Hem eerst de Heilige Geest in grote volheid. Voordat Jezus zijn werk begint, daalt de Heilige Geest op Hem neer (Matth. 3 : 16) en alles wat Hij daarna doet, gebeurt door de kracht van Gods Geest. Zijn verzoeking in de woestijn zou geen werkelijke verzoeking geweest zijn, wanneer Jezus daar als God geweest was: ,,God kan van het kwade niet verzocht worden" (Jac. 1 :13), maar Hij die waarlijk God was is waarlijk mens geworden, om zo in afhankelijkheid van de Vader en door de kracht van Zijn Geest, de satan te weerstaan en te overwinnen. ,,En Jezus keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea" (Luc. 4 :14). Na dit gebeuren leest Hij in de synagoge van Nazareth een gedeelte uit Jesaja 61 voor: ,,de Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, orn verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren" (Luc. 4 :18, 19). Als dan alle ogen geboeid op Hem gericht zijn, zegt Hij: ,,Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld" (Luc. 4 :21).

Jezus Christus is dus met de Heilige Geest gezalfd om het evangelie te verkondigen en wonderen van bevrijding te doen. Door de Geest Gods drijft Hij ook de boze geesten uit (Matth. 12 :29). Zo wordt het Koninkrijk Gods geopenbaard; de werken van satan worden teniet gedaan, bezetenen worden bevrijd en zieken worden genezen. Ook spreekt Jezus de woorden Gods door de Heilige Geest. ,,Want dien God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods, want Hij geeft den Geest niet met mate" (Joh. 3 :34). Niet met mate, dat wil zeggen met mateloze volheid. Dit geldt voor Jezus, dit geldt ook voor ons: want gelijk de Vader de Zoon gezonden heeft, zo zendt de Heer ons.

Het spreken in nieuwe tongen

De volheid van de Heilige Geest wordt geopenbaard door de gaven des Geestes. Voor zover wij kunnen zien, zijn er negen gaven des Geestes. Als eerste gave, tevens als teken van de doop met de Heilige Geest, wordt de bekwaamheid om te spreken in nieuwe tongen of talen ontvangen.

Waarom het spreken in nieuwe tongen? Vele mensen stellen de vraag: ,,Waarom is het nu nodig om in tongen te spreken en te bidden?" Zij redeneren: ,,Als ik in 't Hollands bid, luistert God toch ook naar mij en dan weet ik tenminste wat ik zeg." Ons verstand verzet zich tegen de dingen van Gods Geest. Wij vinden het niet nodig. Is het wel zo belangrijk wat wij vinden? Het gaat er om wat Jezus wil. Jezus zegt: ,,Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken' enz. (Marc. 16 : 17).

Wij zijn niet geroepen om een bijzonder verstandig volk te zijn; wij zijn bestemd om een bovennatuurlijk volk te zijn, een volk van wonderen en tekenen. Daarom is het voor ons allen nodig, dat wij eerst ons verstand eens in den dood geven. Nu niet langer ,,Ik vind", maar ,,Vader, wat wilt Gij." Jezus zegt: ,,Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U" (Matth. 11 : 25, 26). En verder: ,,Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voor zeker niet binnengaan" (Matth. 18 :3). Ook de verzoening door het kruis van Golgotha is voor de wijzen der aarde een dwaasheid, maar voor hen die geloven, een kracht Gods tot behoudenis. ,,Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen" (1 Cor. 1 :25). ,,Heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?" (1 Cor. 1 :20b). Jezus zegt dat dit teken van het spreken in nieuwe tongen de gelovigen zal volgen. Later, bij monde van Paulus: ,,Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt" (1 Cor. 14 :5). Paulus zegt: ,,lk dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen spreek" (1 Cor. 14 :18). Als de Heer het verlangt, als Paulus er God voor dankt, laten wij dan niet langer zeggen dat het onnodig is.

Het spreken in nieuwe tongen als teken

Het spreken in nieuwe tongen is het teken van de vervulling met de Heilige Geest. Bij de uitstorting van Gods Geest op de Pinksterdag lezen wij in Hand. 2 :4: ,,En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken." Allen werden vervuld en allen begonnen in tongen te spreken. Let wel, men begon in tongen te spreken, er werden geen andere gevoelsuitingen gezocht. Met het spreken in nieuwe tongen of vreemde talen, stappen wij als het ware het gebied van de Heilige Geest binnen. Daarna gaat de kracht van God zich op allerei wijze openbaren. Precies als bij de apostelen. Wij worden levende getuigen van Jezus. Wij genezen de zieken en drijven boze geesten uit in Zijn Naam. Petrus vertelt dat de eerste groep uit de heidenen op gelijke wijze de Heilige Geest heeft ontvangen als de discipelen op de Pinksterdag. ,,Indien nu God hun op volkomen gelijke wijze als ons de gave heeft gegeven op het geloof in den Here Jezus Christus, hoe zou ik dan bij machte geweest zijn God tegen te houden?" (Hand. 11 :17).

Hoe wisten Petrus en de andere Joden dat deze heidenen met de Heilige Geest vervuld waren? Zij: ,,Stonden verbaasd, dat de gave van den Heiligen Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God groot maken" (Hand. 10 :46). Dit was dus het bewijs dat zij den Heiligen Geest ontvangen hadden, geen ander teken wordt hier vermeld. Op één van zijn reizen vindt Paulus een groep discipelen, die nog niet vervuld waren. Dit is iets ongewoons in die tijd en hij begint te vragen: ,,Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, toen gij tot geloof kwaamt?" Doch zij zeiden tot hem: ,,Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is" (Hand. 19 :2). Dit waren gelovigen, Apollos had hun uit de Schriften bewezen dat Jezus de Christus is (Hand. 18 :24-28). Zo waren zij tot geloof gekomen, maar er was geen kracht, zij kenden alleen maar de doop van Johannes. Paulus legt hun uit dat Johannes gewezen had op Hem die na hem kwam, de Sterkere, die zou dopen met den Heiligen Geest en met vuur (Matth. 3 :11). ,,En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in den naam van den Here Jezus. En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden" (Hand. 19 :5, 6).

Is dit niet de toestand van de meeste christenen in onze dagen? Velen hebben nog nooit van de vervulling met de Heilige Geest gehoord. Paulus had tot deze groep discipelen kunnen zeggen: ,,Het is niet zo belangrijk, de vervulling met de Heilige Geest, als u maar gelooft in de Here Jezus, dan wordt u behouden" Maar zo spreekt Paulus niet. Paulus weet hoe belangrijk het is om vervuld te zijn, hij kent de kracht van het spreken in tongen en het profeteren. Daarom legt Paulus hen de handen op en deze discipelen van Efeze werden vervuld en spraken in tongen en profeteerden. Wij kennen Jezus nog niet ten volle als wij Hem niet kennen als de Doper met de Heilige Geest. Van de aanvang af werd Jezus aan het volk bekend gemaakt als de Doper met de Heilige Geest. U leest dit in alle vier evangeliën. ,,Deze is het, die met den Heiligen Geest doopt" (Joh. 1 :33b). 't Is het eerste dat van Jezus verteld wordt, als Hij aan de wereld wordt bekend gemaakt en het laatste dat Jezus zegt voor Zijn hemelvaart is: ,,Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult Mijn getuigen zijn" (Hand. 1 :8).

Het levende water

Eenmaal ontmoette Jezus aan de put van Sichar een Samaritaanse vrouw en Hij begint te vertellen van dat wonderbare levende water dat Hij haar geven wil. Dat water waarvan men nooit meer dorst krijgt, maar dat wordt tot een fontein die springt ten eeuwigen leven in hen die daarvan drinken. Later op de grote, laatste dag van het Loofhuttenfeest, roept Jezus als het ware de ganse wereld toe: ,,Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zeide Hij van den Geest welke zij die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden" (Joh. 7 :37-39). De Heer Jezus spreekt hier over de Geestesdoop die de gelovigen zouden ontvangen na Zijn verheerlijking. Het is niet een onbelangrijke bijkomstigheid, maar het is juist waar het om gaat, Vele profeten in het oude testament hebben al gesproken over die stromen van levend water die zouden vloeien en hoe Gods Geest uitgestort zou worden op alle vlees. ,,De aarde zal vol zijn van de kennis des Heren, zoals de wateren den bodem der zee bedekken" (Jes. 11 :9b).

,,Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils" (Jes. 12 :3). ,,Zie een koning zal regeren in gerechtigheid en vorsten zullen heersen naar het recht; en ieder van hen zal zijn als een beschutting tegen den wind en als een toevlucht tegen de stortbui, als waterstroinen in een dorre streek, als de schaduw van een machtige rots in een dorstig land. Dan zullen de ogen der zienden niet meer verblind zijn en de oren der horenden zullen opmerken: het hart der onbezonnenen zal inzicht en kennis verkrijgen, en de tong der stamelaars zal in staat zijn tot duidelijk spreken" (Jes. 32 : 1--4).


Overal waar wij het evangelie prediken, in de kracht van de Heilige Geest, zien we dit in vervulling gaan. De stromen van levend water, die uit ons vloeien, wekken overal nieuw leven. De geestelijke doofheid en blindheid verdwijnt.
Vele malen zijn mensen ontroerd naar ons toegekomen als wij dit hun uit de Bijbel hadden voorgelezen, met de woorden: ,,Hoe is het toch mogelijk, mijn leven lang heb ik in de Bijbel gelezen en alle zondagen heb ik naar het Woord geluisterd, maar deze dingen heb ik nooit gezien en nooit gehoord, en vele stamelaars begonnen vloeiend te spreken door de vervulling met Gods Geest. Niet alleen de geestelijke maar ook de lichamelijke blinden gaan weer zien en de doven horen. Door de uitstorting van de Heilige Geest komt de heerlijkheid Gods naar de aarde. ,,Totdat over ons uitgestort wordt de Geest uit den hoge. Dan wordt de woestijn een gaarde en de gaarde gelijkt een woud; dan woont het recht in de woestijn en de gerechtigheid verblijft in de gaarde. En de vrucht der gerechtigheid zal vrede zijn, de uitwerking der gerechtigheid rust en veiligheid tot in eeuwigheid" (Jes. 32 : 15-17). ,,De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis; zij zal welig bloeien en juichen, ja, juichen en jubelen" (Jes. 35 : 1, 2). ,,Dan zullen de ogen der blinden geopend en de oren der doven ontsloten worden; dan zal de lamme springen als een hert en de tong van de stomme zal jubelen; want in de woestijn zullen wateren ontspringen en beken in de steppe, en het gloeiende zand zal tot een plas worden en het dorstige land tot waterbronnen" (Jes. 35 :5-7).

,,O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk" (Jes. 55 :1). ,,Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. Ik zal wonderen geven in den hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen" (Joël 2 :28)
. Velen menen dat de vervulling van al deze profetiën pas komt na de wederkomst des Heren. Inderdaad zal alles dan pas volledig in vervulling gaan. Dan zal werkelijk Gods Geest worden uitgestort op al wat leeft, maar voor de gelovigen is het begonnen nadat Jezus verheerlijkt is. Zoals Petrus het uitriep op de Pinksterdag, zo roepen wij het ook nu: ,,Dit is, waarvan gesproken is door de profeet Joël (Hand. 2 : 16).

Het zondeprobleem opgelost

Eerst moest de Zoon van God komen, om een einde te maken aan het probleem van de zonde, waardoor God niet bij de mensen wonen kon. Daarom kwam Hij als ,,het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt" (Joh. 1 :29). Hij heeft het werk volbracht. ,,Om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striernen is ons genezing geworden" (Jes. 53 :5). ,,Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem" (2 Cor. 5 : 21). Halleluja! Jezus heeft onze zonden weggedragen en ons gereinigd door Zijn bloed. Hij is ,,rnet zijn eigen bloed, eens voor altijd binnen gegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf" (Hebr. 9 :12). Zo zijn wij die geloven ,,eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus" (Hebr. 10 110). ,,Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden" (Hebr. 10 :14). Voor allen die Hem als Heiland en Verlosser hebben aangenomen is er een eind gekomen aan de macht van satan. Er is overwinning over zonde, ziekte en dood. Jezus is opgestaan uit de doden om onvergankelijk leven aan het licht te brengen. Nu is Jezus verheerlijkt, met heerlijkheid en eer is Hij door God gekroond. ,,Nu Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd is en de belofte des Heiligen Geestes van den Vader ontvangen heeft, heeft Hij dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort" (Hand. 2 :33).

De belofte des Vaders

De gave des Heiligen Geestes wordt in de Bijbel veelal genoemd de belofte des Vaders. Dit is wat van oudsher, bij monde van vele profeten, door de Vader is beloofd. De Heilige Geest kondigt Zijn komst aan met een geluid als van een geweldig gedreven wind en vurige tongen. De eerste honderdtwintig gelovigen worden vervuld en de stromen van levend water, waar Jezus van gesproken had, beginnen uit hun binnenste te vloeien, waardoor duizenden worden bekeerd. Hoe vloeien die stromen van levend water? Zij begonnen met andere tongen te spreken zoals de Geest het hun gaf uit te spreken." (Hand. 2 :4b). Zelf verstonden zij niet wat zij zeiden, allen waren ongeletterde Gallileërs. Vele mensen die toehoorden verstonden het wel. Er waren Joden in Jeruzalem uit alle volken onder den hemel; en een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Zestien verschillende talen worden genoemd. ,,En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?" (Hand. 2:8). ,,Wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken" (Hand. 2 :11).

Welk een wonderbaarlijke gebeurtenis. Dit is één van de redenen waarom wij in tongen spreken: om de grote daden Gods te verkondigen, in alle talen van de wereld. In het algemeen wordt de tongentaal niet verstaan. Paulus schrijft: ,,Want wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen maar tot God, want niemand verstaat het, door de Geest spreekt hij geheimenissen" (1 Cor. 14 :2). In bijzondere gevallen doet de Heer ook dikwijls dit wonder dat het wèl wordt verstaan. Dus terwijl iemand een onbekende taal spreekt en niet weet wat hij zegt, wordt hij door de Heilige Geest gebruikt om een bepaalde persoon of· een groep mensen rechtstreeks aan te spreken.

Wij zouden u daar vele voorbeelden van kunnen vertellen. Tommy Hicks was enige jaren geleden in Rusland. Op eenmaal wilde zijn tolk hem niet langer vertalen, zij spuwde hem in het gezicht met de woorden: deze onzin wil ik niet langer vertalen, en liep weg. Daar stond hij zonder tolk in een vreemd land voor een grote menigte van mensen. Toen ving hij aan in tongen te spreken, de Heilige Geest gaf hem de taal van de mensen waartegen hij sprak, de Russische taal dus. De menigte werd tot tranen bewogen en velen gaven zich over aan Jezus. Vele malen is het voorgekomen dat een boodschap in tongen werd verstaan door iemand die als gast in de samenkomst was, zodat de Heer iemand speciaal in zijn moedertaal aansprak. Wonderbaar is dat! Niet alleen een bijzondere zegen voor degenen die zo door de Heilige Geest worden aangesproken, maar ook voor ons allen weer een bevestiging, dat de vreemde woorden die wij spreken werkelijk een taal vormen die ergens op de wereld wordt verstaan en gesproken.

Het doel van de Tongentaal/Klanktaal

Het belangrijkste doel van het spreken in nieuwe tongen (klanktaal) voor de gelovige is om daardoor kracht te ontvangen. Jezus had gezegd: "Gij zult KRACHT ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn - tot aan het uiterste der aarde" (Hand 1:8)

Alle gelovige zijn op aarde gesteld als getuigen van Jezus. Maar het gaat bij ons getuigenis niet om veel woorden maar om de KRACHT van Gods Geest. Paulus schrijft "mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en KRACHT, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op KRACHT VAN GOD"(1 Cor. 2:5).
"Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in KRACHT"(1 Cor 4:20). Een getuige van Jezus met vele mooie woorden maar zonder de KRACHT VAN GOD'S GEEST zal niet veel zielen brengen aan de voeten van Jezus.
Door het spreken in nieuwe tongen maken wij een eind aan alle menselijke redeneringen en verstandelijke overleggingen. Wij beginnen te spreken en te handelen in geloof en dan krijgt de Heilige Geest de leiding. Het bidden in tongen is de opbouw van ons geloof. Paulus schrijft: "Wie in een tong spreekt sticht zichzelf, maar wie profeteert, sticht de gemeente"(1 Cor 14:4).

Wij zullen eerst onszelf moeten stichten, opbouwen in ons geloof, om dan tesamen gekomen, de gemeente te kunnen stichten. Het bidden in tongen brengt ons op geloofsgrond, waardoor wij ook in staat worden gesteld geloofsdaden te doen.
Door te bidden in tongen spreken wij in geheimenissen tot God (1 Cor. 14:2). Onze nieuwe mens spreekt tot haar Schepper. Dit geeft ons grote blijdschap in de Heer en tilt ons uit boven de dagelijkse moeite en strijd die ons van God wil afleiden. Paulus noemt het bidden in tongen een bidden met de geest. "Ik zal bidden MET MIJN GEEST, maar ook bidden met mijn verstand, ik  zal lofzingen MET MIJN GEEST, maar ook lofzingen met mijn verstand (1Cor. 14:15). Velen menen dat het de Heilige Geest is die in tongen spreekt, maar zo leert Gods Woord het niet. Het  is MIJN GEEST die bidt als ik in tongen bid. Mijn geest, dat is mijn nieuwe mens die ik door bekering en wedergeboorte van Jezus ontvangen heb. Wij lezen niet dat op de Pinksterdag de Heilige Geest in tongen ging spreken, maar de gelovige. "ZIJ, die tezamen bijeen waren, werden vervuld en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het HUN gaf uit te spreken"(Hand. 2:4). Door dit bidden met ONZE geest geleid door de Heilige Geest, worden wij gesterkt in de inwendige mens (Efeze 3:16).

De geestelijke strijd
Het bidden in tongen is ook buitengewoon belangrijk in onze strijd tegen satan en zijn legermacht, Paulus leert ons in Efeze 6 dat wij de strijd niet hebben tegen vlees en bloed, maar tegen de boze geesten. Daarom moeten wij de wapenrusting Gods aandoen, en daarbij wordt ook genoemd het BIDDEN IN DE GEEST. "En bid daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid IN DE GEEST,  daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen"(Efezen 6: 18). Het bidden in tongen is een machtig wapen in de strijd tegen de boze machten. Een ieder die dit wapen heeft leren hanteren weet bij ondervinding hoe de machten wijken en terugdeinzen voor het spreken in tongen.

De Ideale voorbede
Het bidden in de geest of in tongen is ook de beste vorm van bidden voor andere, in 't bijzonder voor degenen die het evangelie uitdragen. "Voor alle heiligen: ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken" (Efeze 6:19). Paulus zegt dat WIJ bidden in den Geest  AANHOUDEND moeten doen en bij elke gelegenheid  MET ALLE VOLHARDING en smeking. Wij behoeven dus niet te wachten op een speciale drang om in tongen te bidden, maar wij kunnen het
altijd en bij elke gelegenheid. He is niet alleen een belangrijk wapen in onze geestelijk strijd, maar het is ook een heerlijke, krachtige vorm van voorbede.
Zo zegt de Romeinenbrief het ook. "En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorzoekt, weet wat de bedoelingen de Geestes is, dat Hij namelijk NAAR DE WIL VAN GOD VOOR DE HEILIGEN PLEIT" (Rom 8:26,27)

In de Liefde Gods
Tenslotte is het bidden in tongen nog het middel om ons te bewaren in de liefde Gods. Satan is er voortdurend opuit om ons uit de liefde en de vrede Gods te stoten. "Gods is liefde, endie in de liefde blijft; blijft in God, en God blijft in hem" (Joh 4:16b). Als het de satan gelukt om ons uit de liefde te halen, dan zal hij weer opnieuw macht over ons krijgen. Door de heilige Geest werd de liefde Gods in onze harten uitgestort. Door te bidden in de Geest kunnen wij voortdurend in de liefde blijven en ons opbouwen in ons geloof. "Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof, door TE BIDDEN IN DE HEILIGE GEEST" (Judas 20).
Paulus zegt aan het eind van 1 Cor. 14, dat het spreken in tongen niet tegengewerkt mag worden: "Zo dan, mijn broeders, streeft er naar te profeteren, en belemmert het spreken in tongen niet"(1Cor 14:39).

Evenals de gave van het spreken in tongen voor allen gegeven is, zo ook de gave van vertolking van tongen. "Derhalve moet HIJ, die in een tong spreekt, bidden, dat Hij het moge uitleggen"(1 cor 14:13). De gave van VERTOLKING der tongen is niet een bekwaamheid om de tongentaal te begrijpen of met ons vertand te vertalen, maat het is de bekwaamheid om door inspiratie van de Heilige Geest de vertolking van de boodschap, die uitgesproken werd in een onbekende taal, in eigen taal te ontvangen. Het doel van de gave van vertolking der tongen is de opbouw van de gemeente door boodschappen van God (1Cor 14:12).

Dit geldt ook voor de gave van profetie. - De gave van profetie is de bekwaamheid, van God gegeven, om door inspiratie een boodschap van God te ontvangen. Deze gave is niet in de eerste plaats voor onszelf maar tot stichting, vermaning en bemoediging van de gemeente: ,,Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend. Wie in een tong spreekt sticht zichzelf, maar wie profeteert, sticht de gemeente" (1 Cor. 14:3, 4). Gods Woord maakt duidelijk, dat ook deze gave voor allen is. ,,Want gij kunt allen een voor een profeteren, opdat allen lering en allen opwekking er door ontvangen" (1 Cor. 14 :31).

Door deze eerste drie gaven, die wij de uitingsgaven noemen, openbaart God zich als de sprekende God. Als denkende God openbaart Hij zich in de gave van kennis, wijsheid en het onderscheiden van geesten. Hij is de handelende God door de gave van geloof, gezondmaking en het doen van wonderwerken (krachten).

Het moet voor een ieder wel duidelijk zijn, dat wij allen deze negen gaven nodig hebben, om de werken die Jezus gedaan heeft (en grotere) te doen (Joh. 14 : 12). Bij Jezus zien wij de gaven des Geestes volmaakt in werking.

Enkele voorbeelden: Door de gave van kennis weet Jezus, dat de Samaritaanse vrouw in nood is, dat zij vijf mannen heeft gehad, en nu een man heeft die de hare niet is. Door de gave van wijsheid weet Hij haar met de juiste woorden aan te spreken, waardoor zij en vele Samaritanen met haar, tot bekering wordt geleid (Joh. 4 :18-42).

Door de gave van het onderscheiden van geesten ziet de Heer de boze geesten in de mensen, waardoor het Hem mogelijk is ze uit te werpen. Wij zien hoe Jezus voortdurend de gave van geloof gebruikt om het geloof op te bouwen in de mensen die tot Hem komen. Lees b.v. eens nauwkeurig het gesprek dat Hij heeft met de vader van de knaap met de stomme geest in Marcus 9. Jezus leidt het gesprek zo, dat het ongeloof van de vader openbaar wordt. ,,Maar als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!" (Mare. 9 :22). Door het antwoord van Jezus wordt het geloof in het hart van de vader geboren: ,,Jezus zeide tot hem: Als gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!" (Marc. 9 :23, 24). Door de gave van gezondmaking geneest Jezus al de zieken die tot Hem worden gebracht; vele wonderen en tekenen worden door Hem verricht door de gave van het doen van krachten.

Na de uitstorting van de Heilige Geest zien wij, dat ook de discipelen al deze gaven des Geestes gebruiken om de werken te doen die God voor hen bereid heeft. Het zijn echter niet alleen de twaalf apostelen, die wonderen en tekenen doen door de kracht. van de Heilige Geest, wij lezen dit ook van de diakenen Stéphanus en Philippus. ,,En Stéphanus, vol van genade en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk" (Hand. 6 :8).

En Philippus daalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus. En toen de scharen Philippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hern gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in die stad" (Hand. 8 :5-8).

Niet alleen voor de twaalf discipelen
Deze Philippus was niet eens één van de twaalven, want de apostelen waren te Jeruzalem gebleven (Hand. 8 :1); hij is één van de zeven diakenen, die gekozen werden om de tafels te bedienen, evenals Stéphanus (Hand. 6 :5). - Wat zou het heerlijk zijn als ook onze diakenen toegerust met de gaven des Geestes hun werk konden doen, wat zou het er heel anders uit gaan zien in onze kerken. - Paulus zegt heel duidelijk, dat het het verlangen van God is, dat wij allen zouden streven naar de gaven des Geestes. ,,Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes" (I Cor. 14 :1). Niet naar één van de gaven, maar naar de gaven, meervoud.

Alle gaven voor allen

Vele menen, dat wij moeten afwachten welke gave ons door de Geest wordt toebedeeld, de één krijgt deze gave, de andere die, gelijk de Geest het wil.
Alleen voor de oppervlakkige lezer staat het zo beschreven in 1 Corinthiërs 12.

Als God het zo bedoeld had, dan sprak de bijbel zichzelf tegen. In 1 Cor 14 hebben wij gezien dat God verlangt, dat wij:
ALLEN
in tongen spreken, meer nog, dat wij;
ALLEN profeteren (1 Cor 14:5).
Allen die in tongen spreken  moeten bidden om de VERTOLKING (1 Cor 14:13). Dit kan alleen als de gave van vertolking ook aan allen is gegeven.

Alle gelovigen zullen de tekenen van Marcus 16:17 en 18 volgen:
Spreken in nieuwe tongen,
uitwerpen van duivelen,
genezen van zieken, enz.

Als een ieder maar één van de gaven kreeg, dan zouden de  zendelingen alleen maar in groepen an negen (en elk met een andere gave) uitgezonden kunnen worden, om in staat te zijn het werk goed te doen.

Natuurlijk heeft God het niet zo bedoeld. De eerste apostelen en diaken hadden alle gaven. Van Paulus wordt ons dit het duidelijkst vereld. Hij dankt God dat hij meer dan allen in tongen spreekt (1 Cor 14:18), tot de gemeente wil hij zich liever richten met een openbaring, een woord van kennis, een profetie of meet onderricht (1 Cor 14:16). Wij zien Paulus duivelen uitwerpen (Hand 19:11,12). Wij kunnen van hem met zekerheid zeggen, dat hij "ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt" (1Cor. 1:7).


Gelijk Hij wil
Wanner wij 1 Corinthiërs 12:1-12 wat nauwkeuriger lezen, dan zien wij, dat wat de Heilige Geest toebedeelt gelijk Hij wil, niet de GAVEN des Geestes zijn, maar de uitingen (1Cor.12:1) te weten;

De openbaringen (1 Cor. 12:7),
De werkingen (1 Cor. 12:6)
en de bedieningen (1 Cor. 12:5).

In dit hoofdstuk gaat het niet over de verdeling van de gaven, maar over de wijze waarop alles wat door de gaven des Geestes wordt geuit en gewerkt, altijd in volkomen harmonie en eenheid is, omdat het één Geest, één Heer en één God is die alles in allen werkt. (1 cor.12:4-7).

God werkt alles in allen. De volle rijkdom van alle negen gaven is voor elke gelovige die er naar streeft; maar wat er in een bepaalde bijeenkomst door de gaven tot uiting komt, wordt door die éne Geest aan een ieder in het bijzonder toebedeeld. Het gaat hier n.l. om de PRODUKTEN, die door de gaven worden voortgebracht.

 

Vele leden, één Lichaam

Ieder heeft zijn bepaalde plaats in het Lichaam van Christus. De één is de hand, de ander de voet, de één is het oog, de ander het gehoor (1 Cor. 12:12-27). Een ieder heeft zijn bepaalde roeping, zijn bepaalde bediening, maar of wij nu hoofd of voet, hand, oor of oog zijn, wij hebben allen de volle kracht van de Heilige Geest nodig, de volledige toerusting met alle gaven.

Allen profeten, leraars, herders
Nadat Paulus uiteengezet heeft, dat God apostelen, profeten, herders, leraars, krachten, enz, aangegesteld heeft (1 Cor 12:28), gaat hij verder in de vragende vorm: "Zijn zij soms allen apostelen? Allen profeten? Allen leeraars? Allen krachten? Hebben soms allen gaven van genezing? Spreken zij soms allen in tongen? Vertolken zij soms allen?"(1Cor 12:30).

Paulus beschrijft hiermee hoe de toestand in de gemeente is. Hij zegt hier niet op: zo is het nu eenmaal en zo moet hete maar blijven, maar "STREEFT dan naar de hoogste gaven"
(1 Cor.12:31).

Let wel, hij zegt niet dat wij allen moeten streven apostelen, profeten, herders of leraars te worden, deze worden door God geordineerd. Het is goed uw plaats in het Lichaam van Christus aan de Heer te vragen en Hij zal u duidelijk maken wat uw bediening is, zodat u beter uw roeping kunt vervullen en daardoor tevens de groei van het Lichaam van Christus bevorderen kunt.

In het hoofdstuk 13 en 14 gaat Paulus door met de weg te wijzen, die leidt tot opbouw en stichting van de gemeente. De liefde is het allerbelangrijkste, zonder liefde is alles nutteloos, de liefde is de weg die omhoog voert (1 Cor. 12.31). Daarom: "Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren"(1 Cor 14:1).


Vele menen dat profeteren hetzelfde is als prediken, het is echter uitspreken wat de Heilige Geest instantelijk inspireert, waarbij men dus niets van te voren bestudeerd heeft; prediken is spreken over een gedeelte uit de Bijbel wat te voren overdacht is. "Wie profeteert sticht de gemeente (1Cor. 14:4).
Het is de bedoeling van God, dat wij zullen streven naar geestelijke gaven en dat wij trachten uit te munten tot stichting van de gemeente (1 Cor. 14:12).

De stichting en bloei van de gemeente is het allerbelangrijkste werk wat in de wereld gebeurt. De Heer wil een volmaakte gemeente - die Zijn Lichaam is - vormen, om daarmee de hele legermacht van de satan te overwinnen.
Dit wordt ons nog duidelijker uiteengezet in Efeze 4; de Heer schenkt Zijn gaven aan de mensen (Ef 4:8) "en Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel avangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christus, totdat wij ALLEN de EENHEID DES GELOOFS en de VOLLE KENNIS van de Zoon Gods bereikt hebben, de maat van de WASDOM DER VOLHEID VAN CHRISTUS"(Ef. 4:11-14).

Dezelfde overstromende volheid van kracht en heerlijkheid Gods, die in Jezus Christus was, wil God ook in een ieder persoonlijk en in de gemeente als één geheel werken. Dit kan alleen als wij ons één weten met al onze broeders en zuster; wij kunnen tot niet één van Gods kinderen zeggen: "Ik heb je niet nodig." Evanals  van een lichaam geen lid gemist kan worden, zo ook niet van het Lichaam van Christus: de gemeente. Wij moeten elkander en niet onszelf dienen, met alle gaven en krachten die de Heer gegeven heeft.
De éénheid kan alleen hersteld worden als een ieder zich laat leiden door de Heer, die het hoofd is van Zijn Lichaam. "Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus"(Ef.4:14-15).
Alleen de Heilige Geest kan deze volmaakte harmonie, deze liefde en kracht bewerken. Laten wij de Heer bidden, dat Hij door het vuur van Zijn Geest alles in ons verteert wat Hem in de weg staat, zodat Hij Zijn doel met ons waarlijk kan bereiken.

Hoe ontvangen wij deze gaven?

Velen menen, dat eerst een zekere graad van volmaaktheid bereikt moet worden voordat men de Heilige Geest ontvangen kan en dat alleen bijzondere mensen met de gaven des Geestes worden toegerust. Als dit zo was zouden wij nooit verder komen, want wij worden juist door de Heilige Geest gelouterd en gereinigd.

Gods Woord stelt maar een eis, n.l. dat wij ons het eigendom van Christus weten, verder niets. ,,Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op den naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Hand. 2 :38). De belofte is voor een ieder die God roept en heeft geroepen tot bekering, groot of klein, jong of oud, slaaf of vrije: ,,Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal" (Hand. 2 :39).

In het huis van Cornelius werden allen, die met een gelovig hart naar de prediking van Petrus hadden geluisterd, vervuld met de Heilige Geest en begonnen in tongen te spreken en God groot te maken (Hand. 10 :46). Een groepje gelovigen, dat Paulus in Efeze aantreft, had nog nooit van de Heilige Geest gehoord, zij lieten zich echter, nadat Paulus er van verteld had, de handen opleggen ,,en zij spraken in tongen en profeteerden" (Hand. 19 :6).

Als in Samaria het evangelie wordt gepredikt, komen velen tot geloof en laten velen zich dopen, daar zij niet direct de Heilige Geest ontvingen, kwamen Petrus en Johannes uit Jeruzalem om hen door handoplegging tot de vervulling te leiden. Wij zien dat overal bekering en vervulling bij elkaar horen en als de vervulling van de Heilige Geest niet vanzelf wordt ontvangen, dan wordt Hij door handoplegging medegedeeld. Ook Saulus van Tarsen - Paulus - de moordenaar en vervolger van de gemeente ontving na zijn bekering meteen de vervulling met de Heilige Geest door handoplegging van Ananias (Hand. 9 : 1-19).

Overal waar de Heilige Geest ontvangen wordt, zien wij ook de gaven des Geestes. Dit is ook wat God beloofd had door de profeet Joël: ,,Daarna zal het geschieden - in de laatste dagen - dat Ik mijn geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten. Ik zal wonderen geven in den hemel en op de aarde bloed en vuur en rookzuilen" (Joël 2 :28-31). Eigenlijk is het zo, dat een ieder die de volheid van de Heilige Geest ontvangt, in principe ook alle gaven des Geestes heeft. In dit geval geldt dezelfde regel als voor alle andere dingen, die wij van God verlangen: ,,gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal u geschieden" (Marc. 11 :24).

Wij kunnen alleen door geloof iets van God ontvangen. Om anderen in hun geloof te helpen, mogen wij tevens voor het ontvangen van de gaven des Geestes de handen opleggen. Wij lezen van Timotheüs, dat de gaven in hem zijn door handoplegging van de ouderlingen en Paulus.

,,Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profetenwoord onder handoplegging van de gezamelijke oudsten geschonken is" (I Tim. 4 :14). ,,Om die reden herinner ik u er aan de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is" (II Tim. 1 : 6).

Een leven van overwinning

Door de vervulling met de Heilige Geest wordt het ons mogelijk om een leven van overwinning te leiden en te strijden tegen de satan en zijn legermaeht. Wij lezen dat de zoon van God is geopenbaard, om de werken van de duivel te verbreken (I Joh. 3 :8).

Hoe verbreekt Jezus de werken des duivels? Overal waar Hij komt, worden mensenkinderen bevrijd uit de macht van de zonden, zieken worden genezen, bezetenen bevrijd, ja zelfs doden worden opgewekt. Dit is het werk waarvoor Jezus kwam, dit is ook het werk dat Hij voort wil zetten door de gemeente. Zijn lichaam. Wat zijn wij, als gemeente, toch ver afgedwaald van het doel, dat God met ons heeft. Wij hebben onze eigen weg gezocht en elkander bestreden en gehaat om kleine verschillen in opvatting of leerstelling, waardoor onze ogen verduisterd werden door het werkelijke plan, dat God met ons had. De satan lacht.

Paulus zegt: ,,Wij hebben niet te worstelen tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersesrs dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten" (Efeze 6 :12). Het is de satan gelukt om onze ogen te verblinden voor de werkelijke strijd en wij hebben de eeuwen door niets anders gedaan dan strijden tegen vlees en bloed, tegen onze broeders en zusters; wij hebben de Geest bedroefd en uitgedoofd (I Thess. 5 : 19). Laten wij ons diep buigen voor de Heer, ons verootmoedigen en onze grote schuld, waar wij allen deel aan hebben, voor Hem belijden, laten wij ons opnieuw onder Zijn wil stellen. ,,Wordt vervuld met den Heiligen Geest" (Efeze 5:18).

Dit is Zijn wil: dan kan de Heer ons laten groeien, tot die volmaaktheid, waartoe Hij ons leiden wil. ,,Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is" (Matth. 5 :48). Wij lezen van Paulus, dat hij jaagt om tot die volmaaktheid te komen: ,,Niet, dat ik het reeds verkregen zou hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om den prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus" (Phil. 3 :12-15).

Paulus spant zich ook in om anderen tot die volmaaktheid te leiden: ,,Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn. Hiervoor span ik mij ook in, onder zware strijd naar zijn werking, die in mij werkt met kracht" (Col. 1 :28, 29).

De Heer wil een gemeente ,,stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesrnet" (Efeze 5 :27) en vervuld tot alle volheid Gods. Het wordt de hoogste tijd dat de gemeente ontwaakt voor haar grote opdracht, de eindstrijd tegen het rijk der duisternis. Door de gemeente zal deze strijd tegen de satan worden uitgestreden; hij wordt overwonnen en terneer geworpen, om uiteindelijk onder onze voeten vertreden te worden. ,,Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in den dood" (Openb. 12 :11).

,,De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden" (Rom. 16 :20).
Laten wij allen voortdurend bidden en strijden voor elkander ,,opdat Hij u geve naar de rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan, samen met alle heiligen in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods. Hem nu, die blijkens de kracht, welke in ons werkt, bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente en in Christus Jezus tot in alle geslachten, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen" (Efeze 3 1 16-21).

ELISABETH HOEKENDIJK-LA RIVIÉRE